Waar komt toch die neiging vandaan om alles eenvoudiger te willen voorstellen dan het in werkelijkheid is? Het coververhaal van Trends, over de valkuilen van defensief beleggen, is er een sprekend voorbeeld van. In dit geval gaat het om te eenvoudige beleggersverhaaltjes die tot schade kunnen leiden. Maar je ziet het overal. Het grote publiek wordt veel te weinig ernstig genomen.

Na de financiële crisis, toen bleek dat bankiers argeloze beleggers producten konden verkopen waar ze zelf niets van begrepen, greep de regelgever terecht in. Wie naar de bank gaat om zijn of haar spaarcentjes aan het werk te zetten, krijgt een hele vragenlijst te verwerken. De bedoeling is te weten hoever uw financiële kennis reikt en welk risicoprofiel u hebt. Dat leidt dan tot een aangepast beleggingstraject.

Wat die financiële kennis betreft, kunnen we bij de Trends-lezer gerust zijn. U bent mee. Allicht schat u ook de risico's van beleggen beter in dan de gemiddelde Vlaming. U gelooft in de kracht van het bedrijfsleven. En u bent vertrouwd met de performantie van de financiële markten op lange termijn. Dat zit dus wel goed. Maar voor veel beleggers ligt dat anders. Ze beleggen met weinig risicoappetijt. Ze willen vooral geen geld verliezen. Beleggen is voor hen meer iets van 'moeten' dan van 'willen'.

Die mensen komen het vaakst in de fuik van de defensieve beleggingsproducten terecht. Dat zijn producten met een overwicht aan obligaties, weinig aandelen en een gemiddeld lager rendement. Alleen de beheerskosten zijn doorgaans even hoog. Dat lage rendement is zeker in tijden van inflatie een probleem. Dat gevoel van veiligheid komt met een serieuze kostprijs. Bovendien is veiligheid ook op de obligatiemarkt een relatief begrip. Obligatiekoersen kunnen wel degelijk onderuitgaan, hebben we de jongste tijd geleerd. Na jaren van massale opkoopprogramma's van schuldpapier door centrale banken en negatieve rentes stond dat zelfs in de sterren geschreven.

Eenvoudige verhaaltjes kunnen uw portemonnee schaden.

Het is een typisch voorbeeld van hoe we met de beste bedoelingen de werkelijkheid eenvoudiger willen voorstellen dan ze is. Beleggen is niet eenvoudig. Het is maatwerk. Veel meer dan wat vluchtige vraagjes te stellen over hoe bang u bent voor een beurscrash, zou de bank moeten peilen naar de ware motieven van de aspirant-belegger, zijn of haar beleggingshorizon, doelstellingen, gezins- en werksituatie enzovoort. Wie over twee jaar zijn belegde geld wil inzetten om een huis te kopen, is een andere belegger dan wie de komende dertig jaar maandelijks wat opzijzet voor zijn of haar pensioen. De nuance loont meer dan de eenvoud.

Je ziet het vaker in dossiers die mensen angst inboezemen: de energiefactuur, de kostprijs van de klimaatopwarming, onze Zuid-Europese schuldenberg en begrotingstekorten, de betaalbaarheid van de pensioenen. Zelden slagen we erin de dingen bij hun naam te noemen, mensen duidelijk te maken dat iets moet gebeuren, en samen naar oplossingen te gaan. Zowel tijdens de pandemie als tijdens de Oekraïnecrisis is al vaak verwezen naar het leiderschap en de parler vrai van klassieke leiders zoals Winston Churchill. Blijkbaar had hij in zijn finest hour het gevoel dat het Britse publiek veel kon hebben. De waarheid onder ogen zien kan heel mobiliserend werken. Ook in het bedrijfsleven is dat trouwens zo. Mensen ernstig nemen, vertellen waar het schip naartoe vaart, emoties opvangen en tastbare oplossingen formuleren, het hoort nu eenmaal allemaal bij leiderschap.

Vaak moeten we de complexe werkelijkheid zo begrijpelijk mogelijk voorstellen. Maar dat is iets helemaal anders dan de feiten eenvoudiger voorstellen dan ze zijn. Het eerste is nobel. Het tweede zet de deur open voor misleiding en vermijdbare teleurstelling.

