Twee pittige beurscorrecties in zes maanden voorspellen niet veel goeds. Ook in 1929, 2000 en 2008 deden zich twee inzinkingen van 10 procent voor. Die jaren betekenden het startschot voor de Grote Depressie, een milde recessie en de Grote Recessie, en gingen drie keer gepaard met het leeglopen van zeepbellen op de financiële markten. Zal het deze keer anders zijn? "Van de laatste vijf recessies hebben de beurzen er negen voorspeld", relativeerde de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson ooit de bokkensprongen op de beurs. Het alarmsignaal op de markten kan vals zijn, maar het wordt het beste niet in de wind geslagen.
...

Twee pittige beurscorrecties in zes maanden voorspellen niet veel goeds. Ook in 1929, 2000 en 2008 deden zich twee inzinkingen van 10 procent voor. Die jaren betekenden het startschot voor de Grote Depressie, een milde recessie en de Grote Recessie, en gingen drie keer gepaard met het leeglopen van zeepbellen op de financiële markten. Zal het deze keer anders zijn? "Van de laatste vijf recessies hebben de beurzen er negen voorspeld", relativeerde de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson ooit de bokkensprongen op de beurs. Het alarmsignaal op de markten kan vals zijn, maar het wordt het beste niet in de wind geslagen. Een nieuwe financiële kladderadatsch zou passen in het boom-bustpatroon van de voorbije decennia. Sinds de voormalige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Alan Greenspan de beurskrach van 1987 in een soepel rentebeleid heeft verdronken, laten de centrale bankiers de economie en de financiële markten pendelen tussen lange periodes van irrationele uitbundigheid en korte maar hevige crashes. Het te soepele geldbeleid baarde in de jaren negentig een aandelenzeepbel, in de jaren 2000 een vastgoedzeepbel en dit decennium een zeepbel op de opkomende markten, die het soepele westerse beleid importeerden en enorme dollarschulden opbouwden. De teller staat dus op drie zeepbellen en twee crashes. U hoeft geen grote wiskundige te zijn om dat patroon logisch aan te vullen. "De toestand is nog ernstiger dan in 2008", zei William White vorige week. White is niet de eerste de beste Nostradamus. Als hoofdeconoom van de Bank voor Internationale Betalingen, de invloedrijke denktank van centrale bankiers, waarschuwde hij al in 2007 voor de financiële crisis van 2008. Het belangrijkste argument is dat het financiële systeem bijzonder kwetsbaar is geworden door de opbouw van een overmatige schuldenlast, waardoor een kink in de kabel - zoals de implosie van de Amerikaanse huizenmarkt - het financiële kaartenhuis omver kan blazen. Of daaraan iets wordt gedaan? Nee, politici blijven al te gemakkelijk rekenen op de centrale bankiers om de economie aan te praat te houden. Met als resultaat dat de schuldenlast en de kwetsbaarheid van het systeem sinds 2008 alleen maar is toegenomen, niet het minst omdat ook China en de groeimarkten zich de voorbije jaren lieten gaan in deze schuldenorgie. Kortom, dertig jaar van slecht macro-economisch beleid laat zich voelen.Het mag niet verbazen dat twijfels over de gezondheid van de Chinese economie de eerste keer in augustus en de tweede keer de voorbije weken het vuur aan de lont staken. Het Chinese regime hield te lang het oude groeimodel overeind door excessieve schuldcreatie, en heeft daarom nu de grootste moeite om over te schakelen op consumptiegedreven groei. De Chinese vertraging duwt andere ontluikende markten nog meer kopje-onder, en zelfs de crash van de olieprijs is op korte termijn geen goed nieuws voor de wereldeconomie, omdat de nadelen zich sneller manifesteren dan de voordelen. Het Internationaal Monetair Fonds verlaagde de groeiverwachting voor de wereldeconomie naar 3,3 procent in 2016, maar noteer dat de meest gehanteerde groeimodellen nauwelijks rekening houden met de fragiliteit van het financiële systeem en daarom al jaren hopeloos achter de feiten aanhollen. Houd ook de Amerikaanse economie in het oog, omdat de groei in het vierde kwartaal terugviel tot 1 procent en de vooruitlopende indicatoren verzwakken. Het kan een dipje zijn, maar een Amerikaanse recessie zou de financiële markten geen deugd doen, om het zacht uit te drukken.De markten tonen na jaren van nulrentes en een koortsachtige speurtocht naar rendement opnieuw schuimkoppen van overdrijving. De Amerikaanse beursindexen weerspiegelen nog hoge waarderingen, maar het is een veeg teken dat ze rusten op recordkoersen van een handvol zwaargewichten als Facebook en Nike, terwijl het doorsneeaandeel al sinds 2014 in een neerwaartse trend gevangen zit. De Europese beurzen zijn minder duur, maar het is weinig waarschijnlijk dat ze standhouden als Wall Street het begeeft. Ook op de kredietmarkten is het vet van de soep. Daar verraden stijgende risicopremies op de rommelkredieten dat de cyclus gekanteld is. Ook op de ontluikende markten heeft de instroom van buitenlands kapitaal plaats gemaakt voor kapitaalvlucht. "Historisch bekeken lijken de ontluikende markten op weg naar een grote crisis", zei de Amerikaanse econome Carmen Reinhart eind vorig jaar nog.Het hoeft niet zo'n vaart te lopen als in 2008. Misschien houden de centrale bankiers alle eieren nog een tijdje in de lucht. Misschien trekt de groei later dit jaar opnieuw wat aan. Maar de kwetsbaarheid van het systeem neemt toe. Hopelijk nemen de beleidsmakers de alarmsignaal van de markten goed ter harte.