Goud is een omstreden belegging. Maar in deze crisistijden kan niemand uitsluiten dat het vertrouwen in papieren geld in elkaar stort. Goud zou dan weleens van goudwaarde kunnen zijn.

Goud blijft een van de meest omstreden beleggingsactiva. Volgens sommige beleggers, onder wie beursgoeroe Warren Buffett, heeft goud geen enkele waarde, behalve wat een "andere bange belegger" er binnen een zeker aantal jaren voor wil betalen. "Goud kun je niet opeten en geeft je geen inkomen, je kunt het alleen strelen", vindt Buffett. Hij verkiest reële activa, zoals bedrijven en landbouwgrond, die hem elk jaar een inkomen verschaffen dat hij kan herinvesteren. Als de inflatie toeslaat, kunnen sterke bedrijven die stijging compenseren door hogere prijzen op te leggen aan hun klanten. Althans, dat is de theorie.

Goud uitlenen

Tot de voorstanders van goud behoren eveneens grote namen, zoals de Amerikaanse vermogensbeheerder Eric Sprott, die zowat 10 miljard dollar beheert. Hij stelt vast dat de vraag naar goud stijgt, onder meer bij beleggers en centrale banken van groeilanden. Volgens Sprott is de vraag naar goud systematisch hoger dan de jaarlijkse productie van 3700 ton, waarvan 2687 ton afkomstig is uit goudmijnen en de rest uit recyclage. De westerse centrale banken hebben de tekorten op de goudmarkten de voorbije jaren opgevangen door hun reserves uit te lenen aan goudbanken, die het goud doorverkopen.

Omdat de centrale banken in hun rapportering geen verschil maken tussen goud dat in hun kluizen ligt en goud dat ze hebben uitgeleend, lijkt het alsof hun goudvoorraad stabiel blijft. In werkelijkheid zou de meerderheid van hun goud weleens uitgeleend kunnen zijn. Daar bestaat geen zekerheid over, omdat de goudvoorraden van de centrale banken volgens Sprott niet worden gecontroleerd door externe auditoren. Mocht een plotse crisis het banksysteem bevriezen, zoals in 2008, dan zou het voor een centrale bank weleens onmogelijk kunnen zijn dat uitgeleende goud te recupereren.

Monetaire psychologie

Daarmee wordt geraakt aan een van de fundamenten van ons monetaire systeem: het vertrouwen. Hoewel de goudstandaard al lang niet meer bestaat, is er nog altijd de magere geruststelling dat als alles fout loopt, er die voorraden goud zijn waar beslag op kan worden gelegd. Als blijkt dat die weg zijn, kan het hele systeem van fiatgeld - het gebruik van papieren geld, gebaseerd op vertrouwen - in elkaar klappen. Op dat moment zal goud pijlsnel in waarde stijgen.

Een herintroductie van de goudstandaard is onwaarschijnlijk, maar dat het vertrouwen in het papieren geld in elkaar stort, is een scenario dat geen enkele belegger mag uitsluiten. Om zich daartegen te beschermen, is het raadzaam dat hij 5 à 10 procent van zijn beleggingsportefeuille aanhoudt in fysiek goud. Die investering zal hem geen inkomen verschaffen, maar wel een zekere gemoedsrust, omdat hij beschermd is tegen een nieuwe financiële meltdown.

Mathias Nuttin

Goud is een omstreden belegging. Maar in deze crisistijden kan niemand uitsluiten dat het vertrouwen in papieren geld in elkaar stort. Goud zou dan weleens van goudwaarde kunnen zijn.Goud blijft een van de meest omstreden beleggingsactiva. Volgens sommige beleggers, onder wie beursgoeroe Warren Buffett, heeft goud geen enkele waarde, behalve wat een "andere bange belegger" er binnen een zeker aantal jaren voor wil betalen. "Goud kun je niet opeten en geeft je geen inkomen, je kunt het alleen strelen", vindt Buffett. Hij verkiest reële activa, zoals bedrijven en landbouwgrond, die hem elk jaar een inkomen verschaffen dat hij kan herinvesteren. Als de inflatie toeslaat, kunnen sterke bedrijven die stijging compenseren door hogere prijzen op te leggen aan hun klanten. Althans, dat is de theorie. Goud uitlenen Tot de voorstanders van goud behoren eveneens grote namen, zoals de Amerikaanse vermogensbeheerder Eric Sprott, die zowat 10 miljard dollar beheert. Hij stelt vast dat de vraag naar goud stijgt, onder meer bij beleggers en centrale banken van groeilanden. Volgens Sprott is de vraag naar goud systematisch hoger dan de jaarlijkse productie van 3700 ton, waarvan 2687 ton afkomstig is uit goudmijnen en de rest uit recyclage. De westerse centrale banken hebben de tekorten op de goudmarkten de voorbije jaren opgevangen door hun reserves uit te lenen aan goudbanken, die het goud doorverkopen. Omdat de centrale banken in hun rapportering geen verschil maken tussen goud dat in hun kluizen ligt en goud dat ze hebben uitgeleend, lijkt het alsof hun goudvoorraad stabiel blijft. In werkelijkheid zou de meerderheid van hun goud weleens uitgeleend kunnen zijn. Daar bestaat geen zekerheid over, omdat de goudvoorraden van de centrale banken volgens Sprott niet worden gecontroleerd door externe auditoren. Mocht een plotse crisis het banksysteem bevriezen, zoals in 2008, dan zou het voor een centrale bank weleens onmogelijk kunnen zijn dat uitgeleende goud te recupereren. Monetaire psychologie Daarmee wordt geraakt aan een van de fundamenten van ons monetaire systeem: het vertrouwen. Hoewel de goudstandaard al lang niet meer bestaat, is er nog altijd de magere geruststelling dat als alles fout loopt, er die voorraden goud zijn waar beslag op kan worden gelegd. Als blijkt dat die weg zijn, kan het hele systeem van fiatgeld - het gebruik van papieren geld, gebaseerd op vertrouwen - in elkaar klappen. Op dat moment zal goud pijlsnel in waarde stijgen. Een herintroductie van de goudstandaard is onwaarschijnlijk, maar dat het vertrouwen in het papieren geld in elkaar stort, is een scenario dat geen enkele belegger mag uitsluiten. Om zich daartegen te beschermen, is het raadzaam dat hij 5 à 10 procent van zijn beleggingsportefeuille aanhoudt in fysiek goud. Die investering zal hem geen inkomen verschaffen, maar wel een zekere gemoedsrust, omdat hij beschermd is tegen een nieuwe financiële meltdown. Mathias Nuttin