In het eerste en tweede kwartaal bedroeg de spaarquote respectievelijk 15,4 en 15,8 procent. In het derde kwartaal 2011 nam het bruto beschikbaar inkomen van de Belgische huishoudens toe met 2 procent, hoofdzakelijk als gevolg van de stijging van de bezoldigingen. Tegelijk vertraagden de consumptie-uitgaven van de huishoudens van 1,3 tot 0,3 procent.

De investeringsuitgaven van de huishoudens, die voornamelijk betrekking hebben op bouw en renovatie van woningen, werden met 0,8 procent teruggeschroefd tegenover het voorgaande kwartaal. De investeringsquote daalde naar 9,5 procent tegenover 9,7 procent in het tweede kwartaal. (Belga/BO)

In het eerste en tweede kwartaal bedroeg de spaarquote respectievelijk 15,4 en 15,8 procent. In het derde kwartaal 2011 nam het bruto beschikbaar inkomen van de Belgische huishoudens toe met 2 procent, hoofdzakelijk als gevolg van de stijging van de bezoldigingen. Tegelijk vertraagden de consumptie-uitgaven van de huishoudens van 1,3 tot 0,3 procent. De investeringsuitgaven van de huishoudens, die voornamelijk betrekking hebben op bouw en renovatie van woningen, werden met 0,8 procent teruggeschroefd tegenover het voorgaande kwartaal. De investeringsquote daalde naar 9,5 procent tegenover 9,7 procent in het tweede kwartaal. (Belga/BO)