Alibaba en Amazon zijn verwikkeld in een nek-aan-nekrace om hun beurswaardering als eerste door het plafond van 500 miljard dollar te jagen. De Chinese internetreuzen - waartoe ook Tencent en Baidu behoren - hebben een ijzeren greep op China.
...

Alibaba en Amazon zijn verwikkeld in een nek-aan-nekrace om hun beurswaardering als eerste door het plafond van 500 miljard dollar te jagen. De Chinese internetreuzen - waartoe ook Tencent en Baidu behoren - hebben een ijzeren greep op China. De opkomende Chinese middenklasse is in één generatie volledig in de ban geraakt van internet, e-commerce en mobiele toestellen. Een pakketje, een taxirit of eten bestellen, een afspraak bij de dokter maken, bankzaken regelen: de Chinese middenklassers doen het massaal via hun mobieltje. Er zijn veel economische indicatoren waarin China fors achteroploopt, maar in het gebruik van e-commerce is het land een voorloper. De digitale economie in China is gigantisch. Zo schatten analisten dat de Chinezen in 2016 voor ongeveer 7500 miljard euro financiële transacties hebben gedaan via mobiele betaaloplossingen. Dat is vijftig keer meer dan in de Verenigde Staten. In de schoot van de internetbedrijven is een parallel financieel systeem gegroeid, naast dat van de klassieke banken. Alibaba en Tecent zijn uitgegroeid tot volwaardige financiële spelers: Chinezen kunnen er terecht voor klassieke betalingen, leningen, beleggingsproducten en verzekeringen.De Chinese overheid, die het klassieke financiële systeem controleert, vreest voor instabiliteit en massale belastingontduiking. Het heeft die nieuwe financiële diensten de voorbije maanden stelselmatig strengere regels en beperkingen opgelegd. Volledig verbieden is onmogelijk. De economie kan niet zonder de financiële oplossingen van de Chinese internetreuzen functioneren en de laagdrempelige apps zijn ook cruciaal om de levensstandaard van de arme Chinezen te verhogen. De Chinese overheid schat dat ongeveer de helft van de 1,35 miljard Chinezen nog geen internet gebruikt. Eigenlijk is het land dus nog altijd een groeimarkt.Buitenlandse spelers hoeven Alibaba en de andere Chinese internetbedrijven niet te vrezen. De concurrentie is moordend in China. De onlinetaxicentrale Uber verbrandde er in twee jaar enkele miljarden dollars. Het moest de aftocht blazen en verkocht zijn Chinese activiteiten aan de lokale concurrent Didi Chuxing. Dat vertrek kwam er ook nadat de Chinese overheid Uber harder begon aan te pakken. Ze wil duidelijk niet dat Uber als buitenlandse speler een dominante positie kan uitbouwen. De internetbedrijven moeten zich aan zeer strenge regels houden. Boodschappen die "de harmonie van de samenleving" in gevaar kunnen brengen, worden gecensureerd. Het regime heeft de controle op kritiek aan het adres van de overheid en de Communistische Partij deels aan die internetbedrijven uitbesteed.Toch kunnen ze nooit op beide oren slapen. Tencent zag zijn waardering deze zomer opeens met 15 miljard dollar zakken, nadat de overheid kritiek had geuit op een spelletje van het internetbedrijf. Honour of Kings, dat 200 miljoen spelers trok, was te verslavend en een jonge fanaat was gestorven na een marathonsessie van 40 uur. De zware kritiek van Peking was volgens waarnemers niet enkel ingegeven door bezorgdheid over de jeugd, maar vooral om nog eens te tonen wie echt de baas is. De Chinese overheid vindt altijd wel een stok om de hond mee te slaan. De omstandigheden zijn niet ideaal, maar Alibaba en Tencent mogen van de overheid de markt in China nog verder onder elkaar verdelen. Tegelijk zijn ze bezig het buitenland te veroveren. De games van Tencent, zoals Clash of Kings, en een versie van zijn WeChat-app zijn ook buiten China populair, en Alibaba duikt in de Benelux op in lijstjes van de tien populairste webshops. De ontwikkelde diensten en de opgedane ervaring in China zijn zeker een voordeel, maar het is in het buitenland niet de allesbepalende troefkaart voor de Chinese internetbedrijven. "Ze lopen nog altijd het risico veel geld te verliezen aan hun internationale