In de eerste helft van 2016 haalden deze start-ups mooie bedragen op: 2,1 miljoen euro voor Ontoforce, 1,9 miljoen euro voor Molecubes en 1,5 miljoen euro voor PieSync. Naast die drie Gentse bedrijven haalden het Leuvense Datacamp en het Brusselse Seaters in het buitenland elk een miljoen dollar vervolgfinanciering op.

Ontoforce is een zoekplatform voor biotechbedrijven. Molecubes ontwikkelde een beeldvormingsplatform waarmee onderzoekers biologische processen beter in beeld kunnen brengen. PieSync synchroniseert gegevens in de cloud, DataCamp biedt trainingen over data-analyse aan en Seaters maakte software waarmee eventorganisatoren ervoor kunnen zorgen dat de lege zitjes alsnog worden verkocht.

IStart

Alle vijf volgden de startende technologiebedrijven het iStart-programma van het digitale onderzoekscentrum iMinds. Sinds de start in 2011 begeleidde iStart meer dan honderd beginnende bedrijven, die nu samen goed zijn voor meer dan 400 voltijdse banen.

Internationaal gooit iMinds met dat incubatieprogramma hoge ogen, vooral voor het aantrekken van externe vervolgfinanciering. Dat bleek vorig jaar uit de Zweedse UBI Index, die meer dan 500 universiteitsincubatoren ter wereld doorlicht. Elke euro die iMinds investeert is een hefboom voor gemiddeld 7,94 euro externe financieringen. Volgens Omar Mohout, professor ondernemerschap aan de Antwerp Management School, bewijzen de cijfers dat iMinds meespeelt in de Champion's League van de acceleratieprogramma's, samen met bekende namen als Seedcamp, Techstars, Y Combinator en 500 Startups.

Robuust

Dat Belgische bedrijven nu vlotter dan vroeger risicokapitaal tussen 1 en 2 miljoen euro ophalen, heeft er zeker ook mee te maken dat het Belgische start-uplandschap de afgelopen jaren robuuster is geworden, beaamt Sven De Cleyn, directeur van het acceleratieprogramma iStart bij iMinds. "Het Belgische ecosysteem is enorm geëvolueerd, mede onder invloed van de dalende rentevoeten van spaar- en beleggingsproducten. Mensen gaan op zoek naar alternatieven." Toch is het niet alleen te danken aan het ecosysteem dat deze vijf start-ups die bedragen ophaalden, gaat hij verder. "Het is geen toevalstreffer. In een wereldwijde vergelijking hoort iMinds bij de top van de wereld."

Dat succes wordt verklaard door een combinatie van factoren. Slechts één op vijf kandidaten overleeft de screening bij het iStart-programma. "Heel belangrijk bij de selectie is dat een start-up al van aan het begin, latent of expliciet, inspeelt op een duidelijke marktbehoefte en internationaal potentieel heeft", legt De Cleyn uit. Naast de strenge selectie is ook de begeleiding een troef, meteen ook een verschil met enkele buitenlandse programma's. "Y Combinator en Techstars werken een beetje anders omdat ze vooral focussen op het pitchen, terwijl wij langer ondersteuning geven en ook de business mee goed proberen te zetten."

Klassieke mix

De meest in het oog springende factor blijft evenwel de hulp aan ondernemers om lefgeld op te halen. "We organiseren workshops voor de starters en we vestigen de aandacht van investeerders op de start-ups die we begeleiden", legt Sven De Cleyn uit. "Bij de meeste van die start-ups is de financiering een klassieke mix van businessangels en risicokapitalisten, crowdfunding is nog heel beperkt. Wel zie je dat een aantal start-ups klassieke bancaire producten zoals werkingskredieten begint aan te trekken. In het geval van Datacamp en Seaters gaat het niet alleen om Belgische, maar ook om internationale investeerders."

In de eerste helft van 2016 haalden deze start-ups mooie bedragen op: 2,1 miljoen euro voor Ontoforce, 1,9 miljoen euro voor Molecubes en 1,5 miljoen euro voor PieSync. Naast die drie Gentse bedrijven haalden het Leuvense Datacamp en het Brusselse Seaters in het buitenland elk een miljoen dollar vervolgfinanciering op. Ontoforce is een zoekplatform voor biotechbedrijven. Molecubes ontwikkelde een beeldvormingsplatform waarmee onderzoekers biologische processen beter in beeld kunnen brengen. PieSync synchroniseert gegevens in de cloud, DataCamp biedt trainingen over data-analyse aan en Seaters maakte software waarmee eventorganisatoren ervoor kunnen zorgen dat de lege zitjes alsnog worden verkocht.Alle vijf volgden de startende technologiebedrijven het iStart-programma van het digitale onderzoekscentrum iMinds. Sinds de start in 2011 begeleidde iStart meer dan honderd beginnende bedrijven, die nu samen goed zijn voor meer dan 400 voltijdse banen. Internationaal gooit iMinds met dat incubatieprogramma hoge ogen, vooral voor het aantrekken van externe vervolgfinanciering. Dat bleek vorig jaar uit de Zweedse UBI Index, die meer dan 500 universiteitsincubatoren ter wereld doorlicht. Elke euro die iMinds investeert is een hefboom voor gemiddeld 7,94 euro externe financieringen. Volgens Omar Mohout, professor ondernemerschap aan de Antwerp Management School, bewijzen de cijfers dat iMinds meespeelt in de Champion's League van de acceleratieprogramma's, samen met bekende namen als Seedcamp, Techstars, Y Combinator en 500 Startups. Dat Belgische bedrijven nu vlotter dan vroeger risicokapitaal tussen 1 en 2 miljoen euro ophalen, heeft er zeker ook mee te maken dat het Belgische start-uplandschap de afgelopen jaren robuuster is geworden, beaamt Sven De Cleyn, directeur van het acceleratieprogramma iStart bij iMinds. "Het Belgische ecosysteem is enorm geëvolueerd, mede onder invloed van de dalende rentevoeten van spaar- en beleggingsproducten. Mensen gaan op zoek naar alternatieven." Toch is het niet alleen te danken aan het ecosysteem dat deze vijf start-ups die bedragen ophaalden, gaat hij verder. "Het is geen toevalstreffer. In een wereldwijde vergelijking hoort iMinds bij de top van de wereld."Dat succes wordt verklaard door een combinatie van factoren. Slechts één op vijf kandidaten overleeft de screening bij het iStart-programma. "Heel belangrijk bij de selectie is dat een start-up al van aan het begin, latent of expliciet, inspeelt op een duidelijke marktbehoefte en internationaal potentieel heeft", legt De Cleyn uit. Naast de strenge selectie is ook de begeleiding een troef, meteen ook een verschil met enkele buitenlandse programma's. "Y Combinator en Techstars werken een beetje anders omdat ze vooral focussen op het pitchen, terwijl wij langer ondersteuning geven en ook de business mee goed proberen te zetten."De meest in het oog springende factor blijft evenwel de hulp aan ondernemers om lefgeld op te halen. "We organiseren workshops voor de starters en we vestigen de aandacht van investeerders op de start-ups die we begeleiden", legt Sven De Cleyn uit. "Bij de meeste van die start-ups is de financiering een klassieke mix van businessangels en risicokapitalisten, crowdfunding is nog heel beperkt. Wel zie je dat een aantal start-ups klassieke bancaire producten zoals werkingskredieten begint aan te trekken. In het geval van Datacamp en Seaters gaat het niet alleen om Belgische, maar ook om internationale investeerders."