Belgen zijn pendelaars. Altijd geweest. Het ontstaan van dit land loopt voor een stuk parallel met de opkomst van het treinverkeer. Treinen, paardentrams en bussen hebben sindsdien plaatsgemaakt voor snelwegen en heel veel auto's. De auto is een motor voor de economie, voor de welvaart, de ruimtelijke ordening en zelfs voor de fiscaliteit. Maar de jongste decennia heeft dat vooral geleid tot stilstand op onze wegen.

Talrijke onderzoeken en debatten later is voor experts duidelijk dat het gebruik van de auto belasten in plaats van het bezit ervan, een zinvol denkspoor is om ons mobiliteitsgedrag te sturen. De aankondiging van een Brusselse stadstol - tegelijk een aanzet voor een kilometerheffing - komt dan ook niet uit de lucht vallen. De negatieve reacties aan beide kanten van de taalgrens suggereren nochtans dat het politieke draagvlak voor stilstand nog altijd groter is dan de wil om het mobiliteitsprobleem aan te pakken.

Zoek het draagvlak voor de stadstol.

Tegenstanders vrezen dat pendelende automobilisten dubbel belast zouden worden: verkeersbelasting in het gewest waar ze wonen en een stadstol in Brussel. Bovendien vinden ze dat Brussel al genoeg geld krijgt om de mobiliteitsproblemen aan te pakken. Dat lijken vakkundige obstructies om noodzakelijk beleid te verhinderen. Met fiscale en communautaire verontwaardiging kun je in dit land elk beleid blokkeren.

Het kan best zijn dat er aan het voorstel van een Brusselse stadstol verbeteringen nodig zijn, maar daar is ook ruimte voor. Als de Vlaamse en Waalse regering hun verantwoordelijkheid nemen, dan maken ze gebruik van het momentum. De plannen om werk te maken van rekeningrijden staan al twee legislaturen in de steigers. En ja, overleg tussen de drie gewesten is daarbij vanzelfsprekend. Het Brusselse voorstel kan daarbij de perfecte voorzet zijn om eindelijk meer visie in het mobiliteitsbeleid te brengen.

Belgen zijn pendelaars. Altijd geweest. Het ontstaan van dit land loopt voor een stuk parallel met de opkomst van het treinverkeer. Treinen, paardentrams en bussen hebben sindsdien plaatsgemaakt voor snelwegen en heel veel auto's. De auto is een motor voor de economie, voor de welvaart, de ruimtelijke ordening en zelfs voor de fiscaliteit. Maar de jongste decennia heeft dat vooral geleid tot stilstand op onze wegen. Talrijke onderzoeken en debatten later is voor experts duidelijk dat het gebruik van de auto belasten in plaats van het bezit ervan, een zinvol denkspoor is om ons mobiliteitsgedrag te sturen. De aankondiging van een Brusselse stadstol - tegelijk een aanzet voor een kilometerheffing - komt dan ook niet uit de lucht vallen. De negatieve reacties aan beide kanten van de taalgrens suggereren nochtans dat het politieke draagvlak voor stilstand nog altijd groter is dan de wil om het mobiliteitsprobleem aan te pakken.Tegenstanders vrezen dat pendelende automobilisten dubbel belast zouden worden: verkeersbelasting in het gewest waar ze wonen en een stadstol in Brussel. Bovendien vinden ze dat Brussel al genoeg geld krijgt om de mobiliteitsproblemen aan te pakken. Dat lijken vakkundige obstructies om noodzakelijk beleid te verhinderen. Met fiscale en communautaire verontwaardiging kun je in dit land elk beleid blokkeren. Het kan best zijn dat er aan het voorstel van een Brusselse stadstol verbeteringen nodig zijn, maar daar is ook ruimte voor. Als de Vlaamse en Waalse regering hun verantwoordelijkheid nemen, dan maken ze gebruik van het momentum. De plannen om werk te maken van rekeningrijden staan al twee legislaturen in de steigers. En ja, overleg tussen de drie gewesten is daarbij vanzelfsprekend. Het Brusselse voorstel kan daarbij de perfecte voorzet zijn om eindelijk meer visie in het mobiliteitsbeleid te brengen.