Het tussentijdse en vooralsnog niet aangenomen akkoord had voor veel bedrijven weinig veranderd. Het had bijvoorbeeld gekund dat de intracommunautaire transacties voorlopig gewoon waren blijven bestaan. Dat bedrijven hebben afgewacht, is dus begrijpelijk. De belangrijkste opdracht tegen de deadline van 29 maart is het in kaart brengen van de logistieke stromen. Stel u een situatie voor waarin een Belgisch bedrijf goederen verkoopt aan een klant in het VK. De factuur komt uit België, maar de goederen komen rechtstreeks via een leverancier uit Nederland. Dan moet u vanaf de brexit heel goed de vraag stellen wie als uitvoerder en invoerder optreedt, om onaangename verrassingen te vermijden. Een ander voorbeeld is dat van Belgische maakloonbedrijven die aan de slag gaan met goederen uit het VK. De ontvangst van die goederen verloopt vandaag zonder douaneformaliteiten, maar na de brexit moet u die goederen aangeven bij de douane, zowel bij binnenkomst in België als bij de wederuitvoer naar het VK. U betaalt douanerechten zonder voorkeurstarieven. Vermeldt u niet goed dat het om maakloonwerk gaat, dan betaalt u invoer- en uitvoerrechten.

Het is het goed om ook te definiëren wat de verplichtingen van elke betrokkene zijn.

De stromen in kaart brengen is een goede eerste stap, maar om zulke problemen te vermijden, is het goed ook te definiëren wat de verplichtingen van elke betrokkene zijn. Bijkomend kunt u ook kijken welke vereenvoudigingen mogelijk zijn, zoals de specifieke procedures voor maakloonwerkers bijvoorbeeld. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat enkel rechten moeten worden betaald op de waarde die is toegevoegd aan het product. Via samenwerkingen rond productie in Azië of Turkije hebben veel bedrijven al zo'n ervaring opgedaan met het reduceren van de kosten van handelen met landen van buiten de Europese Unie, maar mogelijks wordt die wijze van handelen nu ook relevant voor handel met het VK.

Een interessante vraag is of die redenering ook opgaat voor diensten. De verschuldigdheid van btw op diensten hangt samen met de plaats van de dienst. Voor het merendeel van diensten is het land waar de ontvanger van de dienst is gevestigd, ook de plaats van de dienst. De klant dient dan de btw te voldoen. Bij een Britse klant blijft de plaats het VK, maar de Belgische leverancier zal dit op een andere manier in zijn btw-aangifte moeten vermelden. Niet langer als intracommunautaire dienst, maar via een code die misschien nog niet in de rapporteringssoftware zit. Zelfs als dienstenleverancier is het dus raadzaam te bekijken of de facturering de juiste btw-code bevat. Maar in essentie blijft de redenering gelijk aan die van de goederen: breng in kaart waar de diensten vertrekken en terechtkomen, en bepaal daarna wie op basis daarvan al dan niet nieuwe of bijkomende verplichtingen krijgt.

Erwin Boumans

Tax Partner bij BDO Belastingconsulenten

Het tussentijdse en vooralsnog niet aangenomen akkoord had voor veel bedrijven weinig veranderd. Het had bijvoorbeeld gekund dat de intracommunautaire transacties voorlopig gewoon waren blijven bestaan. Dat bedrijven hebben afgewacht, is dus begrijpelijk. De belangrijkste opdracht tegen de deadline van 29 maart is het in kaart brengen van de logistieke stromen. Stel u een situatie voor waarin een Belgisch bedrijf goederen verkoopt aan een klant in het VK. De factuur komt uit België, maar de goederen komen rechtstreeks via een leverancier uit Nederland. Dan moet u vanaf de brexit heel goed de vraag stellen wie als uitvoerder en invoerder optreedt, om onaangename verrassingen te vermijden. Een ander voorbeeld is dat van Belgische maakloonbedrijven die aan de slag gaan met goederen uit het VK. De ontvangst van die goederen verloopt vandaag zonder douaneformaliteiten, maar na de brexit moet u die goederen aangeven bij de douane, zowel bij binnenkomst in België als bij de wederuitvoer naar het VK. U betaalt douanerechten zonder voorkeurstarieven. Vermeldt u niet goed dat het om maakloonwerk gaat, dan betaalt u invoer- en uitvoerrechten.De stromen in kaart brengen is een goede eerste stap, maar om zulke problemen te vermijden, is het goed ook te definiëren wat de verplichtingen van elke betrokkene zijn. Bijkomend kunt u ook kijken welke vereenvoudigingen mogelijk zijn, zoals de specifieke procedures voor maakloonwerkers bijvoorbeeld. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat enkel rechten moeten worden betaald op de waarde die is toegevoegd aan het product. Via samenwerkingen rond productie in Azië of Turkije hebben veel bedrijven al zo'n ervaring opgedaan met het reduceren van de kosten van handelen met landen van buiten de Europese Unie, maar mogelijks wordt die wijze van handelen nu ook relevant voor handel met het VK.Een interessante vraag is of die redenering ook opgaat voor diensten. De verschuldigdheid van btw op diensten hangt samen met de plaats van de dienst. Voor het merendeel van diensten is het land waar de ontvanger van de dienst is gevestigd, ook de plaats van de dienst. De klant dient dan de btw te voldoen. Bij een Britse klant blijft de plaats het VK, maar de Belgische leverancier zal dit op een andere manier in zijn btw-aangifte moeten vermelden. Niet langer als intracommunautaire dienst, maar via een code die misschien nog niet in de rapporteringssoftware zit. Zelfs als dienstenleverancier is het dus raadzaam te bekijken of de facturering de juiste btw-code bevat. Maar in essentie blijft de redenering gelijk aan die van de goederen: breng in kaart waar de diensten vertrekken en terechtkomen, en bepaal daarna wie op basis daarvan al dan niet nieuwe of bijkomende verplichtingen krijgt.