Dat blijkt uit cijfers die het Instituut voor de nationale rekeningen maandag publiceerde.

"De huishoudens vertonen opnieuw de neiging om meer te sparen", aldus het instituut in een persbericht, "zonder evenwel weer aan te knopen met de zeer sterke spaarneiging waarvan ze hadden blijk gegeven op het hoogtepunt van de financiële en economische crisis". Toen lag de spaarquote rond 18 à 19 procent.

De spaarquote is afhankelijk van het inkomen van de gezinnen en van de consumptie. Het (bruto beschikbare inkomen) van de huishoudens steeg tijdens het derde kwartaal met 1,4 procent, vooral dankzij een stijging van de werknemersvergoedingen, zo luidt het. De consumptie steeg in dezelfde periode met 0,6 procent.

Dat blijkt uit cijfers die het Instituut voor de nationale rekeningen maandag publiceerde. "De huishoudens vertonen opnieuw de neiging om meer te sparen", aldus het instituut in een persbericht, "zonder evenwel weer aan te knopen met de zeer sterke spaarneiging waarvan ze hadden blijk gegeven op het hoogtepunt van de financiële en economische crisis". Toen lag de spaarquote rond 18 à 19 procent. De spaarquote is afhankelijk van het inkomen van de gezinnen en van de consumptie. Het (bruto beschikbare inkomen) van de huishoudens steeg tijdens het derde kwartaal met 1,4 procent, vooral dankzij een stijging van de werknemersvergoedingen, zo luidt het. De consumptie steeg in dezelfde periode met 0,6 procent.