De NBB-indicator die het consumentenvertrouwen peilt, is gezakt van -9 in maart naar -26 in april. Dat is de grootste daling ooit van het vertrouwen van de gezinnen. De indicator zit nu dicht bij het historisch dieptepunt. Dat dieptepunt werd bereikt in januari en augustus 1985 (-28), blijkt uit cijfers op de website van de Nationale Bank.

Zowel de vooruitzichten van de consument over de algemene economische situatie (van -28 naar -47) als over de werkloosheid (van 16 naar 60 - een stijging wijst in dit geval op een ongunstige evolutie) zijn ingestort. Nooit eerder waren gezinnen zo pessimistisch over de economische situatie van ons land. Ook is er grote ongerustheid over de financiële situatie (van 1 naar -6) van de gezinnen de komende twaalf maanden. Enkel de spaarvooruitzichten blijven intact (van 8 naar 9).

De Nationale Bank peilde deze maand ook specifiek naar de gevolgen van de coronacrisis. Die vragen tonen aan dat ongeveer één op de acht gezinnen 'uiterst kwetsbaar' is voor de crisis, met een inkomensverlies van ten minste 10 procent en slechts een kleine spaarbuffer.

Concreet zegt een derde van de gezinnen inkomensverlies te lijden door de coronacrisis: 6 procent zegt minder dan 10 pct inkomen te verliezen, 14 procent denkt tussen 10 en 30 procent inkomen te verliezen, 6 procent tussen 30 en 50 procent en 7 procent gaat uit van een inkomensverlies met meer dan de helft.

Iets minder dan een derde (31 procent) beschikt amper over een spaarbuffer om noodzakelijke uitgaven te dekken: 20 procent beschikt over een spaarbuffer om 1 tot 3 maanden te overbruggen, en 11 procent heeft niet eens genoeg spaargeld om voor 1 maand in levensonderhoud te voorzien. Daarentegen zegt 69 procent wel langer dan 3 maanden te kunnen overbruggen met spaargeld.

null, NBB
null © NBB
De NBB-indicator die het consumentenvertrouwen peilt, is gezakt van -9 in maart naar -26 in april. Dat is de grootste daling ooit van het vertrouwen van de gezinnen. De indicator zit nu dicht bij het historisch dieptepunt. Dat dieptepunt werd bereikt in januari en augustus 1985 (-28), blijkt uit cijfers op de website van de Nationale Bank. Zowel de vooruitzichten van de consument over de algemene economische situatie (van -28 naar -47) als over de werkloosheid (van 16 naar 60 - een stijging wijst in dit geval op een ongunstige evolutie) zijn ingestort. Nooit eerder waren gezinnen zo pessimistisch over de economische situatie van ons land. Ook is er grote ongerustheid over de financiële situatie (van 1 naar -6) van de gezinnen de komende twaalf maanden. Enkel de spaarvooruitzichten blijven intact (van 8 naar 9). De Nationale Bank peilde deze maand ook specifiek naar de gevolgen van de coronacrisis. Die vragen tonen aan dat ongeveer één op de acht gezinnen 'uiterst kwetsbaar' is voor de crisis, met een inkomensverlies van ten minste 10 procent en slechts een kleine spaarbuffer. Concreet zegt een derde van de gezinnen inkomensverlies te lijden door de coronacrisis: 6 procent zegt minder dan 10 pct inkomen te verliezen, 14 procent denkt tussen 10 en 30 procent inkomen te verliezen, 6 procent tussen 30 en 50 procent en 7 procent gaat uit van een inkomensverlies met meer dan de helft. Iets minder dan een derde (31 procent) beschikt amper over een spaarbuffer om noodzakelijke uitgaven te dekken: 20 procent beschikt over een spaarbuffer om 1 tot 3 maanden te overbruggen, en 11 procent heeft niet eens genoeg spaargeld om voor 1 maand in levensonderhoud te voorzien. Daarentegen zegt 69 procent wel langer dan 3 maanden te kunnen overbruggen met spaargeld.