Hieronder leest u de laatste getuigenis van Fons Verplaetse die verscheen in Trends van 20 februari 2019.

Op een dag komen ze je huis binnen. Ze nemen je rijbewijs in beslag, sluiten de gaskraan af en dwingen je het beheer van je bankrekeningen en beleggingen af te staan. De misdaad die zo'n straf legitimeert? Je bent de 80 voorbij. In haar boek 'Waarom we bang moeten zijn om oud te worden' toont Knack-journaliste Ann Peuteman aan hoe we oude mensen alles uit handen nemen wat het leven de moeite waard maakt.

Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om jezelf te blijven. Maar er zijn ook mensen die daar geen enkele moeite mee lijken te hebben. Fons Verplaetse is zo iemand. 89 is de voormalige gouverneur van de Nationale Bank ondertussen, maar nog altijd houdt hij zich dag in dag uit bezig met zijn grote liefde: de macro-economie.

"Het leven is de moeite waard om geleefd te worden. Nog altijd. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en tegenslagen geïncasseerd, maar ik heb nergens spijt van. Veel hangt van je ingesteldheid af. Ik zou hier hele dagen kunnen zitten klagen en zagen, maar dat doe ik niet. Je kunt er toch niets aan veranderen. Ik besef ook heel goed hoe ongelooflijk veel geluk ik heb gehad. Het had niet veel gescheeld of ik had de veevoederfabriek van mijn vader overgenomen en een heel banaal leven geleid. Maar op school waren er leraars die iets in mij zagen en vonden dat ik verder moest studeren. Daardoor was het uiteindelijk mijn jongere broer, die nochtans Latijn-Griekse deed, die mijn vader moest opvolgen. Qua mismatching kan dat tellen. Ook later heeft toeval een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Mijn vrouw, die bij mij op de universiteit zat, heb ik bijvoorbeeld leren kennen tijdens het carnaval in Binche.

Ik kan me niet voorstellen dat ik zou stoppen met de economie te volgen. Dat is nu eenmaal mijn leven

"Ondertussen zijn we 65 jaar getrouwd. Mijn leven heeft altijd rond economie gedraaid, en dat is nu nog zo. Macro-economie dan, want ik verlies me niet graag in details. Een politicus ben ik nooit geweest, maar als econoom stond ik wel altijd in dienst van het land. Mijn grote geluk was dat de politici met wie ik samenwerkte zo goed als allemaal juristen waren die niet veel van economie afwisten. Daardoor had ik hun oor en vertrouwden ze op mij. Ongelooflijk wat ik allemaal heb kunnen doen. De devaluatie van de Belgische frank, bijvoorbeeld. Toen ik daar destijds tegen premier Jean-Luc Dehaene over begon, stuurde hij me weg. "Daar doe ik niet aan mee. Als je zo begint, kun je maar beter gaan", zei hij. Maar we hebben het toch gedaan en het resultaat was dat de economie weer draaide zonder dat de bevolking zware inspanningen had moeten leveren. Ik heb ook een groot deel van het goud van de Nationale Bank verkocht. Koning Boudewijn was daar een groot voorstander van. Elke keer als ik bij hem op audiëntie ging, vroeg hij wanneer ik het zou beginnen verkopen. Dat goud lag daar maar en bracht amper iets op, terwijl wij een zware staatsschuld in deviezen moesten afbetalen. Toen ik gouverneur van de Nationale Bank werd, hadden we nog 3000 ton goud en bij mijn afscheid maar een kleine 300 ton meer. Met de opbrengst ervan hebben we onze deviezenschuld afbetaald. Dat moet je maar durven.

