Dertig jaar geleden. Ik hoorde op de radio dat in Berlijn de Muur was gevallen. Ik ben gestopt langs de kant van de weg en liet mijn tranen de vrije loop. "Het einde van de geschiedenis", zou Francis Fukuyama later schrijven, de definitieve ontvoogding van de mensheid was een feit. De ideologische oorlog was beslecht in het voordeel van de liberale democratie.

De Oost-Duitsers die naar het Westen trokken, ontvingen 100 harde Deutsche Mark als welkomstgeld. Volgens historici zou tot 95 procent van de Oost-Duitsers zo'n som hebben ontvangen, er vlogen miljarden D-Mark naar de landgenoten uit het Oosten. Veel tijd om het systeem waterdicht te maken, was er niet. Omdat iedereen er recht op had - ook stervenden en baby's - werd er ongetwijfeld op grote schaal gefraudeerd. Wat kochten de Oost-Duitsers met hun nieuwe valuta? Lego, een dure vulpen, barbiepoppen, Adidas-voetbalschoenen, onbekend fruit zoals kiwi's. Leve de vrije markt, leve de consumptiemaatschappij. De nieuwe rijken hadden de woorden van Madonna goed in de oren geknoopt: " You know that we are living in a material world. "

Complex gedrag zoals het leven in een marktgerichte economie moet worden aangeleerd.

Maar al snel ontdekten de Oost-Duitsers de andere kant van de medaille: mensen verloren hun baan of moesten verder met een hongerloon. Van een Duitse vriend heb ik het dramatische verhaal gehoord van zijn vader, een kleine ondernemer in Karl-Marx-Stadt (nu Chemnitz). Hij was weggepest als ondernemer door het communistische systeem, en keek uit naar meer vrijheid en naar het unieke kapitalistische klimaat waar wél ruimte was voor initiatief. Na de val van de Muur werd hij kapotgeconcurreerd door de veel efficiëntere bedrijven uit West-Duitsland. In enkele maanden was hij failliet.

Bij radicale veranderingen vergeten we telkens opnieuw dat de grote systemen door een intense leerperiode moeten worden begeleid. Zo niet ontwikkelt alleen een heel klein aantal entiteiten - meestal netwerkachtige structuren, en helaas vaak vooral de maffia - voldoende leersnelheid.

Bijzonder boeiend - en onvoldoende gedocumenteerd - is wat er de eerste maanden met de verzekeringen gebeurde. Al snel begrepen de Oost-Duitsers dat het DDR-systeem niet voor een degelijk pensioen in de nieuwe wereld had gezorgd. Door de convertibiliteit van de zowat waardeloze Ostmark naar de Deutsche Mark, ontstond een gouden tijd voor levensverzekeringen 'van het gemengde type'. De klassieke verzekeraars waren te traag met hun aanbod. Ze moesten vergaderen, SWOT-analyses maken, strategische plannen voor die nieuwe markt opstellen, kantoren ontwerpen, personeel selecteren en opleiden. Toen die oefeningen achter de rug waren, lag de markt droog.

Bij radicale veranderingen vergeten we telkens opnieuw dat de grote systemen door een intense leerperiode moeten worden begeleid.

De topverkopers van Hamburg-Mannheimer en andere maatschappijen waren snel in hun grote Mercedes de grens overgetrokken, zochten contact met de netwerkers (van de partij?) met de simpele boodschap: zo'n auto kun je ook verdienen, breng gewoon verkopers aan, die op hun beurt verkopers aanbrengen. Het was volkomen wettelijk en het was geen kettingverkoop, want aan het einde van de rit werd altijd een veilige belegging verkocht, waarin de kosten van al die SWOT-analyses en ander managementgedoe niet verrekend hoefden te worden.

De Oost-Duitsers werden geconfronteerd met een Duitsland met twee snelheden. Tot vandaag is dat een vruchtbare bodem voor extreem rechts. Veel minder goed verging het hun lotgenoten in Rusland, waar het kapitalisme werd verward met snel rijk worden, bijvoorbeeld door aandeelhouderschap. Het ontbrak de gewone Rus aan elementaire inzichten in hoe een markt, en zeker een financiële markt werkt. Boris Jeltsin zette de deur wagenwijd open voor echte kettingbrieven met aandelen, voor oplichterij en corruptie. Hij verkocht het land aan de maffia. Het economische systeem stortte in elkaar. De inflatie bedroeg in 1992 meer dan 2500 procent. Het bruto nationaal product daalde in 1991 met 17 procent. Het Westen besefte onvoldoende dat complex gedrag zoals het leven in een marktgerichte economie moet worden aangeleerd.