Google, Facebook en Apple lopen almaar meer zware reputatieschade op. Ze laten zich in slaap wiegen door hun goede cijfers. Ze zien niet dat de publieke opinie zich almaar meer van hen afkeert en dat overheden zo voldoende rugdekking krijgen om big tech aan te pakken.
...

Google, Facebook en Apple lopen almaar meer zware reputatieschade op. Ze laten zich in slaap wiegen door hun goede cijfers. Ze zien niet dat de publieke opinie zich almaar meer van hen afkeert en dat overheden zo voldoende rugdekking krijgen om big tech aan te pakken. De grote techbedrijven presenteren zich graag als wereldverbeteraars, maar de afgelopen week illustreerde nogmaals dat ze hun principes vlot laten varen voor snel geldgewin. Zo lekte uit dat Google werkt aan een gecensureerde zoekmachine voor China. De Chinese Communistische Partij gebruikt censuur, elektronische spionage en een systeem van onlineratings van menselijk gedrag om alle kritiek in de kiem te smoren. Veel bedrijven kunnen niet om China heen als afzetmarkt of als leverancier. Maar Google met zijn waanzinnige marges en marktaandeel in het Westen kan het zich echt wel permitteren China links te laten liggen en niet actief mee te werken aan de perfectionering van een politiestaat. Tegelijk kwam Google samen met Apple, Facebook en Twitter in het nieuws over het bannen van de complotdenker Alex Jones, van Infowars, van hun platformen. Dat is niet te vergelijken met de totale censuur van de Chinese overheid. De techbedrijven hadden hem overigens jaren geleden al kunnen bannen. Hun voorwaarden zijn duidelijk als het gaat over aanzetten tot haat en geweld. Maar Jones was een te aantrekkelijke magneet voor gebruikers en advertentiedollars. Google en co zouden moeten beseffen dat de overheid bijna altijd een rol speelt in het verval van zulke dominante bedrijven. En met elk schandaal groeit het maatschappelijke draagvlak om grote techbedrijven hard aan te pakken. Een vette bankrekening en een paar miljard gebruikers is daar geen bescherming tegen, een goede reputatie wel.