FONS VERPLAETSE "Elke dinsdag levert de postbode de indicatoren van de Nationale Bank af.", Jonas Lampens
FONS VERPLAETSE "Elke dinsdag levert de postbode de indicatoren van de Nationale Bank af." © Jonas Lampens

"Bang ben ik nooit geweest. Wel dacht ik altijd heel goed over elke beslissing na. Nooit ging ik overhaast te werk. En ik had ook een sociale reflex: ik probeerde de burger altijd zo veel mogelijk te ontzien. Als gouverneur had ik veel macht en ik heb totaal geen spijt van de manier waarop ik die heb gebruikt. Ik heb mijn plicht gedaan en ik ben blij dat ik de kans daartoe heb gekregen. Onlangs schreef Herman Van Rompuy vooraan in een van zijn boeken dat het land mij veel verschuldigd is. Hij meent dat echt.

"Ik heb het geluk gehad altijd met christendemocraten te kunnen werken. Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Philippe Maystadt - ondertussen heb ik ze allemaal overleefd. Een paar maanden voor Guy Verhofstadt aan de macht kwam als premier van een paars-groene regering ben ik met pensioen gegaan. Erg zwaar viel dat me niet, want mijn opvolger had niet half zoveel macht meer als ik. Twee maanden nadat ik vertrokken was, nam de Europese Centrale Bank het van ons over. De gouverneurs die na mij zijn gekomen, mogen elke maand naar Frankfurt gaan en één stem op de achttien uitbrengen. Meer niet. In die zin zou je kunnen zeggen dat ik de laatste echte gouverneur van de Nationale Bank van België was. Ook als ik er nog langer was blijven zitten, had ik niets meer te zeggen gehad.

Van alle thuisverplegers die hier komen, zijn er misschien twee die weten wat ik vroeger deed

"Na mijn pensioen ben ik nog veertien jaar lang elke dag naar de bank gegaan. Ik had daar nog altijd een bureau en een secretaresse. Elke eregouverneur heeft daar recht op, maar ik was de enige die er ook gebruik van maakte. Zo bleef ik de economie volgen en de indicatoren analyseren. Alleen had ik er niets meer over te zeggen en werd ik zo goed als nooit meer geconsulteerd. Yves Leterme heeft me nog weleens laten komen toen hij premier was, maar dat was toch anders dan destijds met Jean-Luc Dehaene of Wilfried Martens. Op zich vond ik het ook niet zo erg dat mijn mening niet veel meer werd gevraagd.

"Vier jaar geleden liet wijlen Luc Coene, die toen gouverneur van de Nationale Bank was, me verstaan dat hij het welletjes vond. Hij zag niet in waar ik nog een bureau en een secretaresse voor nodig had. Sindsdien volg ik de macro-economie hier thuis. Ik lees nog elke dag drie kranten. De Standaard en La Libre Belgique voor de economie en Het Nieuwsblad voor de sport.

"Elke dinsdag levert de postbode de indicatoren van de Nationale Bank af. Dat is de enige envelop die ik krijg waarop de titel 'burggraaf' voor mijn naam staat. Ik neem dan uitgebreid de tijd om die gegevens te bestuderen en te analyseren. Voor mijn eigen vooral, want zo goed als niemand vraagt mij er nog naar. Ik kan toch moeilijk tegen de thuisverpleegster of de poetsman over de economie beginnen? Ik voel ook de behoefte niet meer me in het debat te mengen. Nochtans hebben journalisten me na mijn pensioen nog lang om mijn opinie gevraagd en die gaf ik hun ook. Nog altijd heb ik een tamelijk goed objectief inzicht in de macro-economie. Beter dan veel mannen die ze tegenwoordig in de media aan het woord laten. Van velen onder hen heb ik geen groot gedacht.

