De luchthaven van Zaventem bezit een uitgebreide kunstcollectie, vooral beeldhouwwerken en schilderijen van Belgische kunstenaars, allemaal met luchtvaart of reizen als thema. Tot voor kort waren die werken vrij te bewonderen in de terminals, de vertrek- en aankomsthallen en rond het luchthavengebouw.
...

De luchthaven van Zaventem bezit een uitgebreide kunstcollectie, vooral beeldhouwwerken en schilderijen van Belgische kunstenaars, allemaal met luchtvaart of reizen als thema. Tot voor kort waren die werken vrij te bewonderen in de terminals, de vertrek- en aankomsthallen en rond het luchthavengebouw. Maar dat is definitief verleden tijd. Op 25 maart gaat de kunstcollectie onder de hamer bij het Antwerpse veilinghuis Campo & Campo. De verzameling bestaat uit ongeveer 120 werken van 74 kunstenaars. Daar zijn ronkende namen bij zoals Pierre Alechinsky, Jan Vanriet, Paul Van Hoeydonck, Jean-Michel Folon en Panamarenko, maar ook minder bekende artiesten met een veeleer beperkt palmares, zoals senator en Vlaams Parlementslid Rik Daems (Open Vld). "Misschien zijn niet alle werken even commercieel, al zal dat pas na de veiling blijken", zegt Guy Campo, de directeur van het veilinghuis. "In ieder geval zitten er wel enkele topwerken bij." Bijvoorbeeld het bronzen beeld Vliegen, een Magritte-achtige figuur met een vleugelhoofd, dat wordt gezien als een hoogtepunt in het oeuvre van de internationaal bekende kunstenaar Jean-Michel Folon. "Het zou me niet verbazen als dat werk 200.000 euro opbrengt." Waarom is de luchthavenuitbater ooit kunst beginnen te verzamelen? Voor een antwoord op die vraag moeten we terug naar de jaren tachtig. De luchthaven was toen nog een overheidsbedrijf met een capaciteit van 8 miljoen passagiers per jaar. Om het groeiende aantal reizigers op te vangen, moest een nieuwe terminal worden gebouwd. De regering had geen geld voor die miljardeninvestering en sprak de privésector aan. Het Masterplan van Herman De Croo, die minister van Verkeer was van 1981 tot 1988, legde de basis voor de uitbreiding van de luchthaven en de oprichting van BATC (Brussels Airport Terminal Company). Die privéonderneming werd belast met de bouw en het beheer van de nieuwe terminal, die in 1994 feestelijk geopend is. Bij investeringen in een publiek gebouw was er een wettelijke verplichting een klein percentage van de bouwkosten te investeren in kunstwerken. De investering in de luchthaven was zo groot dat het aan kunst te besteden bedrag opliep. Tot groot genoegen van Herman De Croo, die eerder al kunst had aangekocht voor enkele Brusselse metrostations. "Ik ben er nog altijd trots op dat we van onze provinciale luchthaven een luchthaven hebben gemaakt die het internationaal goed doet. En die kunstcollectie was voor mij de kers op de taart. Ik vond het mooi dat we de eindeloos lange gangen konden opfleuren met interessante beelden, en dat mensen tijdens het wachten aan de bagageband konden genieten van kleurrijke schilderijen. Een luchthaven mag gerust een uitstalraam zijn van wat een land aan creatiefs te bieden heeft. En welk museum brengt zo veel miljoenen mensen in contact met kunst?" Vele jaren was de collectie vrij te bewonderen op de luchthaven. Een groot deel van de werken was te zien op een prominente plaats. In de vertrekhal stond een werk van Panamarenko, tussen de reclamepanelen en de vluchtinformatie. Naar verluidt werd het daar geplaatst op verzoek van de kunstenaar zelf, die vond dat het op die drukke plek beter tot zijn recht kwam dan op de rustige plek die de luchthaven oorspronkelijk voor zijn werk had gereserveerd. Ook de geleide bezoeken waren in trek. "Maar die werden steeds moeilijker te organiseren, vanwege de strengere veiligheidsvoorschriften", aldus De Croo. In 1998 smolt BATC samen met een deel van de Regie der Luchtwegen tot BIAC (Brussels International Airport Company). BIAC erfde de kunstcollectie en riep de stichting Artport in het leven, die de aankoop, het beheer, de promotie en het onderhoud van de kunstcollectie op zich nam. Nadat BIAC in 2004 was omgedoopt tot Brussels Airport Company, zat de kunstcollectie nog altijd in het patrimonium, maar de nieuwe directie zag het blijkbaar minder als een taak van een luchthaven om kunst te verzamelen. Ze besliste uiteindelijk de collectie te veilen voor het goede doel. Plaatsgebrek is de reden voor de verkoop, zegt Anke Fransen, de woordvoerster van Brussels Airport. "Het zijn monumentale werken, die veel plaats innemen. Door de opeenvolgende verbouwingen van de luchthaven hebben we sinds 2013 al heel wat kunstwerken uit de terminals weggehaald en ondergebracht in het depot." De kunstwerken vragen plaats, terwijl elke vierkante meter in de luchthaven goud waard is. En in tijden van terrorismedreiging zijn de verzekeringspolissen voor de kunstwerken wellicht ook duur. Bij de aanslagen van 22 maart 2016 zijn een paar werken beschadigd geraakt, waaronder het