De spaarquote is het aandeel van het beschikbaar inkomen dat niet gebruikt wordt om uitgaven te doen. In 2009 spaarde de Belg nog gemiddeld 18,3 procent van zijn inkomen. In 2008 was dat aandeel gezakt tot 17 procent.

Hoewel er in vergelijking met 2009 een lager quote werd genoteerd, was er in de loop van 2010 wel een toename merkbaar. Terwijl er begin 2010 nog een gemiddelde spaarquote van 16,2 procent werd opgetekend, steeg dat tegen het einde van het jaar al tot 18,2 procent. Het Belgische gezin is dus meer beginnen te sparen, en komt daarmee stilaan op het peil van voor de wereldwijde economische crisis.

De investeringsquote van de Belgische gezinnen - dat zijn de uitgaven die aanleiding geven tot een verhoging van het onroerend vermogen via bouw of renovatie - bedroeg over het volledige jaar 2010 gemiddeld 9,6 procent tegenover 10,1 procent in 2009.

De spaarquote is het aandeel van het beschikbaar inkomen dat niet gebruikt wordt om uitgaven te doen. In 2009 spaarde de Belg nog gemiddeld 18,3 procent van zijn inkomen. In 2008 was dat aandeel gezakt tot 17 procent. Hoewel er in vergelijking met 2009 een lager quote werd genoteerd, was er in de loop van 2010 wel een toename merkbaar. Terwijl er begin 2010 nog een gemiddelde spaarquote van 16,2 procent werd opgetekend, steeg dat tegen het einde van het jaar al tot 18,2 procent. Het Belgische gezin is dus meer beginnen te sparen, en komt daarmee stilaan op het peil van voor de wereldwijde economische crisis.De investeringsquote van de Belgische gezinnen - dat zijn de uitgaven die aanleiding geven tot een verhoging van het onroerend vermogen via bouw of renovatie - bedroeg over het volledige jaar 2010 gemiddeld 9,6 procent tegenover 10,1 procent in 2009.