Het akkoord van Boris Johnson, ervan uitgaand dat dit vroeg of laat groen licht krijgt van het Britse parlement, brengt eindelijk duidelijkheid, maar graaft een diep kanaal tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Boris Johnson wil zich beperken tot een vrijhandelsakkoord met zijn belangrijkste handelspartner, en voor de rest is de scheiding brutaal. Op termijn zal het Verenigd Koninkrijk dezelfde relatie met de Europese Unie hebben als Canada, gekenmerkt door een verschillende regelgeving en een beperkte migratie.
...

Het akkoord van Boris Johnson, ervan uitgaand dat dit vroeg of laat groen licht krijgt van het Britse parlement, brengt eindelijk duidelijkheid, maar graaft een diep kanaal tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Boris Johnson wil zich beperken tot een vrijhandelsakkoord met zijn belangrijkste handelspartner, en voor de rest is de scheiding brutaal. Op termijn zal het Verenigd Koninkrijk dezelfde relatie met de Europese Unie hebben als Canada, gekenmerkt door een verschillende regelgeving en een beperkte migratie.De deal van Johnson is slechter dan de deal die zijn voorganger Theresa May sloot met de Europese Unie. Het grote verschil tussen beide deals is het strategische einddoel. May koos voor de maximale integriteit van het Verenigd Koninkrijk ten koste van de eigen soevereiniteit. Dat bond het Verenigd Koninkrijk de facto nog lang aan de Europese Unie, maar het Britse parlement stemde die keuze tot drie keer toe weg. Boris Johnson geeft de voorkeur aan de maximalisatie van het eigen beschikkingsrecht, het 'taking back control', en dit ten koste van de integriteit van het 'Britse Rijk'. Johnson is zelfs bereid de economische controle over Noord-Ierland op te geven om de banden met de Europese Unie zo veel mogelijk door te kunnen knippen.De prijs van deze keuze is hoog. Van deze harde brexit wordt niemand beter, het Verenigd Koninkrijk nog het minst. De schattingen lopen uiteen, maar 'taking back control' is een dure aangelegenheid. Het Britse inkomen per capita kan over tien jaar 7 procent lager liggen in vergelijking met een 'remain'-scenario. De verarming is voor een kleine helft te wijten aan een beperking van de handel en migratie, en voor een grote helft aan lagere productiviteitswinsten. En dit in de veronderstelling dat het Verenigd Koninkrijk voor eind 2020 een handelsakkoord met de Europese Unie kan sluiten. Dat is nog lang niet zeker, en dus wordt het over een goed jaar opnieuw billen dichtknijpen. De lijdensweg van een geordende brexit moet eigenlijk nog beginnen. Ook voor de Europese economie is deze brexit geen cadeau, met de Vlaamse economie als een van de grootste slachtoffers. Exporteren naar en zakendoen met het Verenigd Koninkrijk wordt lastiger. Aan de andere kant van het Kanaal dreigt ook een geduchte concurrent te ontstaan, als het Verenigd Koninkrijk lage belastingen en een soepele regelgeving gebruikt om de kosten van de brexit te compenseren. Als het Verenigd Koninkrijk zichzelf kan heruitvinden als het Singapore aan de Noordzee, zal de Europese Unie niet kunnen lachen met die concurrentie. 'Als' is hierbij het sleutelwoord. Het trackrecord van de Britse economie is niet overtuigend genoeg om nu plots de weg naar het economische walhalla te vinden. Het akkoord van Johnson is niet alleen een economische gok. De deal maakt ook krachten los die de Britse regering nog lang dreigen te achtervolgen. De vrede in Noord-Ierland rust op een delicaat evenwicht dat nu sowieso verstoord wordt. Er komt geen fysieke grens tussen Ierland en Noord-Ierland, maar de Noord-Ierse Unionisten voelen zich verraden nu Boris Johnson hen als zoenoffer aanbiedt aan de Europese Unie. Noord-Ierland krijgt in ruil wel het recht om over vier jaar een keuze te maken tussen de ingewikkelde nieuwe constructie, of een volwaardige terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk. Dat lijken zorgen voor morgen, maar de Schotten nemen uiteraard akte van de geste aan de Noord-Ierse buren. De roep om onafhankelijkheid in Schotland, en intussen ook in Wales, klinkt prompt luider. Schotland is maar wat jaloers op Noord-Ierland, dat de facto lid blijft van de Europese Unie. De prijs van de herovering van controle dreigt voor de Britse regering een verlies aan controle te worden. "Een paar duizend pond per Brit en een natie of twee", concludeert The Economist. Een nieuw referendum over de vraag of dit wel een goede deal is, of een nieuwe plotwending, zou welkom zijn. De ratio heeft echter al lang het onderspit gedolven.