Dat berekende het Baselcomité voor het Banktoezicht donderdag. De normen die de kapitaalvereisten voor banken vastleggen, zijn effectief pas tien jaar later -na een overgangsperiode- van kracht.

Het Baselcomité, dat gevestigd is bij de Bank voor Internationale Betalingen (BRI), onthulde op zijn website een impactstudie van Basel III bij 263 instellingen in de wereld.

Een van de belangrijkste maatregelen van Basel III houdt in dat de instellingen voor 1 januari 2019 een ratio eigen vermogen (sociaal kapitaal en niet-verdeelde winst) van 7 procent moeten hebben, in vergelijking met hun verplichtingen. Met andere woorden, er moet 7 euro geblokkeerd staan voor iedere 100 euro die geleend wordt. Het huidige verplichte niveau bedraagt 2 procent.

De opstellers van de studie gingen voor hun berekeningen uit van het principe dat het criterium al eind 2009 was toegepast bij twee soorten bankgroepen.

De eerste omvat 94 grote, gediversifieerde en internationale instellingen (met een kapitaal boven de 3 miljard euro). Eind 2009 zou die groep 577 miljard euro nodig hebben gehad. De tweede omvat 169 andere banken, en zou 25 miljard euro nodig gehad hebben.

Dat berekende het Baselcomité voor het Banktoezicht donderdag. De normen die de kapitaalvereisten voor banken vastleggen, zijn effectief pas tien jaar later -na een overgangsperiode- van kracht. Het Baselcomité, dat gevestigd is bij de Bank voor Internationale Betalingen (BRI), onthulde op zijn website een impactstudie van Basel III bij 263 instellingen in de wereld. Een van de belangrijkste maatregelen van Basel III houdt in dat de instellingen voor 1 januari 2019 een ratio eigen vermogen (sociaal kapitaal en niet-verdeelde winst) van 7 procent moeten hebben, in vergelijking met hun verplichtingen. Met andere woorden, er moet 7 euro geblokkeerd staan voor iedere 100 euro die geleend wordt. Het huidige verplichte niveau bedraagt 2 procent. De opstellers van de studie gingen voor hun berekeningen uit van het principe dat het criterium al eind 2009 was toegepast bij twee soorten bankgroepen. De eerste omvat 94 grote, gediversifieerde en internationale instellingen (met een kapitaal boven de 3 miljard euro). Eind 2009 zou die groep 577 miljard euro nodig hebben gehad. De tweede omvat 169 andere banken, en zou 25 miljard euro nodig gehad hebben.