Zeer vroeg beseften politici dat covid-19 en de lockdown een drastisch effect zouden hebben op onze economie. Zowel het Vlaams als het federaal niveau ging aan de slag met een pakket maatregelen om onze bedrijven te beschermen tegen de economische dreun die hen te wachten stond. De overheid haalde de bazooka boven: in het tweede kwartaal van 2020 was bijna één op de drie werknemers tijdelijk werkloos, blijkt uit onze analyse.

Vandaag zien we een ander scenario. Veel sectoren ervaren een fors economisch herstel. Sommige sectoren zitten weer bijna op het niveau van voor de uitbraak van het virus. Elders zagen we zelfs een stijging van het aantal gewerkte uren tegenover juni 2019, onder meer in de uitzendarbeid (+8%) en de bouw (+4%), al kan dat een tijdelijke inhaalbeweging zijn.

Augustus bracht een drastische terugval van het aantal tijdelijk werkloze werknemers: van 27 procent naar 4,6 procent van de Belgische werknemers. We mogen dus hopen op het gedroomde V-vormige herstel, al zal die niet voor iedereen zijn. Daar zit meteen een lastige vraag voor de regering-De Croo.

Economie met twee snelheden

We zitten stilaan in een economie met twee snelheden. Dat vraagt dat we het geweer van schouder veranderen. De bazooka mag in de kast, het is tijd om het scalpel boven te halen. Vandaag maakt de overheid nog geen echt onderscheid tussen zwaar getroffen sectoren en minder zwaar getroffen sectoren. Tijdelijke werkloosheid blijft mogelijk, al is de procedure voor de minder getroffen sectoren weer wat omslachtiger geworden. Dat zal al helpen, maar het is niet voldoende.

Voor sommige sectoren stappen we misschien het best helemaal weg van tijdelijke werkloosheid. Voor sectoren zoals toerisme, de evenementensector en de horeca is tijdelijke werkloosheid onvoldoende en moeten we nadenken over extra structurele maatregelen.

De bazooka van de overheid mag in de kast, het is tijd om het scalpel boven te halen.

De nieuwe regering moet dus harde noten kraken, en een antwoord geven op de volgende vragen. Hoelang willen we de meest geraakte sectoren nog ondersteunen met tijdelijke werkloosheid? Hoeveel slachtoffers (faillissementen en verloren jobs) willen we accepteren om weer naar een min of meer normale toestand te gaan?

Het systeem van tijdelijke werkloosheid werd ingericht als een overbrugging, maar een overbrugging naar wat? Welke drempels gebruiken we om te oordelen dat een sector nu wel voort kan? Wat als het nog twee jaar duurt voor we een vaccin hebben en echt weer helemaal 'normaal' kunnen leven? Hoe bepalen we welke bedrijven moeten worden ondersteund en wat is dan de meest geschikte ondersteuning? Kortom, het debat over hoe we onze economie en ons arbeidsbeleid zullen herorganiseren moet dringend worden opgestart.

We mogen niet vergeten dat de 4,6 procent tijdelijk werklozen maandelijks nog altijd gemiddeld 182 miljoen euro kosten. Dat weegt enorm op het overheidsbudget. Dat zijn geen druppels op een hete plaat, maar stuk voor stuk relevante euro's die kunnen worden ingezet voor het herstelbeleid. We moeten ons dus afvragen waar dat geld het beste rendeert.

Herstelplan op maat

Eén ding is duidelijk: grote delen van onze economie hebben het infuus niet echt meer nodig. We moeten naar een tijdperk waar tijdelijke werkloosheid een redmiddel is voor bedrijven in hoge nood. Waar we voor de lockdown snel waren met het invoeren van crisismaatregelen, moeten we net zo snel aan een herstelplan op maat werken om verdere schade te beperken.

Samen met het relanceplan van de Europese Unie is er een nooit gezien momentum om ons arbeidsbeleid drastisch te herzien. Zo moeten de bedrijven nadenken over meer agile werken, employability en learnability. Met de verschuiving naar flexibel werken moeten we ook een beweging inzetten naar flexibel verlonen. De volgende regering kan op haar beurt het infuus beter dichtdraaien en een alternatieve aanpak uitwerken als ze haar herstelbeleid wil maximaliseren.

