Laat daarom iedereen die de subsidies aan de culturele sector verspilling vindt, noteren: het economische nut ervan is in verscheidene studies al bevestigd. Voor elke euro belastinggeld die in cultuur wordt gestoken, vloeit 2 tot 3 euro terug naar de economie. Reken daarbij de immateriële verdiensten en het spreekt voor zich dat het overheidsgeld dat naar cultuur vloeit beter als een nuttige investering wordt beschouwd dan als een welwillende aalmoes. Zodra Vlaanderen op die manier over cultuur denkt, kan het debat rationeler worden gevoerd. Al zal cultuur nooit een echte winstmachine worden, het is zeker een broedkamer van creatieve ondernemingszin en een katalysator voor een betere levenskwaliteit.

Cultuursubsidies zijn nuttige investeringen

Deze besparingsronde snijdt dieper dan een kaasschaaf. En als de sector daarmee op zijn tandvlees zit, bereidt hij zich het beste voor op een toekomst waar vanaf 2017 de middelen selectiever worden verdeeld. De ondernemingszin en het economische nut ten spijt, kent het cultuurbudget zoals elke investeringsportefeuille zijn limieten. Het komt erop aan de middelen goed te investeren.

Of het beleid de komende jaren die visie zal hanteren, valt af te wachten. Dat minister Gatz bij deze besparingsronde niet iedereen over dezelfde kam scheert, is hoopgevend. Dat hij vooral de grote instellingen ontziet, is dat veel minder. Hopelijk beseft de minister dat een degelijke investeerder zijn kapitaal spreidt over risicovolle initiatieven én gevestigde waarden.

Laat daarom iedereen die de subsidies aan de culturele sector verspilling vindt, noteren: het economische nut ervan is in verscheidene studies al bevestigd. Voor elke euro belastinggeld die in cultuur wordt gestoken, vloeit 2 tot 3 euro terug naar de economie. Reken daarbij de immateriële verdiensten en het spreekt voor zich dat het overheidsgeld dat naar cultuur vloeit beter als een nuttige investering wordt beschouwd dan als een welwillende aalmoes. Zodra Vlaanderen op die manier over cultuur denkt, kan het debat rationeler worden gevoerd. Al zal cultuur nooit een echte winstmachine worden, het is zeker een broedkamer van creatieve ondernemingszin en een katalysator voor een betere levenskwaliteit. Deze besparingsronde snijdt dieper dan een kaasschaaf. En als de sector daarmee op zijn tandvlees zit, bereidt hij zich het beste voor op een toekomst waar vanaf 2017 de middelen selectiever worden verdeeld. De ondernemingszin en het economische nut ten spijt, kent het cultuurbudget zoals elke investeringsportefeuille zijn limieten. Het komt erop aan de middelen goed te investeren. Of het beleid de komende jaren die visie zal hanteren, valt af te wachten. Dat minister Gatz bij deze besparingsronde niet iedereen over dezelfde kam scheert, is hoopgevend. Dat hij vooral de grote instellingen ontziet, is dat veel minder. Hopelijk beseft de minister dat een degelijke investeerder zijn kapitaal spreidt over risicovolle initiatieven én gevestigde waarden.