avonturen", zegt Pascal Coppens, een sinoloog die lang werkte in China en nu advies verleent aan Europese bedrijven die in China actief willen zijn."De expansie van WeChat in de Verenigde Staten kostte Tencent bijzonder veel geld en is mislukt, grotendeels doordat het de culturele verschillen heeft onderschat. WeChat richt zijn internationale expansie nu meer op Chinese toeristen en op gebieden die in de Chinese invloedssfeer liggen. Maar de ambitie reikt zeker verder. Bedrijven zoals Tencent denken op lange termijn en zijn de andere buitenlandse markten aan het bestuderen." Alibaba mikt in het Westen niet alleen op e-commerceactiviteiten. "Het zal zijn handelsplaatsen hier verder in de markt zetten", verwacht Coppens. "Vooral in de logistieke keten op de business-to-businessmarkt kan het een sterke positie verwerven, als de tussenpersoon die westerse retailers niet kunnen ontwijken om producten vanuit China te bestellen en geleverd te krijgen." "Daarnaast zal het hier ook proberen te groeien met zijn financiële oplossingen en clouddiensten. In clouddiensten heeft Alibaba buiten China slechts een marktaandeel van 3,2 procent. Er is dus nog veel potentieel. Wie zijn diensten laat draaien op de internationale IT-infrastructuur van Alibaba, kan die ook gemakkelijk uitrollen in China. Het aanbod kan absoluut wedijveren met dat van Amazon. Amazon is niet zo effectief in China." Alsof het prioriteitenlijstje van Alibaba nog niet uitgebreid genoeg was, kondigde medeoprichter en topman Jack Ma vorige week een monsterinvestering aan: de komende jaren investeert Alibaba wereldwijd 15 miljard dollar in onderzoek naar artificiële intelligentie. Coppens is er absoluut van overtuigd dat China een hoofdrol zal opeisen in de ontwikkeling en de toepassing van die technologie."Alle neuzen, van de overheid tot het bedrijfsleven, staan in China in dezelfde richting. Iedereen gelooft absoluut in het potentieel van artificiële intelligentie. De overheid zet grote fondsen voor onderzoek en ontwikkeling op. Niet alleen Alibaba richt zich op kunstmatige intelligentie, ook Tencent laat zich niet onbetuigd. En dan is er nog Baidu. Die sectorgenoot is wat overvleugeld door Alibaba en Tencent, maar is minstens even ambitieus. Het investeert de miljarden van zijn zoekmachine en zijn gerelateerde activiteiten in artificiële intelligentie, vooral om software te ontwikkelen voor zelfrijdende auto's. Het werkt aan een open platform, zoals Android van Google voor mobiele toestellen." "China ziet ook dat het artificiële intelligentie nodig heeft om zijn economie te blijven versterken", weet Coppens. "China is een complex land, met een extreme schaalgrootte. De uitdagingen zijn gigantisch. China moet bijvoorbeeld een kwalitatieve gezondheidszorg uitbouwen voor 1,35 miljard mensen. Het kan dat enkel organiseren als het intensief gebruikmaakt van artificiële intelligentie, bijvoorbeeld om een eerste diagnose te stellen, zodat dokters hun tijd zo efficiënt mogelijk kunnen besteden." "Ongeveer 40 procent van de wereldwijde patenten in artificiële intelligentie kwam de voorbije jaren van Chinese onderzoekers", vervolgt Coppens. "Ze werken vaak in het buitenland, maar vroeg of laat keren ze terug naar China. Voorlopig hebben de Verenigde Staten nog een voorsprong, maar China heeft alle troeven om die rol over te nemen. In IT-infrastructuur en de aanwezigheid van talent hoeft het land niet onder te doen.Bovendien genereert China enorm veel data door de enorme omvang van het land en de gigantische bevolking. In het land staan bijvoorbeeld 170 miljoen bewakingscamera's. Door de drang van China om de samenleving zo strak mogelijk te regisseren, heeft het een enorm uitgewerkte infrastructuur opgebouwd om data te verzamelen. Die zijn cruciaal om de software te optimaliseren." "Enkel voor de gespecialiseerde hardware, de zeer performante processoren, is het land nog afhankelijk van NVIDIA, imec en andere westerse spelers. Maar er is zo'n enorme drive en langetermijnvisie. Binnen vijf à tien jaar heeft China zijn achterstand volledig ingelopen."