Dit is mijn 42ste opiniebijdrage over de pensioenhervorming en de demografische vergrijzing in België. De eerste dateert van 2002. Tel daarbij tientallen interviews en een honderdtal lezingen over hetzelfde thema. Vermenigvuldig dat met een factor zoveel voor andere experts en opiniemakers. Leg daarbij riemen onderzoek: twintig jaarverslagen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, drie referentieboeken bij de denktank Itinera, een Bijbel geproduceerd door een officiële pensioencommissie in 2014, studies van banken, rapporten van universiteiten, instellingen en adviesorganen. Nog nooit is een hervorming zo beargumenteerd, gedocumenteerd, bediscussieerd, berekend en voorbereid dan de hervorming van de pensioenen in België. En ondanks al die inzichten, al dat debat, al die energie, heeft geen enkele regering de toekomst van de pensioenen veiliggesteld voor de realiteit van de verschralende demografie, de variërende loopbanen en de onzekere welvaartsgroei. Ongeacht de partijsamenstelling en ongeacht de economische context, blijkt onze democratie manifest onmachtig om de pensioenen te hervormen.

Sterker nog: de ambitie neemt af naarmate de urgentie toeneemt. Zowat twintig jaar geleden mikte België nog op een heus Generatiepact om de evenwichten te herstellen. Zovele legislaturen en gemiste kansen later krijgen we een mix van betere minimumpensioenen, deeltijdse pensioenen en een pensioenbonus voorgeschoteld. Terwijl de begrotingen bloedrood gaan, terwijl België in Europa achteroploopt met onhoudbare structurele tekorten, terwijl elke gedeelde visie over langer werken uitblijft, komt er hooguit een zoveelste minimumhervorming die de groei van de pensioenuitgaven per saldo alleen doet versnellen.

De politieke leiders die de pensioenen houdbaar moeten maken, beslissen om ze nog meer onhoudbaar te maken.

Voor zover het verleden en andere landen een leidraad zijn, weten we inderdaad dat een bonus zonder malus en een flexibelere uitloopbaan zonder strenge activering meer zullen kosten aan extra uitkeringen dan ze zullen opbrengen aan extra werken en bijdragen. Het Planbureau berekende al dat verhoogde minimumpensioenen miljarden nieuwe uitgaven op jaarbasis betekenen. De daadkracht van de federale politiek is dus zo afgegleden dat de enig haalbare pensioenhervorming een pensioenverhoging is. Dit is pensioensurrealisme ten top. De politieke leiders die de pensioenen houdbaar moeten maken, beslissen om ze nog meer onhoudbaar te maken.

Wat leert ons die catastrofe in slow motion? We wisten al dat ons land niet in staat is tot tijdig strategisch te besturen. De demografische vergrijzing is al decennialang voorspeld en in de beter geleide Europese landen dateren de grote pensioenhervormingen van de jaren negentig. Het dak verbouwen terwijl de zon schijnt, is aan ons niet besteed. We wisten al dat budgettaire zindelijkheid in België uitsluitend onder externe druk ontstaat. Alleen onder druk van een onmisbaar verklaard lidmaatschap van de euro is België er in mijn leven in geslaagd ordentelijk te besturen.

Wat we nu ontdekken, is de verregaande decadentie van de Belgische politieke praxis. Externe druk is er opnieuw. Een nieuwe koude oorlog die ons voor grote defensie- en veiligheidsuitgaven stelt. Een energietransitie gecombineerd met een Europese oorlog die gezinnen, bedrijven en overheden met torenhoge rekeningen confronteert. Het einde van de globalisering en de terugkeer van massief industrieel beleid, waarbij het kleine België moet opboksen tegen grootmachten voor zijn nieuwe welvaart. In die omstandigheden, met die voorgeschiedenis, is het saldo van de zoveelste politieke pensioenkermis decadent negatief. Een schijngevecht over een schijnhervorming die de toekomst opoffert voor het verleden. Een blamage die in een normaal land tot een regeringscrisis zou leiden.

