Europa holt al veel te lang de Angelsaksische manier van zakendoen achterna, terwijl de rechtsvormen, de financieringskanalen, de bestuurlijke tradities en de patentsystemen in de Europese Unie superieur zijn. Alleen moet de Europese zaken- en beleidswereld die herontdekken en verder ontwikkelen om een Europese vorm van kapitalisme en een Europees ondernemingsstatuut te doen ontstaan. Dat staat in een rapport van de denktank CEPS (Centre for European Policy Studies) dat donderdag 12 september verscheen.
...

Europa holt al veel te lang de Angelsaksische manier van zakendoen achterna, terwijl de rechtsvormen, de financieringskanalen, de bestuurlijke tradities en de patentsystemen in de Europese Unie superieur zijn. Alleen moet de Europese zaken- en beleidswereld die herontdekken en verder ontwikkelen om een Europese vorm van kapitalisme en een Europees ondernemingsstatuut te doen ontstaan. Dat staat in een rapport van de denktank CEPS (Centre for European Policy Studies) dat donderdag 12 september verscheen. "We doen het Europese concurrentievermogen onrecht aan als we dat potentieel niet ontginnen", stelt Donald Kalff, een Nederlands ondernemer en voormalig bestuurslid bij KLM. Hij schreef het rapport samen met CEPS-onderzoeker Andrea Renda. De brexit zou volgens de auteurs weleens een onverwachte zegen kunnen zijn. "Iedereen spreekt over de nadelen van de brexit, maar de Europese Unie heeft er op termijn veel bij te winnen", stelt Kalff. "Zodra het Verenigd Koninkrijk uit de unie is gestapt, kan Europa vooruitgang boeken op terreinen waar het tot nu werd afgeremd door de Britten." Het rapport somt tien parels op die de Europese economie een stevige duw in de rug kunnen geven. "In de tien domeinen die we onderzochten, krijgt de Europese Unie de kans zich duidelijker te positioneren", stelt Andrea Renda. De Europese juridische stelsels en tradities zijn een onderschatte troef, aldus het rapport. "Het Britse gemeenrecht heeft zich moeten nestelen in het Europese burgerrecht", legt Renda uit. "Dat heeft tot een hybridisering van de Europese richtlijnen en verordeningen geleid, met vaagheid en de laagste gemene deler als resultaat." Met de brexit komt een einde aan die juridische verwatering. De basis van het Europese rechtssysteem is vertrouwen, benadrukken Donald Kalff en Andrea Renda. Het te-goeder-trouwprincipe in het Europese contractrecht is daar het beste voorbeeld van. Dat veronderstelt dat partijen die een contract afsluiten, redelijk en billijk handelen en geen misbruik maken van de rechten die ze via die overeenkomst verkrijgen. "Dat bevordert handelsrelaties tussen bedrijven en legt een voedingsbodem voor partnerschappen", zegt Renda. Als ondernemer ondervindt Kalff die voordelen aan den lijve. "In contracten met Engelse partners moet ik al het mogelijk ongewenste gedrag op voorhand uitsluiten", legt hij uit. "Dat is enorm duur en tijdrovend." De Europese contractwetgeving is veel efficiënter en goedkoper. Alleen wordt die parel nog onvoldoende naar waarde geschat, stellen de auteurs. De belangrijkste werkpunten zijn een efficiëntere werking van de rechtbanken en een betere toegang van kmo's tot het rechtssysteem. Tot grote verrassing steekt het rapport de loftrompet over het Europese financieringsmodel voor bedrijven. Dat stoelt voornamelijk op de banken, terwijl bedrijven in de Verenigde Staten vooral kapitaal ophalen op de financiële markten. In 2018 liep in de Europese Unie 55 procent van de bedrijfsfinanciering via banken, tegenover 30 procent in de Verenigde Staten. De Europese Commissie pleit voor meer markt- en minder bankfinanciering. Onterecht, vindt Donald Kalff. "Die diversiteit aan financieringsbronnen is juist de sterkte van Europa. Die bestonden altijd uit een combinatie van eigen vermogen via aandeelhouderschap, schuldfinanciering via leningen en subsidies." Het Europese bedrijvenweefsel is ook niet vergelijkbaar met het Amerikaanse. Europa is een kmo-economie waarin 82 procent van de bedrijven minder dan tien werknemers heeft, en nog eens 13 procent tussen tien en vijftig werknemers. In de Verenigde Staten is dat respectievelijk 67 en 25 procent. Dat verschil weerspiegelt zich ook in de werkgelegenheidscijfers. In de Verenigde Staten zorgen grote bedrijven met meer dan 250 werknemers voor 64 procent van de werkgelegenheid, in de Europese Unie is dat 45 procent. Zo'n kmo-intensieve economie heeft andere financieringsbehoeften. Daar kan de Europese banksector, die groter en diverser is dan de Amerikaanse, een belangrijke rol in spelen. "Het Europese