FONS VERPLAETSE "Het enige wat ik nog zelf moet doen, is mijn tanden poetsen en me met de economie bezighouden.", Jonas Lampens
FONS VERPLAETSE "Het enige wat ik nog zelf moet doen, is mijn tanden poetsen en me met de economie bezighouden." © Jonas Lampens

"Ik kan me niet voorstellen dat ik zou stoppen met de economie te volgen. Dat is nu eenmaal mijn leven. Altijd al: ik was verantwoordelijk voor de economie en mijn vrouw voor onze vijf kadetten. Zij was daar content mee, maar het zou niets voor mij zijn geweest. Dat is natuurlijk een kwestie van temperament. Ik werkte hard en kwam 's avonds laat thuis om te slapen. De kinderen hadden niet veel last van mij. Hoogstens dreigde mijn vrouw eens dat ze mij naar boven zou sturen als ze niet wilden slapen. In de bank was ik de grote chef, maar bij ons thuis was mijn vrouw de potentaat en had ik niets te piepen. (lacht) Dat was nu eenmaal onze taakverdeling, en eigenlijk is dat nog altijd zo. Na mijn pensioen was ze blij dat ik nog elke dag naar de bank ging, want thuis zou ik me toch maar overal mee bemoeien.

Bang ben ik nooit geweest. Wel dacht ik altijd heel goed over elke beslissing na. Nooit ging ik overhaast te werk

"Sinds een paar jaar woon ik door de week hier terwijl mijn vrouw nog in ons huis in Beersel is. Dit is het huis van onze oudste zoon, die een mentale beperking heeft. Ik bewaak het tot hij hier volgend jaar, na zijn pensioen, kan intrekken. Eenzaam ben ik niet. Toch niet eenzamer dan toen ik gouverneur van de Nationale Bank was. Elke dag klokslag acht uur bel ik met mijn vrouw en mijn zoon. Dan vertelt hij me alles wat ik al weet. Mijn vrouw heeft het graag zo, en ik ook.

"Ik kan nog heel goed voor mezelf zorgen, maar mijn ogen en mijn benen werken tegen. Dat zijn mijn zwakke punten. Ik loop nu ook met een stok - al is dat vooral om mijn vrouw een plezier te doen, want eigenlijk kan ik nog heel goed zonder. Mijn dochter, die hiernaast woont, heeft een ploeg helpers voor me geregeld. Elke ochtend komt een thuisverpleger om me te wassen en twee keer per week komt een Oekraïner het huis poetsen. Maar eigenlijk doet hij dat niet graag. Hij speelt liever chauffeur voor mij. Dan gaan we samen boodschappen doen in de Colruyt. Ik rij zelf nog wel met de auto, maar alleen in het weekend als ik naar mijn vrouw ga.

"Ik heb niet het gevoel dat ik afhankelijk ben van anderen. Afhankelijkheid zit in je hoofd. Die verplegers worden betaald om me te helpen. Wie is dan van wie afhankelijk? Het is maar hoe je het bekijkt. Door al die hulp ben ik wel een gestampte luiaard geworden. Eigenlijk zou ik me nog zelf kunnen wassen, maar dat komen die verplegers nu dus doen. Het enige wat ik nog zelf moet doen, is mijn tanden poetsen en me met de economie bezighouden.

"Van alle thuisverplegers die hier komen, zijn er misschien twee die weten wat ik vroeger deed. Voor alle anderen ben ik gewoon Fons. Er zijn niet zoveel mensen meer die me meneer Verplaetse noemen, maar daar ben ik ondertussen wel aan gewend. Weet u hoe de postbode mij noemt? Burggraaf Fons. Dat vind ik wel leuk. Ondertussen heb ik begrepen dat respect niet afhangt van de manier waarop mensen je aanspreken. Wel vind ik het nog altijd fijn als iemand mij herkent. Vaak komt dat door mijn stem en mijn accent - ik heb nooit moeite gedaan om weg te steken dat ik van Zulte ben. In het ziekenhuis waren er onlangs een paar oudere verpleegkundigen die nog wisten wie ik was en ook de ambulancier die me naar het UZ Leuven vervoerde had het door. Dat doet toch wel deugd.