Zeer vroeg beseften politici dat covid-19 en de lockdown een drastisch effect zouden hebben op onze economie. Zowel het Vlaams als het federaal niveau ging aan de slag met een pakket maatregelen om onze bedrijven te beschermen tegen de economische dreun die hen te wachten stond. De overheid haalde de bazooka boven: in het tweede kwartaal van 2020 was bijna één op de drie werknemers tijdelijk werkloos, blijkt uit onze analyse.Vandaag zien we een ander scenario. Veel sectoren ervaren een fors economisch herstel. Sommige sectoren zitten weer bijna op het niveau van voor de uitbraak van het virus. Elders zagen we zelfs een stijging van het aantal gewerkte uren tegenover juni 2019, onder meer in de uitzendarbeid (+8%) en de bouw (+4%), al kan dat een tijdelijke inhaalbeweging zijn.Augustus bracht een drastische terugval van het aantal tijdelijk werkloze werknemers: van 27 procent naar 4,6 procent van de Belgische werknemers. We mogen dus hopen op het gedroomde V-vormige herstel, al zal die niet voor iedereen zijn. Daar zit meteen een lastige vraag voor de regering-De Croo.We zitten stilaan in een economie met twee snelheden. Dat vraagt dat we het geweer van schouder veranderen. De bazooka mag in de kast, het is tijd om het scalpel boven te halen. Vandaag maakt de overheid nog geen echt onderscheid tussen zwaar getroffen sectoren en minder zwaar getroffen sectoren. Tijdelijke werkloosheid blijft mogelijk, al is de procedure voor de minder getroffen sectoren weer wat omslachtiger geworden. Dat zal al helpen, maar het is niet voldoende.Voor sommige sectoren stappen we misschien het best helemaal weg van tijdelijke werkloosheid. Voor sectoren zoals toerisme, de evenementensector en de horeca is tijdelijke werkloosheid onvoldoende en moeten we nadenken over extra structurele maatregelen.De nieuwe regering moet dus harde noten kraken, en een antwoord geven op de volgende vragen. Hoelang willen we de meest geraakte sectoren nog ondersteunen met tijdelijke werkloosheid? Hoeveel slachtoffers (faillissementen en verloren jobs) willen we accepteren om weer naar een min of meer normale toestand te gaan?Het systeem van tijdelijke werkloosheid werd ingericht als een overbrugging, maar een overbrugging naar wat? Welke drempels gebruiken we om te oordelen dat een sector nu wel voort kan? Wat als het nog twee jaar duurt voor we een vaccin hebben en echt weer helemaal 'normaal' kunnen leven? Hoe bepalen we welke bedrijven moeten worden ondersteund en wat is dan de meest geschikte ondersteuning? Kortom, het debat over hoe we onze economie en ons arbeidsbeleid zullen herorganiseren moet dringend worden opgestart.We mogen niet vergeten dat de 4,6 procent tijdelijk werklozen maandelijks nog altijd gemiddeld 182 miljoen euro kosten. Dat weegt enorm op het overheidsbudget. Dat zijn geen druppels op een hete plaat, maar stuk voor stuk relevante euro's die kunnen worden ingezet voor het herstelbeleid. We moeten ons dus afvragen waar dat geld het beste rendeert.Eén ding is duidelijk: grote delen van onze economie hebben het infuus niet echt meer nodig. We moeten naar een tijdperk waar tijdelijke werkloosheid een redmiddel is voor bedrijven in hoge nood. Waar we voor de lockdown snel waren met het invoeren van crisismaatregelen, moeten we net zo snel aan een herstelplan op maat werken om verdere schade te beperken.Samen met het relanceplan van de Europese Unie is er een nooit gezien momentum om ons arbeidsbeleid drastisch te herzien. Zo moeten de bedrijven nadenken over meer agile werken, employability en learnability. Met de verschuiving naar flexibel werken moeten we ook een beweging inzetten naar flexibel verlonen. De volgende regering kan op haar beurt het infuus beter dichtdraaien en een alternatieve aanpak uitwerken als ze haar herstelbeleid wil maximaliseren.