"Het moment is rijp om DEME naar de beurs te brengen", zei Jan Suykens eind vorig jaar. Volgens de voormalige CEO van Ackermans & van Haaren was dat altijd een optie, sinds het investeringsfonds in 2014 de controle over CFE Groep verwierf. Alleen was het wachten op het juiste moment. Vandaag is die dag eindelijk aangebroken.
...

"Het moment is rijp om DEME naar de beurs te brengen", zei Jan Suykens eind vorig jaar. Volgens de voormalige CEO van Ackermans & van Haaren was dat altijd een optie, sinds het investeringsfonds in 2014 de controle over CFE Groep verwierf. Alleen was het wachten op het juiste moment. Vandaag is die dag eindelijk aangebroken.Enkele grote Amerikaanse contracten hebben het momentum mee gecreëerd. Begin november raakte bekend dat DEME Offshore US, een Amerikaanse dochter van de Belgische baggerreus, een contract heeft binnengehaald voor de bouw van een windmolenpark voor de kust van de Amerikaanse staat Virginia. Volgens het bedrijf gaat het om "het grootste contract ooit dat werd gegund in de VS voor de installatie van offshore wind", goed voor een totale waarde van meer dan 1,9 miljard dollar (1,64 miljard euro). Enkele maanden eerder sloot DEME ook al contracten voor het windmolenpark Vineyard Wind 1, voor de kust van Massachussetts, en voor het windmolenpark South Fork voor de kust van Long Island. Ze bevestigen het sentiment dat al langer rond DEME heerst: het bedrijf is een wereldspeler geworden in de bouw van offshorewindparken.De Amerikaanse contracten hebben het orderboek van DEME in 2021 richting 6 miljard euro gestuwd. En dan volgde nog de aankondiging van het grootste prestigeproject tot nog toe. DEME werd, samen met de Nederlandse baggeraar Boskalis en twee andere partners, geselecteerd voor de realisatie van het eerste energie-eiland ter wereld. Dat komt ongeveer 80 tot 100 kilometer uit de Deense Westkust te liggen en zal 10 GW offshorewindenergie aansluiten op Denemarken en andere aangrenzende markten.DEME is geëvolueerd van een baggerbedrijf tot een marien engineeringbedrijf gespecialiseerd in offshorewind. De afsplitsing van DEME uit het overkoepelende CFE-aandeel, waar het gecombineerd werd met de activiteiten uit de bouw- en de vastgoedsector, moet DEME opwaarderen. Elke aandeelhouder krijgt per CFE-aandeel een nieuw DEME-aandeel bij in zijn effectendossier."Ik volg de aandelen van CFE en concurrent Boskalis al bijna twintig jaar", zegt een sectoranalist van een grote financiële instelling. "Het CFE-aandeel kreeg tot gisteren voor 90 procent zijn waarde door DEME. De bouw- en vastgoedactiviteiten zijn weinig significant voor de beleggers. Door de gecombineerde structuur had DEME altijd een onderwaardering van 30 tot 35 procent ten opzichte van Boskalis.""De splitsing komt er mijns inziens niet omdat DEME te laag gewaardeerd werd", zegt een andere financieel analist. "Integendeel, het management van CFE zei eerder al dat de aandelenprijs in de oude structuur volgens hen eigenlijk alleen de waarde van DEME zou moeten zijn. De markt kijkt uiteraard naar de volledige groep. AvH wil er met de splitsing dus voor zorgen dat een juiste waarde wordt gegeven aan het aandeel van het vernieuwde CFE, dat verschillende synergieën is aangegaan. Door de splitsing zullen de financiële gegevens van de bouw- en vastgoedtak duidelijker worden, waardoor het makkelijker is daar een correcte waardering op te plakken. De vraag is niet wat het aandeel van DEME zal doen, maar wat gebeurt met dat van CFE."Als 90 procent van de waarde aan DEME wordt toegeschreven, rijst de vraag of de beleggers hun CFE-aandeel niet massaal van de hand zullen doen. "De beleggers zullen moeten kijken of ze in de bouw- dan wel de offshorewindenergie willen investeren", zegt de sectoranalist. "Veel hangt af van de opbouw van hun aandelenportefeuille en waar hun interesses liggen. "Donderdag zijn dus alle beursogen in ons land op DEME gericht. Toch ligt ook concurrent Boskalis onder het vergrootglas. Op 10 maart verraste de meerderheidsaandeelhouder HAL Trust door 32,50 euro per aandeel te bieden voor de resterende aandelen die niet in zijn bezit zijn. Na de uitkering van een halve euro dividend was dat nog 32 euro.Maar die beursexit is nog geen zekerheid. Boskalis vindt het bod niet overtuigend genoeg om het aan te bevelen. Het bod van HAL loopt tot begin september. Een beursexit volgt wanneer HAL 95 procent van de aandelen in handen krijgt. Bij een belang tussen 80 en 95 procent wordt een delisting overwogen. HAL bezit nu 52,9 procent.Waar DEME zich nu als totaalaanbieder van mariene engineering presenteert, houdt Boskalis voorlopig vast aan de meer traditionele olie- en gasoffshoresector, naast meer duurzame energiebronnen. Toch is het opvallend dat HAL een tegengestelde koerst kiest voor zijn paradepaardje. "Na de verkoop van enkele onderdelen, waaronder GrandVision (de optiekketen Pearle, nvdr) zit HAL Trust op een berg geld", zegt analist Luuk van Beek van Degroof Petercam. "Die kaspositie wil HAL opnieuw investeren. Het is logisch dat ze opteren voor een bedrijf waarvan ze al aandelen bezitten en dat goede vooruitzichten heeft. Energie, vooral hernieuwbare energie, zit volledig in de aandacht.""Bovendien geloof ik dat er onder deze globale omstandigheden nog extra nieuwe investeringsrondes voor olie en gas zullen komen", zegt de sectoranalist. "De hele mariene-engineeringsector kan daar geld mee verdienen."Zowel het management van HAL Trust als dat van Boskalis heeft al aangegeven dat de mogelijke beursexit niets zal veranderen aan de strategie van het bedrijf. Ook het managementteam kan doorgaan op het oude elan.Met Jan De Nul en Van Oord, twee niet-beursgenoteerde bedrijven, heeft DEME dus drie te duchten concurrenten. "Een beursexit van Boskalis kan wel een meevaller zijn voor DEME", zegt de financieel analist. "Investeerders die echt de exposure in baggerwerken en windturbines willen, zullen nu snel naar DEME kijken om aan die vraag in hun portefeuille te voldoen. Het is moeilijk in te schatten wie de juiste strategie heeft gekozen: AvH of HAL."Een ding is zeker: DEME en CFE blijven voorlopig beursgenoteerd. "Maar het huidige management ontwijkt vragen of het een van de bedrijven op termijn ook van de beurs wil halen", besluit de analist. "Ze hebben zich geëngageerd tot een lock-up van twaalf maanden. In die periode kunnen de aandelen dus niet verkocht worden. Ze zouden er wel bij kunnen kopen, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren."