Tot nu streefde de ECB naar een inflatiedoelstelling van iets minder dan 2 procent op middellange termijn. Voortaan mikt de ECB op een inflatie van 2 procent op middellange termijn. Het lijkt een detail, maar het nuanceverschil kan op termijn toch een wereld van verschil betekenen. Tot gisteren mocht de inflatie iets minder dan 2 procent bedragen, zonder dat de ECB erover viel. De ECB moest er vooral voor zorgen dat de inflatie niet steeg boven de 2 procent. Vanaf vandaag is de inflatiedoelstelling symmetrisch. Dat betekent dat de ECB een even groot probleem maakt van een inflatie van minder dan 2 procent als van een inflatie van meer dan 2 procent. De ECB wordt dus minder tolerant voor een lage inflatie, en iets toleranter voor een hoge inflatie. De ECB zal ook een inflatie van iets meer dan 2 procent toelaten als die nodig is om te voorkomen dat de inflatie op te lage niveaus verankerd raakt.

Dit is de derde definitie die de ECB hanteert om prijsstabiliteit te omschrijven. In 1999 begon ze met een inflatiedoelstelling van 'minder dan 2 procent'. In 2003 werd dat 'minder maar dichtbij 2 procent', en nu wordt het 'een symmetrische 2 procent'. De geest van de Bundesbank waart dus steeds minder rond op het hoofdkwartier van de ECB in Frankfurt. Vergeet niet dat Duitsland in de euro stapte op voorwaarde dat de eenheidsmunt een sterke munt zou worden. De eerste en belangrijkste opdracht van de ECB is en was om te streven naar prijsstabiliteit en het voorkomen van inflatie.

De geest van de Bundesbank waart steeds minder rond bij de ECB.

Het is niet noodzakelijk een slechte zaak dat de Duitse inflatievrees in een doosje wordt opgeborgen. In 1999, toen het mandaat van de ECB geschreven werd, was inflatie nog een thema en was grote waakzaamheid geboden om prijsstijgingen onder controle te houden. De voorbije twintig jaar was echter een periode van desinflatie, onder meer onder impuls van de vergrijzing, de globalisering en digitalisering van de economie. De ECB is er de voorbije jaren systematisch niet in geslaagd om de inflatie in de buurt van 2 procent te krijgen. Ook na het huidige inflatieopstootje, dat de ECB als tijdelijk ziet, verwacht de ECB een inflatie die de volgende jaren royaal onder de 2 procent blijft. De discussie over de definitie van prijsstabiliteit is op dit ogenblik vrij theoretisch, want het is niet duidelijk hoe en wanneer de onderliggende inflatie in het eurogebied op een duurzame manier 2 procent kan bereiken.

De ECB krijgt met deze nieuwe strategie dus iets meer ruimte om de inflatie een zetje te geven en deflatie te voorkomen. Dat is geen overbodige luxe als de natuurlijke rentevoeten laag zijn, waardoor de ECB weinig ruimte heeft om op een conventionele manier de economie te stimuleren. Een rente van -0,5 procent kan je nog moeilijk verlagen. De ECB pikt op die manier ook in op een wijzigende maatschappelijke voorkeur. De strijd om volledige werkgelegenheid schuift in de pikorde voorbij de strijd tegen inflatie. Toch gaat de ECB nog niet zover als de Amerikaanse centrale bank, die volledige werkgelegenheid nastreeft en op een inflatie van gemiddeld 2 procent mikt op langere termijn. Dat betekent dat de Fed periodes met een inflatie van minder dan 2 procent wil compenseren met periodes met meer inflatie. Zo'n beleid laat de geest van de Bundesbank nog niet toe.

Toch hoeft de geest van de Bundesbank ook niet helemaal verbannen te worden. Geef politici een vinger, en ze nemen een arm. De ECB koopt nu al een groot deel van de nieuwe overheidsobligaties op. Met haar soepele geldbeleid maakt ze een expansieve budgettair beleid mogelijk in het eurogebied, zonder dat de rentelasten oplopen. Vandaag is dat beleid wenselijk, maar op termijn kan het niet volgehouden worden. Zal de ECB de geldkraan durven dicht te draaien als de inflatie op een dag een echte comeback maakt? Zal ze straks nog een vuist kunnen maken tegen de politieke druk om het geldbeleid soepel te houden? Wellicht wel, maar de kans verkleint met elk miljard euro extra overheidsschuld. Het zou spijtig zijn mochten de stevige Duitse fundamenten onder de ECB helemaal wegspoelen. Prijsstabiliteit blijft, los van de exacte definitie, een van de hoekstenen van een gezond sociaal contract en een gezonde economie.

