Goed beleid steunt op kwaliteitsvolle gegevens. Politici, lobbyisten en journalisten hebben het voortdurend over de kansen in de digitalisering van de zorg. Daarbij lijkt een rol weggelegd voor start-ups in eGezondheid. Omdat die ook werkgelegenheid creëren, is er de jongste jaren bovendien geen gebrek aan innovatiesubsidies.
...

Goed beleid steunt op kwaliteitsvolle gegevens. Politici, lobbyisten en journalisten hebben het voortdurend over de kansen in de digitalisering van de zorg. Daarbij lijkt een rol weggelegd voor start-ups in eGezondheid. Omdat die ook werkgelegenheid creëren, is er de jongste jaren bovendien geen gebrek aan innovatiesubsidies. De start-upmicrobe is overal. Maar hoe ziet het economisch weefsel eruit dat daaruit is ontstaan na tien jaar besmetting? ING België en Startups.be hebben in een studie de Belgische start-ups in digitale gezondheidszorg in kaart gebracht. Dat ecosysteem telt 153 bedrijven die na 2007 zijn opgericht. Ze zijn divers van aard en omvang. Zo kun je een platformapp zoals Cubigo niet vergelijken met Icometrix' toepassing in medische beeldvorming. Toch kampen beide met gelijklopende uitdagingen. Minder dan 40 procent van de Belgische start-ups in e-Gezondheidszorg is actief in het business-to-consumer-segment. Dat heeft wellicht te maken met de kleine Belgische markt. Om dezelfde reden heeft een op de drie start-ups in digitale gezondheidszorg al klanten in het buitenland. Die wonen in de eerste plaats in de buurlanden Frankrijk (27%) en Nederland (20%), maar ook verrassend vaak in de Verenigde Staten (20%). "In een digitaliserende wereld zijn schaalvoordelen en diversificatie erg belangrijk", zegt Saskia Bauters, Head of Public Sector & Social Profit bij ING België. "Dat is een extra reden om voor die start-ups om meteen de blik op het buitenland te richten. Ook al omdat in sommige landen de beslissingsprocessen korter zijn. Het is dus soms sneller om iets te ontwikkelen voor de Amerikaanse markt en dat in een later stadium ook naar België te halen."Tussen 2007 en 2017 vloeide 167 miljoen euro durfkapitaal naar de start-ups in e-gezondheid. Dat bedrag is niet de enige financieringsbron voor die bedrijfstak: 40 procent van de start-ups ontving ook subsidies, een publieke investering of een lening. Die financiële ondersteuning leidt overigens niet meteen naar forse stijging in de werkgelegenheid. Driekwart van de start-ups uit de studie telt minder dan tien werknemers. Slechts 5 procent van de start-ups in digitale gezondheid telt meer dan vijftig werknemers. Blijkbaar wordt veel met freelancers gewerkt: bij 86 procent van de start-ups is minstens een op de vijf aanwervingen een freelancer. Zegt Bauters: "Dat is niet alleen zo voor de digital health, het geldt in de hele start-upwereld. Flexibiliteit is in zulke organisaties extreem belangrijk en daarop zijn freelancers het logische antwoord."Uit de enquête blijkt dat niet het vinden van kapitaal of werknemers voor de oprichters van start-ups de grootste kopzorg is, maar wel het vinden van klanten. "Er is de jongste jaren een groeiende interesse in digital health", zegt Bauters. "Ik geloof dat er nu wel voldoende kapitaal beschikbaar is. Dat de digitale toepassingen hun weg zullen vinden, is intussen wel duidelijk. Alleen vragen zowel de spelers in de zorgsector als de geldschieters zich af hoe ze kunnen bepalen welke toepassing het zal halen en wie ervoor zal betalen."Bovendien is het doelpubliek niet altijd klaar voor een digitale innovatie. Welke 65-plusser voelt zich aangesproken voor een toepassing in de ouderenzorg? Die mensen beschouwen zichzelf niet als het juiste doelpubliek. De consument moet nog worden overtuigd. Ziedaar waarom het vinden van klanten zo belangrijk is. "We kunnen start-ups alleen maar de raad geven zo snel mogelijk te netwerken met zorgverstrekkers. Zo kunnen ze beter inspelen op hun behoeften en een product aanbieden dat makkelijk in te schuiven is in de bestaande praktijken en processen", aldus Bauten.