Na de zeven magere jaren, nu de zeven vette jaren? De Europese conjunctuurcyclus is op weg om Bijbelse proporties aan te nemen. Europa heeft van 2008 tot en met 2014 letterlijk zeven magere jaren doorworsteld, maar het is niet uitgesloten dat we sinds 2015 genieten van zeven vette jaren. Dat zou betekenen dat de volgende recessies pas in 2022 op de agenda komt. Waar kunnen we tekenen?
...

Na de zeven magere jaren, nu de zeven vette jaren? De Europese conjunctuurcyclus is op weg om Bijbelse proporties aan te nemen. Europa heeft van 2008 tot en met 2014 letterlijk zeven magere jaren doorworsteld, maar het is niet uitgesloten dat we sinds 2015 genieten van zeven vette jaren. Dat zou betekenen dat de volgende recessies pas in 2022 op de agenda komt. Waar kunnen we tekenen?2017 belooft een grand cru te worden. De groeicijfers over het tweede kwartaal bevestigen wat de indicatoren al langer aangeven: het gaat goed. De Nederlandse economie spande de kroon en dikte in het tweede kwartaal 1,5 procent tegenover het eerste kwartaal. Dat betekent op jaarbasis een groei van 6 procent, wat buiten alle verwachting is. Dat zijn Chinese groeicijfers die niet vol te houden zijn, maar de Europese economie kan dit jaar vlot 2 procent groeien, mogelijk zelfs meer. Zelfs de zwakke broertjes, zoals Italië, zijn uitgenodigd op het feestje.Deels is de opleving gemakkelijk en vanzelfsprekend, zoals een bal die hoog stuitert na een diepe val. De Europese economie werd dusdanig hard getroffen, eerst door de financiële crisis en daarna door de interne schuldencrisis, dat we nog decennia verder kunnen met de portie recessies die we de voorbije jaren gekregen hebben. Er is nog heel wat onderbenut potentieel, zodat de Europese economie nog een tijdje relatief stevig kan doorgroeien zonder tegen haar limieten te botsten, zonder inflatie te genereren dus. De aanhoudend hoge werkloosheid toont wel aan dat Europa meer nodig heeft dan een conjuncturele opleving om de hele Europese jeugd perspectief te geven op een betere toekomst. Wat een scheut deftig economisch beleid al niet vermag. Landen als Nederland en Spanje hebben in de crisisjaren het hardst willen (Nederland) of moeten (Spanje) bijsturen en plukken daar nu de vruchten van. Die landen hebben zich dus niet kapotbespaard. Al heeft Nederland, en bij uitbreiding het hele eurogebied, tijdens de donkerste uren de budgettaire sanering te snel en te ver doorgedreven, ook al was er op dat ogenblik weinig andere keuze. Frankrijk lijkt met Emmanuel Macron eindelijk een president te hebben die de economie nieuw leven wil inblazen met hervormingen. Duitsland toont nog elke dag aan hoe ver je kunt springen met een hervorming van de arbeidsmarkt zoals kanselier Gerhard Schröder die vijftien jaar geleden op de rails zette. Sindsdien heeft Duitsland netto 7 miljoen banen gecreëerd. Angela Merkel belooft tegen 2025 een job voor elke Duitser. Een identieke belofte van vicepremier Kris Peeters (CD&V) klinkt minder geloofwaardig.België is vandaag met een groei van 2 procent een van de opvallende kneusjes van de klas. Dat was bijna onvermijdelijk. Via een te expansief vraagbeleid en uitstel van hervormingen heeft de regering-Di Rupo groei van de toekomst geleend. De factuur valt nu in de bus. België heeft met succes de crisis uitgesmeerd in de tijd, maar is minder voorbereid op de toekomst. Het zware overheidsbeslag is een zwemband in slechte tijden, maar een blok aan het been in goede tijden. Plus est en vous, regering-Michel. Een beetje schuiven met belastingen zorgt al voor extra jobs en groei. Stel je voor dat deze regering meer had gedaan. Dat konden we straks spreken over het economische mirakel van de Lage Landen, in plaats van het mirakel van Nederland.Europa plukt niet alleen de vruchten van een beter aanbodbeleid, ook de vraag zit het herstel niet langer in de weg. Niet alleen een export trekt ons uit het slop, het herstel is ook van interne makelij dankzij aantrekkende consumptie en investeringen. Het fiscale beleid is niet langer een remmende factor, en mag vandaag in Europa als neutraal voor de groei gezien worden. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank blijft bijzonder expansief, met rentevoeten die in reële termen ook op lange termijn negatief blijven. Een sterkere euro is een aandachtspunt, maar die klim is voorlopig onvoldoende om het herstel te bedreigen. En de ECB liet al weten dat ze niet van plan is werkloos toe te kijken bij een verdere stijging van de euro. De ECB waakt, want ze wil het werk van de voorbije jaren niet verloren zien gaan. Kortom, deed Europa in 2011 nog een poging tot economische zelfmoord met een paniekerig budgettair beleid en een falende ECB, dan staan de macro-economische lichten nu op groen. Wel rest ons relatief weinig munitie om de volgende recessie te bestrijden.Er is wellicht nog tijd om dat euvel aan te pakken. Economische expansies sterven niet van ouderdom, ze worden allemaal vermoord door grove tegenslag. Denk aan een olieschok, een ontsporende inflatie, een financiële crisis of een andere calamiteit die het vertrouwen van ondernemers en consumenten onderuit haalt. Behalve het risico op een gevaarlijke escalatie van de crisis in Noord-Korea lopen er op dit ogenblik weinig potentiële moordenaars voor de conjunctuur rond.