De technologiebedrijven in Silicon Valley bloeien als nooit te voren. Maar de hoge loonkosten doen hen ook bloeden. Vooral ingenieurs zijn er een knelpuntenberoep sinds de nieuwe dotcomhausse.

In San Francisco zijn de lonen in de techsector in 2014 met bijna 20 procent gestegen. Een ingenieur verdient er gemiddeld 150.000 dollar per jaar. Een hoog loon is ondertussen al niet meer genoeg. Techbedrijven proberen nu ook talent aan zich te binden met aandelenopties. En die kosten een smak geld.

Facebook maakte gisteren bijvoorbeeld bekend dat het in 2015 wellicht meer dan 3 miljard dollar uitgeeft aan aandelenopties voor zijn personeel. Dat is evenveel als het opzijzet voor investeringen in nieuwe infrastructuur en technologie. Dat is een gigantisch bedrag, maar voor Facebook is dat nog beheersbaar. Voor kleinere bedrijven wegen die opties nog zwaarder. Twitter is door die oorlog om talent gedoemd nog voor lange tijd rode cijfers te schrijven.

Silicon Valley blijft magneet voor IT-toppers

Op het eerste gezicht is dat goed nieuws voor België en andere hoogtechnologische landen. Nu al houden Belgische start-ups, die (gedeeltelijk) naar de VS verhuizen, hun ontwikkelingsactiviteiten toch hier. België is immers een lagelonenland voor programmeurs. Misschien kan ons land zelfs Amerikaanse bedrijven overtuigen hier lokale afdelingen op te richten.

Maar sowieso moet België er rekening mee houden dat het echte lokale toptalent in de IT verkast naar bedrijven in Silicon Valley. Zeker omdat de techbedrijven er massaal bij de Amerikaanse overheid lobbyen voor minder strenge immigratieregels. Dan wordt het voor die bedrijven nog gemakkelijker overzees te rekruteren.

Het verlies van een geniale programmeur is moeilijk te compenseren, want het verschil in productiviteit tussen een degelijke en een geniale programmeur is huizenhoog. In veel gevallen zullen voor die echte toppers onze goede levenskwaliteit, betaalbaar onderwijs en goede sociale zekerheid niet opwegen tegen de riante verloning en betere carrièremogelijkheden in de VS.

De technologiebedrijven in Silicon Valley bloeien als nooit te voren. Maar de hoge loonkosten doen hen ook bloeden. Vooral ingenieurs zijn er een knelpuntenberoep sinds de nieuwe dotcomhausse. In San Francisco zijn de lonen in de techsector in 2014 met bijna 20 procent gestegen. Een ingenieur verdient er gemiddeld 150.000 dollar per jaar. Een hoog loon is ondertussen al niet meer genoeg. Techbedrijven proberen nu ook talent aan zich te binden met aandelenopties. En die kosten een smak geld. Facebook maakte gisteren bijvoorbeeld bekend dat het in 2015 wellicht meer dan 3 miljard dollar uitgeeft aan aandelenopties voor zijn personeel. Dat is evenveel als het opzijzet voor investeringen in nieuwe infrastructuur en technologie. Dat is een gigantisch bedrag, maar voor Facebook is dat nog beheersbaar. Voor kleinere bedrijven wegen die opties nog zwaarder. Twitter is door die oorlog om talent gedoemd nog voor lange tijd rode cijfers te schrijven.Op het eerste gezicht is dat goed nieuws voor België en andere hoogtechnologische landen. Nu al houden Belgische start-ups, die (gedeeltelijk) naar de VS verhuizen, hun ontwikkelingsactiviteiten toch hier. België is immers een lagelonenland voor programmeurs. Misschien kan ons land zelfs Amerikaanse bedrijven overtuigen hier lokale afdelingen op te richten. Maar sowieso moet België er rekening mee houden dat het echte lokale toptalent in de IT verkast naar bedrijven in Silicon Valley. Zeker omdat de techbedrijven er massaal bij de Amerikaanse overheid lobbyen voor minder strenge immigratieregels. Dan wordt het voor die bedrijven nog gemakkelijker overzees te rekruteren. Het verlies van een geniale programmeur is moeilijk te compenseren, want het verschil in productiviteit tussen een degelijke en een geniale programmeur is huizenhoog. In veel gevallen zullen voor die echte toppers onze goede levenskwaliteit, betaalbaar onderwijs en goede sociale zekerheid niet opwegen tegen de riante verloning en betere carrièremogelijkheden in de VS.