Ziekenhuizen moeten zich vanaf 2020 in klinische netwerken organiseren. Bedoeling is dat de ziekenhuizen in die netwerken beter gaan samenwerken en dat moet ervoor zorgen dat het systeem betaalbaar blijft en dat tegelijk de zorg voor de patiënt verbetert. Die patiënt zal voor de basiszorg terecht blijven kunnen bij een ziekenhuis in de buurt, maar meer gespecialiseerde zorg (denk bv. aan beenmergtransplantaties) zal geconcentreerd worden in gespecialiseerde ziekenhuizen.

De commissie Volksgezondheid van de Kamer keurde daarvoor eind vorige maand een wetsontwerp goed, maar dat houdt geen rekening met de toetsing bij de Raad voor Mededinging, stelt Dewallens. De mededingingsregels verbieden ondernemingen namelijk om afspraken te maken die onderlinge concurrentie beperken.

Daarnaast is er nog de antirustwetgeving, waarmee men probeert te voorkomen dat ondernemingen te veel macht krijgen, waar de ziekenhuisnetwerken ook onder vallen. Het komt er dus op neer dat afspraken over prijzen en de marktverdeling verboden zijn. Ziekenhuizen die wel onderling afspraken maken, kunnen boetes krijgen die oplopen tot 10 procent van de omzet.

Volgens Dewallens zullen de patiëntenbelangen, de rechten van de ziekenhuisartsen, de kostprijs voor de ziekteverzekering en de voordelen van de concurrentiebeperking tegen elkaar afgewogen moeten worden. Hij voorspelt dat het een evenwichtsoefening zal worden, want bepaalde afspraken zullen moeilijk te rechtvaardigen zijn, zoals die over de ereloonsupplementen.

Verder zullen de ziekenhuisnetwerken het fiat moeten krijgen van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA). In onze buurlanden is dat ook zo en in Duitsland kregen bijvoorbeeld niet alle netwerken een toelating. Dewallens besluit dat er 'wellicht geen reden tot paniek is', maar stelt wel dat het belangrijk is om een aantal reflexen aan te kweken en tijdig de nodige analyses te doen voordat er 'zorgstrategische afspraken' gemaakt worden voor een netwerk.