model van relatiebankieren is beter geschikt om die financieringsmix bijeen te brengen. Het Amerikaanse is vooral een transactiemodel", zegt Kalff. "En zo ben je meteen af van de dominantie van de aandeelhouder." Ten onrechte spiegelt Europa zich al decennialang aan het Angelsaksische model van deugdelijk bestuur, waarin de aandeelhouder op de eerste plaats komt. "Die stuurt alleen maar aan op winst per aandeel", zegt Kalff. "Daarmee staan bedrijven onder constante druk om kosten te besparen, eigen aandelen in te kopen en niet te investeren, want dat gaat ten koste van de kortetermijnwinst. Dat alle Europese beursgenoteerde bedrijven dat model hebben overgenomen, is tekenend. Gelukkig verloopt hier niet alles over de beurs." Dat aandeelhoudersmodel is wel goed voor de financiële markten, niet voor de economie. Een alternatief is de Societas Europea, de Europese Onderneming, waar al een statuut voor bestaat. "Dat moeten we herbekijken, herontwerpen en wortelen in de principes van eerlijkheid, billijkheid en goede trouw", zegt Andrea Renda. "Dat kan Europa heel wat efficiëntiewinsten en groeipotentieel opleveren." De Europese Onderneming is een raamwerk waarin bedrijven streven naar economische waarde, zich financieren via diverse bronnen, hun besluitvorming sterk decentraliseren, en kwaliteitseisen en professionele standaarden als leidraad hanteren. "Dat bestuursmodel moeten we wendbaar genoeg maken, zodat ook kleine ondernemingen het zich vlot eigen kunnen maken", zegt Renda. "Met zo'n eenduidig bestuursmodel zal de integratie van de interne markt versnellen. Ondernemingen zullen vlotter over de grenzen heen opereren." De Europese Unie kan een innovatieleider worden, als ze er het juiste beleidskader voor optuigt, schrijven Kalff en Renda. De innovatiekloof tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie is niet zo groot als algemeen wordt gedacht. De Verenigde Staten hebben hun imago van innovatieleider vooral te danken aan techgiganten zoals Google en Apple. "475 van de 500 bedrijven in de S&P500 hebben de afgelopen jaren geen enkele productiviteitswinst geboekt. Nul!" zegt Donald Kalff stellig. De Europese Unie doet niet veel beter, maar ze stuurt haar fouten wel bij. Volgens de auteurs zet Europa terecht in op partnerschappen tussen grote en kleine bedrijven en tussen bedrijven en de overheid, om de opbrengsten uit innovatie te verhogen. "Als je snel wilt gaan, ga alleen. Als je ver wilt komen, ga samen", beschrijven ze het verschil tussen de Europese en de Amerikaanse aanpak. Om samenwerking rond innovatie te versterken, moeten enkele hordes uit de weg. Zo is een consolidatie nodig van de Europese innovatiefondsen en subsidieverstrekkers. Ook het Europese patentensysteem is een verborgen schat. Ook daar staren we ons onterecht blind op het verschil in het aantal patentaanvragen met de Verenigde Staten, vinden de auteurs van het rapport. "Het is goed dat Europa minder patenten uitgeeft", zegt Kalff. "De Verenigde Staten geven er meer uit, maar die zijn zo breed gedefinieerd dat ze ondernemingsruimte aan andere spelers ontnemen. Dat én de Amerikaanse rechtszakencultuur werken verstikkend." De Europese patenten zijn kwalitatief beter, stelt het CEPS-rapport. "In Europa moet elk patent een technische component hebben, die wordt beoordeeld door deskundigen bij het Europese patentenbureau EPO", legt Kalff uit. "Vooral die technische component heeft patentbescherming nodig, omdat daar grote investeringen mee zijn gemoeid. Daarbuiten hoef je niet veel te beschermen." Een groot manco volgens het rapport is dat er nog geen eengemaakt Europees patent bestaat. Daarover hebben de lidstaten nog geen politiek akkoord bereikt. Een Europees patent kan als een wereldwijd kwaliteitslabel gelden, bepleit het CEPS-rapport. Belangrijke voorwaarden zijn dat het toegankelijk is voor kmo's en dat het Europese patentenbureau meer middelen krijgt om de kwaliteit ervan te bewaren. Vooral kleine ondernemingen moeten volgens de auteurs meer juridische instrumenten krijgen om hun intellectuele eigendom te beschermen. "Het Europese mededingingsrecht is een enorme troef", verklaart Andrea Renda. "Europa heeft een traditie van gefragmenteerde markten met vele kleine bedrijven. We jagen al decennia het Amerikaanse model van grote economische spelers achterna, terwijl de Europese visie op wat de juiste structuur voor onze economie is, heel andere wortels heeft." Via haar mededingingsbeleid heeft de Europese Commissie de individuele consument beschermd tegen het machtsmisbruik van grote