René Moos droomde van een carrière als professionele tennisser. Als kind was hij de nummer één in Nederland. Op zijn zestiende stopte hij met school en trok hij naar de Verenigde Staten om er te trainen met de wereldtop. Op zijn achttiende begon een nomadenbestaan als proftennisser, maar internationale topprestaties bleven uit. Op zijn eenentwintigste trok Moos de stekker uit zijn spelerscarrière, mede omdat hij door zijn geld heen was, en werd hij tennisleraar. "Ik had geen school afgemaakt, en je moet toch wat", klinkt het. Later richtte Moos ook zijn eigen tennisclub op, die hij samen met zijn kompaan Dennis Aarts uitbouwde tot een complex van 24 banen, waaraan hij fitness- en andere faciliteiten toevoegde. "Het was hard werken en weinig verdienen", zei hij daarover in een interview in De Telegraaf. Moos en Aarts bouwden hun tennisimperium uit tot acht c...

René Moos droomde van een carrière als professionele tennisser. Als kind was hij de nummer één in Nederland. Op zijn zestiende stopte hij met school en trok hij naar de Verenigde Staten om er te trainen met de wereldtop. Op zijn achttiende begon een nomadenbestaan als proftennisser, maar internationale topprestaties bleven uit. Op zijn eenentwintigste trok Moos de stekker uit zijn spelerscarrière, mede omdat hij door zijn geld heen was, en werd hij tennisleraar. "Ik had geen school afgemaakt, en je moet toch wat", klinkt het. Later richtte Moos ook zijn eigen tennisclub op, die hij samen met zijn kompaan Dennis Aarts uitbouwde tot een complex van 24 banen, waaraan hij fitness- en andere faciliteiten toevoegde. "Het was hard werken en weinig verdienen", zei hij daarover in een interview in De Telegraaf. Moos en Aarts bouwden hun tennisimperium uit tot acht clubs, en fuseerden die in 2004 met de drie sportclubs van Moos' vroegere tennismaatje Eric Wilborts, die het net als Moos tot professional had geschopt. De clubs van Wilborts heetten HealthCity, wat de naam werd voor alle clubs van het gezelschap.Een jaar later stapte de investeringsmaatschappij Waterland in HealthCity. "We hadden geld nodig om de groep uit te breiden", zegt Moos. "We verkochten 30 procent en namen in twee jaar 75 clubs over. Daarna was het geld weer op, dus verkochten Wilborts en ik nog eens 20 procent. In 2009 namen Moos en Wilborts dankzij de oorlogskas van Waterland de Nederlandse lowbudgetspeler Basic-Fit over, toen goed voor 28 vestigingen. Een jaar later namen ze de 57 Benelux-vestigingen van concurrent Fitness First over, en in 2011 de 45 vestigingen in Frankrijk, Spanje en Italië.Maar in 2013 wilde Waterland uit HealthCity stappen. Met de hulp van de banken kochten Moos en Wilborts hun belang terug. Niet veel later verwierf de Britse durfkapitaalgroep 3i een meerderheidsbelang van 55 procent in Basic-Fit. Die operatie waardeerde Basic-Fit toen op 280 miljoen euro. HealthCity werd vakkundig uit die deal gehouden en steeds nadrukkelijker gepositioneerd als een luxefitnessmerk. Wilborts heeft er nog steeds de leiding over, terwijl Moos zich voltijds bezighoudt met Basic-Fit.Dat ook 3i zou opteren voor een exit, stond in de sterren geschreven. Vorige week kwam de aankondiging dat Basic-Fit naar de beurs zou trekken, ondanks interesse van vier andere investeringsmaatschappijen. "We zijn al een jaar met de beursgang bezig", zegt Moos. "We hebben nu tien jaar een private-equitypartner gehad en hebben veel geleerd, zeker van 3i. Natuurlijk hadden we nog een keer kunnen samenwerken met een private-equitybedrijf, maar wij geven hier de voorkeur aan", zegt Moos. "Bovendien is een beursgang goed voor de naamsbekendheid." En wellicht is dat ook net iets lucratiever. Volgens het Nederlandse blad Quote kan de beursgang ruim 1 miljard euro opbrengen. Dat zou betekenen dat Moos en Wilborts, die via hun holding 42,75 procent in Basic-Fit controleren, elk een fortuin opstrijken als ze al hun aandelen verkopen.Basic-Fit is actief in vier landen. België, waar het sinds eind 2006 present is, telt 145 clubs. Nederland heeft er 140, Frankrijk 32 en Spanje 26. Vooral in Frankrijk ziet Moos groeipotentieel. "Daar kunnen we nog 400 clubs openen. Maar 7 procent van de bevolking daar doet aan fitness. In Scandinavië is dat meer dan 20 procent, in de Verenigde Staten 16 à 17 procent en in Nederland 16 procent. In België hebben we het grootste marktaandeel. 800.000 Belgen fitnessen, meer dan de helft bij ons", zegt Moos, die steile ambities koestert. "Een nieuwe club kost gemiddeld 1 miljoen euro. We hebben er nu 351, en willen in de komende paar jaar gemiddeld per jaar 65 tot 75 nieuwe clubs openen. De ambitie is door te groeien naar ruim 1000 clubs in de landen waar we actief zijn, en op termijn kunnen we ook uitbreiden naar andere landen."Moos heeft een onwrikbaar vertrouwen in de toekomst, ondanks de dunne marges in een budgetketen als Basic-Fit. "Als je voldoende schaal hebt, is dat niet erg. De marketing en het hoofdkantoor zijn al betaald voor elke nieuwe Basic-Fit, en we kunnen onze apparatuur groot inkopen", zegt Moos, die Basic-Fit ook na de beursgang wil blijven leiden. "De rol van CEO heb ik al dertig jaar, en die vind ik leuk", klinkt het. "Dus ga ik vanaf nu met plezier de kwartaalcijfers presenteren."