Hoe groter de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (de Fed), hoe hoger de rentevoeten. Dat grappige toeval houdt al bijna veertig jaar stand op de financiële markten en krijgt wellicht een verlengstuk, nu de 160 cm van Janet Yellen heeft plaatsgemaakt voor de 181 cm van Jerome Powell.
...

Hoe groter de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (de Fed), hoe hoger de rentevoeten. Dat grappige toeval houdt al bijna veertig jaar stand op de financiële markten en krijgt wellicht een verlengstuk, nu de 160 cm van Janet Yellen heeft plaatsgemaakt voor de 181 cm van Jerome Powell. De Fed zal dit jaar de beleidsrente nog drie tot vier keer verhogen, zeker nu de economische expansie eindelijk loonstijgingen en hogere inflatieverwachtingen baart. De stijging van de rente, zowel op korte als op lange termijn, kan dit jaar weleens hét thema op de financiële markten worden. De voorbije dagen en weken werden stevige tussenspurtjes geplaatst. Het einde van de decenniaoude daling van de langetermijnrente is al enkele keren te veel aangekondigd, maar nu wordt een zeer geloofwaardige poging gedaan om het tij te keren. De duim mag omhoog voor die trendbreuk. De rente stijgt niet omdat beleggers twijfelen aan de terugbetalingscapaciteit van de schuldenaars, zoals ze dat bijvoorbeeld deden met Belgisch overheidspapier in 2011. Nee, de rente stijgt omdat het goed gaat. Europa doet fluks mee aan het synchrone mondiale herstel. De economie van het eurogebied nam vorig jaar met 2,5 procent in omvang toe. Dergelijke groeicijfers zijn geleden van voor de economische crisis. Dat biedt de Europese Centrale Bank (ECB) de kans het expansieve geldbeleid langzaam af te bouwen. Na september komt wellicht vrij snel een einde aan het opkoopprogramma van obligaties. De langetermijnrente kan alleen voort stijgen als de grootste koper van de markt verdwijnt. Het is trouwens een goede zaak dat marktmachten opnieuw de prijs van kapitaal mogen betalen. Dat komt de allocatie van middelen en dus de economische groei alleen maar ten goede. Noem het geen stijging van de rentevoeten, maar een normalisatie van de rentevoeten. Er is nog een lange weg af te leggen om te spreken van normale rentevoeten, bij een normaal monetair beleid, bij een normale balansomvang van de centrale banken. Een vuistregel is dat de 'normale' langetermijnrente gelijk is aan de som van de inflatieverwachtingen en de reële groei. In dat geval krijgt een koper van een obligatie zowel een vergoeding voor het koopkrachtverlies door inflatie als een faire deelname in de welvaartscreatie. Dat impliceert een rente van 3 tot 4 procent in Europa. De Belgische langetermijnrente zou dus nog minstens moeten verdrievoudigen om de sporen van de financiële crisis uit te wissen. Dat is niet voor morgen. Voor de spaarder schijnt er eindelijk licht aan het einde van de tunnel, al is het schijnsel nog zwak. De ECB zal wellicht volgend jaar een eerste keer de beleidsrente verhogen, maar eerst moet de negatieve rente nog worden opgeruimd. Vooraleer de spaarder een hogere rente op zijn spaarrekening ziet, zijn we in 2021. Vooraleer de spaarder gecompenseerd wordt voor inflatie, staat 2022 op de kalender, en dan nog op voorwaarde dat economische tegenslag de rente niet opnieuw onderuithaalt. In een wereld die nog altijd te veel spaart, zal koopkrachtwinst voor spaarders een beperkt en tijdelijk fenomeen blijven. Voor de Belgische spaarder is het koopkrachtverlies sinds 2008 hoog opgelopen tot 20 miljard euro. Aauw. Ook voor de partijen die de voorbije jaren profiteerden van de lage rente gloort een nieuwe dag met nieuwe spelregels. Is het Belgische begrotingsbeleid bestand tegen hogere rentevoeten? Kunnen bedrijven die veel schulden maakten een hogere rente de baas? Hoe reageren de vastgoedmarkten die vooruitgestuwd werden door goedkope leningen? Hoe verteren de obligatiemarkten de stijgende rente zonder bij momenten de pedalen te verliezen? Kunnen de beurzen hun klim voortzetten? Een ding lijkt zeker, de kunstmatige rust van de voorbije jaren zal plaats maken voor meer volatiliteit, zie de recente beurscorrectie. De centrale banken wacht de delicate evenwichtsoefening het beleid te normaliseren zonder de markten en de economie te bruuskeren. Loopt het mis, dan zijn de kandidaat-opvolgers van Powell het best niet te groot om kans te maken op het hoogste ambt van de Fed.