beeldhouwwerk Flight in Mind van Olivier Strebelle, dat tot dan een vaste waarde was in de vertrekhal. Na de restauratie kreeg het een plek als memoriaal in het herdenkingspark langs de toegangsweg naar de luchthaven, waar het zal blijven staan. Ook De man die de wolken meet van Jan Fabre, die op het dak van de brandweerkazerne van de luchthaven staat, wordt niet verkocht, net zoals twee andere moeilijk te transporteren werken. Herman De Croo betreurt de verkoop enigszins. "Ik respecteer de beslissing uiteraard. Maar ik vrees dat de luchthaven daarmee aan aantrekkelijkheid inboet. Passagiers komen er natuurlijk in de eerste plaats om te reizen, maar ik denk dat mensen schoonheid appreciëren, in iedere situatie. Al ligt het misschien het ook aan de veranderde smaak. Mensen wonen tegenwoordig graag in van die sobere minimalistische kubussen met kale witte muren" ( lacht). Campo & Campo hoopt tussen 500.000 en 1 miljoen euro op te halen met de benefietveiling. "Of misschien nog iets meer, want de belangstelling voor de collectie is groot", voelt Guy Campo. "Dat de kunstverzameling van onze nationale luchthaven onder de hamer gaat, is dan ook een historische kans. Dat miljoenen mensen in de loop der jaren voorbij zijn gelopen aan de werken uit die bekende collectie, vergroot hun waarde nog. We verwachten dan ook niet alleen interesse van ons vaste cliënteel en van verzamelaars, maar ook van andere luchthavens en grote bedrijven." Die bedrijven hebben het beste voldoende plaats, want alle stukken zijn in opdracht van de luchthaven gemaakt op de maat van de enorme luchthavenzalen. De opbrengst van de veiling gaat naar een fonds dat het geld zal verdelen over verschillende goede doelen. De directie van Schiphol in Nederland blijft wel geloven in het concept van de luchthaven als kunstetalage. "Niemand wacht graag op een luchthaven", zegt Marianne de Bie, adviseur bij de afdeling corporate communicatie van Amsterdam Airport Schiphol. "Daarom zetten wij alle middelen in om dat wachten zo aangenaam mogelijk te maken voor de passagiers. Met lekker eten, mooie winkels en andere faciliteiten. En met kunst." Kunst was altijd al belangrijk voor Schiphol. "Toen de luchthaven nog op haar eerste locatie zat en een stuk kleiner was, hing er al kunst aan de muur. In 1967 zijn we verhuisd naar de huidige, veel grotere locatie. Die nieuwe luchthaven werd gebouwd met veel aandacht voor architectuur, inrichting en design. Ook kunst kreeg daarin een plaats." "Toen zijn we begonnen een eigen kunstcollectie samen te stellen. In plaats van bestaande kunstwerken aan te kopen gaven we kunstenaars de opdracht een werk te maken, speciaal voor de locaties op Schiphol." Schiphol bezit ondertussen een collectie van een honderdtal kunstwerken van bekende en minder bekende kunstenaars. De meeste zijn Nederlanders. Het merendeel is te zien in de openbare ruimte, voor en na de securitycontrole. De werken worden aangekocht door een speciale kunstcommissie, die bestaat uit directieleden van Schiphol en specialisten uit de kunstwereld. "Deze luchthaven is een van de grootste drie van Europa. We hebben de ambitie hier te tonen wat Nederland in huis heeft", aldus De Bie. "Ook omdat wij als belangrijk Europees knooppunt voor het luchtverkeer heel wat transitreizigers over de vloer krijgen. Hun vluchtige bezoek aan ons land beperkt zich tot Schiphol, maar in die korte tijd willen we hen graag tonen wat Nederland te bieden heeft. Het is ook een manier om ons te onderscheiden, want alle luchthavens lijken op elkaar." Sinds begin jaren 2000 kunnen passagiers op Schiphol ook een selectie werken uit de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam zien. "Het Rijksmuseum bezit een indrukwekkende collectie schilderijen van beroemde Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw", vertelt De Bie. "Die zijn een unique sellingpoint voor Nederland als toeristisch land. Rond de eeuwwisseling hadden we een staatssecretaris voor Cultuur die het initiatief nam kunst naar de mensen te brengen in plaats van mensen naar de kunst. De drempels van de musea moesten worden weggenomen. Kunstwerken tentoonstellen op de luchthaven paste perfect in die filosofie, en tegelijk hoopten wij dat het contact met de kunstwerken transitreizigers zou prikkelen om de volgende keer wel enkele dagen in Nederland te blijven." Het museum bevindt zich op de Holland Boulevard, een verbindingspassage waar zowat iedere reiziger voorbij moet. "Daar zijn momenteel werkzaamheden aan het dak bezig, en voor de veiligheid hebben we de kunstwerken tijdelijk weggehaald. Maar we hopen ze tegen de zomer te kunnen terugplaatsen." Marianne de Bie en haar collega's zijn onder de indruk van de kunstcollectie van Brussels Airport. "Er zijn prachtige werken bij." Niet dat ze echter een bod overwegen. "Wij blijven trouw aan onze manier van werken, waarbij we kunstenaars vragen een werk speciaal voor Schiphol te creëren."