Dit is mijn 42ste opiniebijdrage over de pensioenhervorming en de demografische vergrijzing in België. De eerste dateert van 2002. Tel daarbij tientallen interviews en een honderdtal lezingen over hetzelfde thema. Vermenigvuldig dat met een factor zoveel voor andere experts en opiniemakers. Leg daarbij riemen onderzoek: twintig jaarverslagen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, drie referentieboeken bij de denktank Itinera, een Bijbel geproduceerd door een officiële pensioencommissie in 2014, studies van banken, rapporten van universiteiten, instellingen en adviesorganen. Nog nooit is een hervorming zo beargumenteerd, gedocumenteerd, bediscussieerd, berekend en voorbereid dan de hervorming van de pensioenen in België. En ondanks al die inzichten, al dat debat, al die energie, heeft geen enkele regering de toekomst van de pensioenen veiliggesteld voor de realiteit van de verschralende demografie, de variërende loopbanen en de onzekere welvaartsgroei. Ongeacht de partijsamenstelling en ongeacht de economische context, blijkt onze democratie manifest onmachtig om de pensioenen te hervormen.Sterker nog: de ambitie neemt af naarmate de urgentie toeneemt. Zowat twintig jaar geleden mikte België nog op een heus Generatiepact om de evenwichten te herstellen. Zovele legislaturen en gemiste kansen later krijgen we een mix van betere minimumpensioenen, deeltijdse pensioenen en een pensioenbonus voorgeschoteld. Terwijl de begrotingen bloedrood gaan, terwijl België in Europa achteroploopt met onhoudbare structurele tekorten, terwijl elke gedeelde visie over langer werken uitblijft, komt er hooguit een zoveelste minimumhervorming die de groei van de pensioenuitgaven per saldo alleen doet versnellen. Voor zover het verleden en andere landen een leidraad zijn, weten we inderdaad dat een bonus zonder malus en een flexibelere uitloopbaan zonder strenge activering meer zullen kosten aan extra uitkeringen dan ze zullen opbrengen aan extra werken en bijdragen. Het Planbureau berekende al dat verhoogde minimumpensioenen miljarden nieuwe uitgaven op jaarbasis betekenen. De daadkracht van de federale politiek is dus zo afgegleden dat de enig haalbare pensioenhervorming een pensioenverhoging is. Dit is pensioensurrealisme ten top. De politieke leiders die de pensioenen houdbaar moeten maken, beslissen om ze nog meer onhoudbaar te maken.Wat leert ons die catastrofe in slow motion? We wisten al dat ons land niet in staat is tot tijdig strategisch te besturen. De demografische vergrijzing is al decennialang voorspeld en in de beter geleide Europese landen dateren de grote pensioenhervormingen van de jaren negentig. Het dak verbouwen terwijl de zon schijnt, is aan ons niet besteed. We wisten al dat budgettaire zindelijkheid in België uitsluitend onder externe druk ontstaat. Alleen onder druk van een onmisbaar verklaard lidmaatschap van de euro is België er in mijn leven in geslaagd ordentelijk te besturen.Wat we nu ontdekken, is de verregaande decadentie van de Belgische politieke praxis. Externe druk is er opnieuw. Een nieuwe koude oorlog die ons voor grote defensie- en veiligheidsuitgaven stelt. Een energietransitie gecombineerd met een Europese oorlog die gezinnen, bedrijven en overheden met torenhoge rekeningen confronteert. Het einde van de globalisering en de terugkeer van massief industrieel beleid, waarbij het kleine België moet opboksen tegen grootmachten voor zijn nieuwe welvaart. In die omstandigheden, met die voorgeschiedenis, is het saldo van de zoveelste politieke pensioenkermis decadent negatief. Een schijngevecht over een schijnhervorming die de toekomst opoffert voor het verleden. Een blamage die in een normaal land tot een regeringscrisis zou leiden.