Chinese bedrijven maken onze gadgets, Amerikaanse leveren onze software en bezitten onze data. Veel Europese politici hopen via boetes en regels de buitenlandse techbedrijven aan banden te leggen. Een beetje vuil spel en spierballengerol is wellicht nodig om ons weer in de race te knokken. Daarnaast moeten we werken aan een eengemaakte Europese...

Chinese bedrijven maken onze gadgets, Amerikaanse leveren onze software en bezitten onze data. Veel Europese politici hopen via boetes en regels de buitenlandse techbedrijven aan banden te leggen. Een beetje vuil spel en spierballengerol is wellicht nodig om ons weer in de race te knokken. Daarnaast moeten we werken aan een eengemaakte Europese digitale markt. De meest plausibele verklaring voor het gebrek aan Europese techgiganten is de versnipperde markt. Beloftevolle techbedrijven kunnen hier nu niet op dezelfde manier doorgroeien als hun Aziatische en Amerikaanse concurrenten. Er is kennis, talent, geld en infrastructuur. Maar al te vaak botsen de ambities hier op de grote verschillen in cultuur en regelgeving. Chinese en Amerikaanse start-ups moeten hun tijd en geld pas later stoppen in risicovolle internationale expansies, want hun thuismarkt is groot genoeg. Bovendien zorgt die grotere interne concurrentie ervoor dat hun techbedrijven zich meer moeten verweren. Daardoor kunnen ze internationaal gemakkelijker mee. Het is gevaarlijk de Europese achterstand te relativeren. Europa is rijk en telt veel sterke bedrijven. Alleen zitten zij overwegend in relatief oude sectoren met lage groeivooruitzichten. Beleggers rekenen dat al door. De Amerikaanse beursindexen presteren veel beter door het grotere aandeel van de techspelers. De Europese economie dreigt nog meer naar de achtergrond geduwd te worden, nu de digitale revolutie een versnelling hoger schakelt door de impact van artificiële intelligentie, elektrische zelfrijdende wagens en andere innovaties. Het wordt moeilijk weer bij de kopgroep te raken, maar er zit niets anders op.