Tot nu streefde de ECB naar een inflatiedoelstelling van iets minder dan 2 procent op middellange termijn. Voortaan mikt de ECB op een inflatie van 2 procent op middellange termijn. Het lijkt een detail, maar het nuanceverschil kan op termijn toch een wereld van verschil betekenen. Tot gisteren mocht de inflatie iets minder dan 2 procent bedragen, zonder dat de ECB erover viel. De ECB moest er vooral voor zorgen dat de inflatie niet steeg boven de 2 procent. Vanaf vandaag is de inflatiedoelstelling symmetrisch. Dat betekent dat de ECB een even groot probleem maakt van een inflatie van minder dan 2 procent als van een inflatie van meer dan 2 procent. De ECB wordt dus minder tolerant voor een lage inflatie, en iets toleranter voor een hoge inflatie. De ECB zal ook een inflatie van iets meer dan 2 procent toelaten als die nodig is om te voorkomen dat de inflatie op te lage niveaus verankerd raakt.Dit is de derde definitie die de ECB hanteert om prijsstabiliteit te omschrijven. In 1999 begon ze met een inflatiedoelstelling van 'minder dan 2 procent'. In 2003 werd dat 'minder maar dichtbij 2 procent', en nu wordt het 'een symmetrische 2 procent'. De geest van de Bundesbank waart dus steeds minder rond op het hoofdkwartier van de ECB in Frankfurt. Vergeet niet dat Duitsland in de euro stapte op voorwaarde dat de eenheidsmunt een sterke munt zou worden. De eerste en belangrijkste opdracht van de ECB is en was om te streven naar prijsstabiliteit en het voorkomen van inflatie.Het is niet noodzakelijk een slechte zaak dat de Duitse inflatievrees in een doosje wordt opgeborgen. In 1999, toen het mandaat van de ECB geschreven werd, was inflatie nog een thema en was grote waakzaamheid geboden om prijsstijgingen onder controle te houden. De voorbije twintig jaar was echter een periode van desinflatie, onder meer onder impuls van de vergrijzing, de globalisering en digitalisering van de economie. De ECB is er de voorbije jaren systematisch niet in geslaagd om de inflatie in de buurt van 2 procent te krijgen. Ook na het huidige inflatieopstootje, dat de ECB als tijdelijk ziet, verwacht de ECB een inflatie die de volgende jaren royaal onder de 2 procent blijft. De discussie over de definitie van prijsstabiliteit is op dit ogenblik vrij theoretisch, want het is niet duidelijk hoe en wanneer de onderliggende inflatie in het eurogebied op een duurzame manier 2 procent kan bereiken.De ECB krijgt met deze nieuwe strategie dus iets meer ruimte om de inflatie een zetje te geven en deflatie te voorkomen. Dat is geen overbodige luxe als de natuurlijke rentevoeten laag zijn, waardoor de ECB weinig ruimte heeft om op een conventionele manier de economie te stimuleren. Een rente van -0,5 procent kan je nog moeilijk verlagen. De ECB pikt op die manier ook in op een wijzigende maatschappelijke voorkeur. De strijd om volledige werkgelegenheid schuift in de pikorde voorbij de strijd tegen inflatie. Toch gaat de ECB nog niet zover als de Amerikaanse centrale bank, die volledige werkgelegenheid nastreeft en op een inflatie van gemiddeld 2 procent mikt op langere termijn. Dat betekent dat de Fed periodes met een inflatie van minder dan 2 procent wil compenseren met periodes met meer inflatie. Zo'n beleid laat de geest van de Bundesbank nog niet toe.Toch hoeft de geest van de Bundesbank ook niet helemaal verbannen te worden. Geef politici een vinger, en ze nemen een arm. De ECB koopt nu al een groot deel van de nieuwe overheidsobligaties op. Met haar soepele geldbeleid maakt ze een expansieve budgettair beleid mogelijk in het eurogebied, zonder dat de rentelasten oplopen. Vandaag is dat beleid wenselijk, maar op termijn kan het niet volgehouden worden. Zal de ECB de geldkraan durven dicht te draaien als de inflatie op een dag een echte comeback maakt? Zal ze straks nog een vuist kunnen maken tegen de politieke druk om het geldbeleid soepel te houden? Wellicht wel, maar de kans verkleint met elk miljard euro extra overheidsschuld. Het zou spijtig zijn mochten de stevige Duitse fundamenten onder de ECB helemaal wegspoelen. Prijsstabiliteit blijft, los van de exacte definitie, een van de hoekstenen van een gezond sociaal contract en een gezonde economie.