"Onlangs heeft mijn vrouw besloten dat het tijd wordt om naar een serviceflat te verhuizen. Ik vind dat ik daar nog te goed voor ben, maar ik wil niet tegensputteren. Ze heeft haar oog laten vallen op een wooncomplex midden in de bossen. De directeur beweert dat het daar heel aangenaam wonen is en dat het eten er beter is dan thuis. "Eens je hier woont, wil je nooit meer weg", zegt hij. Maar dat wil ik nog zien. Duur is het ook nog: elke maand 2300 euro per persoon. Dat komt doordat we twéé serviceflats nodig hebben. Mijn vrouw denkt dat we anders te veel op elkaars zenuwen zullen werken en dat ik me zal bemoeien met dingen waarover zij al 65 jaar het monopolie heeft. Dus staan we nu allebei apart op de wachtlijst, maar ik hoop toch dat we op dezelfde dag zullen mogen verhuizen.

Na mijn pensioen ben ik nog veertien jaar lang elke dag naar de bank gegaan

"Ik begrijp mijn vrouw wel, hoor. Zij is twee jaar ouder dan ik en ze wordt steeds vergeetachtiger. Daar heb ik nog geen last van. Met mijn verstand is helemaal niets mis. Als ik een afspraak met de tandarts maak, hoef ik dat niet eens op te schrijven. Ik onthou de datum zo wel. Sinds een paar weken regel ik ook de financiën van mijn vrouw, want zelf kan ze dat niet goed meer. Of ik mijn eigen geldzaken nog beheer? Wat voor vraag is dat nu weer? Enfin zeg. Er zal héél veel moeten gebeuren voor ik mijn financiën uit handen geef. Vorig jaar kreeg ik ook al zo'n misplaatste vraag van mijn huisarts: of ik een medisch attest nodig had om niet te hoeven stemmen. Wat is dat nu voor een suggestie? Waarom zou ik niet meer willen stemmen? Is mijn stem misschien minder waard omdat ik de tachtig voorbij ben?

"Dat alles voorbijgaat, kan ik aanvaarden. Dankzij de economie heb ik een heel boeiend leven gehad. Dat ik daar mijn beroep van heb kunnen maken en er zelfs nu nog elke dag mee bezig kan zijn, maakt van mij een contente mens. Ook al heb ik geen macht meer, kan ik de economie niet meer sturen en maak ik die analyses vooral voor mezelf. Daarnaast heb ik ook nog een grote familie met allemaal goeie kinderen en kleinkinderen - ook al heb ik daar persoonlijk geen enkele verdienste aan. Een gelukzak, dát ben ik."

Ann Peuteman, Grijsgedraaid. Waarom we bang moeten zijn om oud te worden, Uitgeverij Vrijdag, 20 euro.

Bio

- Geboren in Zulte op 19 februari 1930

- Getrouwd, vader van vijf kinderen

- Licentiaat in de handels- en consulaire wetenschappen (KU Leuven)