Waar komt toch die neiging vandaan om alles eenvoudiger te willen voorstellen dan het in werkelijkheid is? Het coververhaal van Trends, over de valkuilen van defensief beleggen, is er een sprekend voorbeeld van. In dit geval gaat het om te eenvoudige beleggersverhaaltjes die tot schade kunnen leiden. Maar je ziet het overal. Het grote publiek wordt veel te weinig ernstig genomen. Na de financiële crisis, toen bleek dat bankiers argeloze beleggers producten konden verkopen waar ze zelf niets van begrepen, greep de regelgever terecht in. Wie naar de bank gaat om zijn of haar spaarcentjes aan het werk te zetten, krijgt een hele vragenlijst te verwerken. De bedoeling is te weten hoever uw financiële kennis reikt en welk risicoprofiel u hebt. Dat leidt dan tot een aangepast beleggingstraject. Wat die financiële kennis betreft, kunnen we bij de Trends-lezer gerust zijn. U bent mee. Allicht schat u ook de risico's van beleggen beter in dan de gemiddelde Vlaming. U gelooft in de kracht van het bedrijfsleven. En u bent vertrouwd met de performantie van de financiële markten op lange termijn. Dat zit dus wel goed. Maar voor veel beleggers ligt dat anders. Ze beleggen met weinig risicoappetijt. Ze willen vooral geen geld verliezen. Beleggen is voor hen meer iets van 'moeten' dan van 'willen'. Die mensen komen het vaakst in de fuik van de defensieve beleggingsproducten terecht. Dat zijn producten met een overwicht aan obligaties, weinig aandelen en een gemiddeld lager rendement. Alleen de beheerskosten zijn doorgaans even hoog. Dat lage rendement is zeker in tijden van inflatie een probleem. Dat gevoel van veiligheid komt met een serieuze kostprijs. Bovendien is veiligheid ook op de obligatiemarkt een relatief begrip. Obligatiekoersen kunnen wel degelijk onderuitgaan, hebben we de jongste tijd geleerd. Na jaren van massale opkoopprogramma's van schuldpapier door centrale banken en negatieve rentes stond dat zelfs in de sterren geschreven. Het is een typisch voorbeeld van hoe we met de beste bedoelingen de werkelijkheid eenvoudiger willen voorstellen dan ze is. Beleggen is niet eenvoudig. Het is maatwerk. Veel meer dan wat vluchtige vraagjes te stellen over hoe bang u bent voor een beurscrash, zou de bank moeten peilen naar de ware motieven van de aspirant-belegger, zijn of haar beleggingshorizon, doelstellingen, gezins- en werksituatie enzovoort. Wie over twee jaar zijn belegde geld wil inzetten om een huis te kopen, is een andere belegger dan wie de komende dertig jaar maandelijks wat opzijzet voor zijn of haar pensioen. De nuance loont meer dan de eenvoud. Je ziet het vaker in dossiers die mensen angst inboezemen: de energiefactuur, de kostprijs van de klimaatopwarming, onze Zuid-Europese schuldenberg en begrotingstekorten, de betaalbaarheid van de pensioenen. Zelden slagen we erin de dingen bij hun naam te noemen, mensen duidelijk te maken dat iets moet gebeuren, en samen naar oplossingen te gaan. Zowel tijdens de pandemie als tijdens de Oekraïnecrisis is al vaak verwezen naar het leiderschap en de parler vrai van klassieke leiders zoals Winston Churchill. Blijkbaar had hij in zijn finest hour het gevoel dat het Britse publiek veel kon hebben. De waarheid onder ogen zien kan heel mobiliserend werken. Ook in het bedrijfsleven is dat trouwens zo. Mensen ernstig nemen, vertellen waar het schip naartoe vaart, emoties opvangen en tastbare oplossingen formuleren, het hoort nu eenmaal allemaal bij leiderschap. Vaak moeten we de complexe werkelijkheid zo begrijpelijk mogelijk voorstellen. Maar dat is iets helemaal anders dan de feiten eenvoudiger voorstellen dan ze zijn. Het eerste is nobel. Het tweede zet de deur open voor misleiding en vermijdbare teleurstelling.