bedrijven. Terecht, vinden de auteurs. Nu moet ze dat nog doen voor de kleine bedrijven. "In de economie wordt toegevoegde waarde niet enkel geschapen tussen bedrijven en consumenten, maar ook in de toeleveringsketen tussen de bedrijven onderling. Daar maken veel kleine bedrijven deel van uit", zegt Donald Kalff. "Zo krijg je echte concurrentie. Niet zoals in de Verenigde Staten, waar concurrentie erin bestaat kleine innovatieve bedrijven weg te pesten, over te nemen of voor de rechtbank te dagen." Het belastingsysteem in de Europese lidstaten is op veel domeinen heel performant, alleen ontbreekt het aan een overkoepelend Europees kader. "Een onderschatte waarde is dat een bedrijf in veel Europese lidstaten met de fiscus in gesprek kan gaan en afspraken kan maken", zegt Kalff. "Dat schept duidelijkheid en zorgt voor rechtszekerheid, wat belangrijk is voor de bedrijfsvoering van onze ondernemingen." Er is meer Europese harmonisering in de bedrijfsfiscaliteit nodig om het effect van die billijkheid te versterken, stelt het rapport. Kleine en grote ondernemingen moeten fiscaal gelijk worden behandeld en aan het statuut van de Europese onderneming moet een fiscaal deel worden toegevoegd. Multinationals die hun winsten naar fiscale paradijzen versluizen, moeten worden aangepakt. De Europese Commissie heeft al voorstellen gedaan om een Europese belastingvoet voor bedrijven in te voeren, maar de lidstaten houden dat tegen. Nochtans zou die de investeringen in de Europese Unie met 3,4 procent verhogen en de economische groei met 1,2 procent, aldus het rapport. Corruptie is niet meteen een kwestie die Europa parten speelt, zou je op het eerste gezicht denken. Maar de witwasschandalen in de Europese banksector en de corruptie-indicatoren van Transparency International spreken dat tegen. Lidstaten zoals Denemarken en Zweden scoren goed, maar het gemiddelde in de Europese Unie ligt onder de Verenigde Staten en Japan. "Corruptie kost de Europese Unie naar schatting 120 miljard euro per jaar", vertelt Donald Kalff. "Dat gaat vooral over de verkeerde inzet van middelen. Een brug die niet nodig was, maar toch gebouwd werd, of een nieuwe nutteloze politieke kostenpost." De Europese regelgeving tegen corruptie is daartegen opgewassen. "Alleen moeten de budgetten voor de handhaving omhoog." Het summum van de Europese economische integratie is de interne markt voor goederen. "Dat er nog altijd geen richtlijn is voor het vrije verkeer van diensten, is een schande", zegt Kalff. Toch heeft de huidige interne markt een rist voordelen, waarvan banencreatie de belangrijkste is. Elk miljard euro aan Europese exportgoederen levert 14.000 banen op. Dankzij de interne markt profiteert heel de Europese Unie van exportkampioenen zoals Duitsland en Italië. "Hoe meer je die integreert, hoe aantrekkelijker je bent voor handelspartners. En dat is vooral belangrijk voor kmo's", stelt Kalff. Een bijkomende bron van rijkdom zijn de handelsakkoorden, een exclusieve Europese bevoegdheid. "De Europese Unie heeft tientallen handelsverdragen gesloten, de Verenigde Staten veel minder", zegt Kalff. "De snelheid waarmee nieuwe akkoorden zijn gesloten nadat Trump de protectionistische toer op is gegaan, is indrukwekkend." In de ontwikkeling van de technologieën van de toekomst zoals artificiële intelligentie, kwantumcomputers en het internet der dingen heeft Europa een achterstand op de Verenigde Staten en China. De kracht van Europa is volgens het rapport zijn technologiebeleid en zijn regelgeving. "In technologiewetgeving domineert Europa wereldwijd", stelt Kalff, die wijst op het belang ervan voor het bedrijfsleven. "We staren ons onterecht blind op grote netwerkclubs zoals Facebook en Google, terwijl de handel tussen bedrijven onderling vele malen groter is." De Europese Unie moet de wereldwijde standaard zetten en heeft daar alle troeven voor, zoals haar sterke wetgevende machine, haar interne markt die nog altijd de rijkste ter wereld is, en haar wereldleiderschap in sociale en ecologische duurzaamheid. Voor die verduurzaming zijn data onontbeerlijk, maar de verzameling en de verwerking ervan staan nog in de kinderschoenen. Die kans moet de Europese Unie grijpen om in het datagebruik voor de verduurzaming van de samenleving wereldleider te worden. Dat kan Europa als hefboom gebruiken om in het digitale tijdperk een hoofdrol te spelen. Dat het daartoe in staat is, heeft het volgens de auteurs bewezen met de invoering van de GDPR, de regels rond de bescherming van persoonsgegevens die gelden als wereldwijde standaard.