- Was in de jaren tachtig kabinetschef van premier Wilfried Martens

- Van 1989 tot 1999 was hij gouverneur van de NBB

- Was voorzitter van de Bank voor Internationale Betalingen

- Kreeg in 1999 de titel van burggraaf

- Was na zijn pensioen voorzitter van het Corporate Funding Programme

Op een dag komen ze je huis binnen. Ze nemen je rijbewijs in beslag, sluiten de gaskraan af en dwingen je het beheer van je bankrekeningen en beleggingen af te staan. De misdaad die zo'n straf legitimeert? Je bent de 80 voorbij. In haar boek 'Waarom we bang moeten zijn om oud te worden' toont Knack-journaliste Ann Peuteman aan hoe we oude mensen alles uit handen nemen wat het leven de moeite waard maakt.Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om jezelf te blijven. Maar er zijn ook mensen die daar geen enkele moeite mee lijken te hebben. Fons Verplaetse is zo iemand. 89 is de voormalige gouverneur van de Nationale Bank ondertussen, maar nog altijd houdt hij zich dag in dag uit bezig met zijn grote liefde: de macro-economie. "Het leven is de moeite waard om geleefd te worden. Nog altijd. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en tegenslagen geïncasseerd, maar ik heb nergens spijt van. Veel hangt van je ingesteldheid af. Ik zou hier hele dagen kunnen zitten klagen en zagen, maar dat doe ik niet. Je kunt er toch niets aan veranderen. Ik besef ook heel goed hoe ongelooflijk veel geluk ik heb gehad. Het had niet veel gescheeld of ik had de veevoederfabriek van mijn vader overgenomen en een heel banaal leven geleid. Maar op school waren er leraars die iets in mij zagen en vonden dat ik verder moest studeren. Daardoor was het uiteindelijk mijn jongere broer, die nochtans Latijn-Griekse deed, die mijn vader moest opvolgen. Qua mismatching kan dat tellen. Ook later heeft toeval een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Mijn vrouw, die bij mij op de universiteit zat, heb ik bijvoorbeeld leren kennen tijdens het carnaval in Binche. "Ondertussen zijn we 65 jaar getrouwd. Mijn leven heeft altijd rond economie gedraaid, en dat is nu nog zo. Macro-economie dan, want ik verlies me niet graag in details. Een politicus ben ik nooit geweest, maar als econoom stond ik wel altijd in dienst van het land. Mijn grote geluk was dat de politici met wie ik samenwerkte zo goed als allemaal juristen waren die niet veel van economie afwisten. Daardoor had ik hun oor en vertrouwden ze op mij. Ongelooflijk wat ik allemaal heb kunnen doen. De devaluatie van de Belgische frank, bijvoorbeeld. Toen ik daar destijds tegen premier Jean-Luc Dehaene over begon, stuurde hij me weg. "Daar doe ik niet aan mee. Als je zo begint, kun je maar beter gaan", zei hij. Maar we hebben het toch gedaan en het resultaat was dat de economie weer draaide zonder dat de bevolking zware inspanningen had moeten leveren. Ik heb ook een groot deel van het goud van de Nationale Bank verkocht. Koning Boudewijn was daar een groot voorstander van. Elke keer als ik bij hem op audiëntie ging, vroeg hij wanneer ik het zou beginnen verkopen. Dat goud lag daar maar en bracht amper iets op, terwijl wij een zware staatsschuld in deviezen moesten afbetalen. Toen ik gouverneur van de Nationale Bank werd, hadden we nog 3000 ton goud en bij mijn afscheid maar een kleine 300 ton meer. Met de opbrengst ervan hebben we onze deviezenschuld afbetaald. Dat moet je maar durven. "Bang ben ik nooit geweest. Wel dacht ik altijd heel goed over elke beslissing na. Nooit ging ik overhaast te werk. En ik had ook een sociale reflex: ik probeerde de burger altijd zo veel mogelijk te ontzien. Als gouverneur had ik veel macht en ik heb totaal geen spijt van de manier waarop ik die heb gebruikt. Ik heb mijn plicht gedaan en ik ben blij dat ik de kans daartoe heb gekregen. Onlangs schreef Herman Van Rompuy vooraan in een van zijn boeken dat het land mij veel verschuldigd is. Hij meent dat echt. "Ik heb het geluk gehad altijd met christendemocraten te kunnen werken. Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Philippe Maystadt - ondertussen heb ik ze allemaal overleefd. Een paar maanden voor Guy Verhofstadt aan de macht kwam als premier van een paars-groene regering ben ik met pensioen gegaan. Erg zwaar viel dat me niet, want mijn opvolger had niet half zoveel macht meer als ik. Twee maanden nadat ik vertrokken was, nam de Europese Centrale Bank het van ons over. De gouverneurs die na mij zijn gekomen, mogen elke maand naar Frankfurt gaan en één stem op de achttien uitbrengen. Meer niet. In die zin zou je kunnen zeggen dat ik de laatste echte gouverneur van de Nationale Bank van België was. Ook als ik er nog langer was blijven zitten, had ik niets meer te zeggen gehad."Na mijn pensioen ben ik nog veertien jaar lang elke dag naar de bank gegaan. Ik had daar nog altijd een bureau en een secretaresse. Elke eregouverneur heeft daar recht op, maar ik was de enige die er ook gebruik van maakte. Zo bleef ik de economie volgen en de indicatoren analyseren. Alleen had ik er niets meer over te zeggen en werd ik zo goed als nooit meer geconsulteerd. Yves Leterme heeft me nog weleens laten komen toen hij premier was, maar dat was toch anders dan destijds met Jean-Luc Dehaene of Wilfried Martens. Op zich vond ik het ook niet zo erg dat mijn mening niet veel meer werd gevraagd. "Vier jaar geleden liet wijlen Luc Coene, die toen gouverneur van de Nationale Bank was, me verstaan dat hij het welletjes vond. Hij zag niet in waar ik nog een bureau en een secretaresse voor nodig had. Sindsdien volg ik de macro-economie hier thuis. Ik lees nog elke dag drie kranten. De Standaard en La Libre Belgique voor de economie en Het Nieuwsblad voor de sport. "Elke dinsdag levert de postbode de indicatoren van de Nationale Bank af. Dat is de enige envelop die ik krijg waarop de titel 'burggraaf' voor mijn naam staat. Ik neem dan uitgebreid de tijd om die gegevens te bestuderen en te analyseren. Voor mijn eigen vooral, want zo goed als niemand vraagt mij er nog naar. Ik kan toch moeilijk tegen de thuisverpleegster of de poetsman over de economie beginnen? Ik voel ook de behoefte niet meer me in het debat te mengen. Nochtans hebben journalisten me na mijn pensioen nog lang om mijn opinie gevraagd en die gaf ik hun ook. Nog altijd heb ik een tamelijk goed objectief inzicht in de macro-economie. Beter dan veel mannen die ze tegenwoordig in de media aan het woord laten. Van velen onder hen heb ik geen groot gedacht. "Ik kan me niet voorstellen dat ik zou stoppen met de economie te volgen. Dat is nu eenmaal mijn leven. Altijd al: ik was verantwoordelijk voor de economie en mijn vrouw voor onze vijf kadetten. Zij was daar content mee, maar het zou niets voor mij zijn geweest. Dat is natuurlijk een kwestie van temperament. Ik werkte hard en kwam 's avonds laat thuis om te slapen. De kinderen hadden niet veel last van mij. Hoogstens dreigde mijn vrouw eens dat ze mij naar boven zou sturen als ze niet wilden slapen. In de bank was ik de grote chef, maar bij ons thuis was mijn vrouw de potentaat en had ik niets te piepen. (lacht) Dat was nu eenmaal onze taakverdeling, en eigenlijk is dat nog altijd zo. Na mijn pensioen was ze blij dat ik nog elke dag naar de bank ging, want thuis zou ik me toch maar overal mee bemoeien. "Sinds een paar jaar woon ik door de week hier terwijl mijn vrouw nog in ons huis in Beersel is. Dit is het huis van onze oudste zoon, die een mentale beperking heeft. Ik bewaak het tot hij hier volgend jaar, na zijn pensioen, kan intrekken. Eenzaam ben ik niet. Toch niet eenzamer dan toen ik gouverneur van de Nationale Bank was. Elke dag klokslag acht uur bel ik met mijn vrouw en mijn zoon. Dan vertelt hij me alles wat ik al weet. Mijn vrouw heeft het graag zo, en ik ook. "Ik kan nog heel goed voor mezelf zorgen, maar mijn ogen en mijn benen werken tegen. Dat zijn mijn zwakke punten. Ik loop nu ook met een stok - al is dat vooral om mijn vrouw een plezier te doen, want eigenlijk kan ik nog heel goed zonder. Mijn dochter, die hiernaast woont, heeft een ploeg helpers voor me geregeld. Elke ochtend komt een thuisverpleger om me te wassen en twee keer per week komt een Oekraïner het huis poetsen. Maar eigenlijk doet hij dat niet graag. Hij speelt liever chauffeur voor mij. Dan gaan we samen boodschappen doen in de Colruyt. Ik rij zelf nog wel met de auto, maar alleen in het weekend als ik naar mijn vrouw ga. "Ik heb niet het gevoel dat ik afhankelijk ben van anderen. Afhankelijkheid zit in je hoofd. Die verplegers worden betaald om me te helpen. Wie is dan van wie afhankelijk? Het is maar hoe je het bekijkt. Door al die hulp ben ik wel een gestampte luiaard geworden. Eigenlijk zou ik me nog zelf kunnen wassen, maar dat komen die verplegers nu dus doen. Het enige wat ik nog zelf moet doen, is mijn tanden poetsen en me met de economie bezighouden. "Van alle thuisverplegers die hier komen, zijn er misschien twee die weten wat ik vroeger deed. Voor alle anderen ben ik gewoon Fons. Er zijn niet zoveel mensen meer die me meneer Verplaetse noemen, maar daar ben ik ondertussen wel aan gewend. Weet u hoe de postbode mij noemt? Burggraaf Fons. Dat vind ik wel leuk. Ondertussen heb ik begrepen dat respect niet afhangt van de manier waarop mensen je aanspreken. Wel vind ik het nog altijd fijn als iemand mij herkent. Vaak komt dat door mijn stem en mijn accent - ik heb nooit moeite gedaan om weg te steken dat ik van Zulte ben. In het ziekenhuis waren er onlangs een paar oudere verpleegkundigen die nog wisten wie ik was en ook de ambulancier die me naar het UZ Leuven vervoerde had het door. Dat doet toch wel deugd. "Onlangs heeft mijn vrouw besloten dat het tijd wordt om naar een serviceflat te verhuizen. Ik vind dat ik daar nog te goed voor ben, maar ik wil niet tegensputteren. Ze heeft haar oog laten vallen op een wooncomplex midden in de bossen. De directeur beweert dat het daar heel aangenaam wonen is en dat het eten er beter is dan thuis. "Eens je hier woont, wil je nooit meer weg", zegt hij. Maar dat wil ik nog zien. Duur is het ook nog: elke maand 2300 euro per persoon. Dat komt doordat we twéé serviceflats nodig hebben. Mijn vrouw denkt dat we anders te veel op elkaars zenuwen zullen werken en dat ik me zal bemoeien met dingen waarover zij al 65 jaar het monopolie heeft. Dus staan we nu allebei apart op de wachtlijst, maar ik hoop toch dat we op dezelfde dag zullen mogen verhuizen. "Ik begrijp mijn vrouw wel, hoor. Zij is twee jaar ouder dan ik en ze wordt steeds vergeetachtiger. Daar heb ik nog geen last van. Met mijn verstand is helemaal niets mis. Als ik een afspraak met de tandarts maak, hoef ik dat niet eens op te schrijven. Ik onthou de datum zo wel. Sinds een paar weken regel ik ook de financiën van mijn vrouw, want zelf kan ze dat niet goed meer. Of ik mijn eigen geldzaken nog beheer? Wat voor vraag is dat nu weer? Enfin zeg. Er zal héél veel moeten gebeuren voor ik mijn financiën uit handen geef. Vorig jaar kreeg ik ook al zo'n misplaatste vraag van mijn huisarts: of ik een medisch attest nodig had om niet te hoeven stemmen. Wat is dat nu voor een suggestie? Waarom zou ik niet meer willen stemmen? Is mijn stem misschien minder waard omdat ik de tachtig voorbij ben? "Dat alles voorbijgaat, kan ik aanvaarden. Dankzij de economie heb ik een heel boeiend leven gehad. Dat ik daar mijn beroep van heb kunnen maken en er zelfs nu nog elke dag mee bezig kan zijn, maakt van mij een contente mens. Ook al heb ik geen macht meer, kan ik de economie niet meer sturen en maak ik die analyses vooral voor mezelf. Daarnaast heb ik ook nog een grote familie met allemaal goeie kinderen en kleinkinderen - ook al heb ik daar persoonlijk geen enkele verdienste aan. Een gelukzak, dát ben ik."