Sinds Xi Jinping in 2012 aan het hoofd van de Communistische Partij kwam, heeft hij meer macht en meedogenloosheid getoond dan enige andere leider sinds Mao Zedong, die in 1976 overleed. Hij zuiverde de partij en de veiligheidstroepen van politieke vijanden. Hij maakte van de partij een alomtegenwoordige, ideologisch overtuigde, op technologie gebaseerde machine. Hij versmachtte andersdenkenden. Van zandbanken in de Zuid-Chinese Zee maakte hij forten, hij bedreigde Taiwan en voerde de inzet van kernwapens op, om de Verenigde Staten op afstand te houden. Hij versterkte de wereldmacht van China en gebruikt zijn economische gewicht in de strijd om politieke invloed met het Westen, dat hij beschouwt als chaotisch en in verval.
...

Sinds Xi Jinping in 2012 aan het hoofd van de Communistische Partij kwam, heeft hij meer macht en meedogenloosheid getoond dan enige andere leider sinds Mao Zedong, die in 1976 overleed. Hij zuiverde de partij en de veiligheidstroepen van politieke vijanden. Hij maakte van de partij een alomtegenwoordige, ideologisch overtuigde, op technologie gebaseerde machine. Hij versmachtte andersdenkenden. Van zandbanken in de Zuid-Chinese Zee maakte hij forten, hij bedreigde Taiwan en voerde de inzet van kernwapens op, om de Verenigde Staten op afstand te houden. Hij versterkte de wereldmacht van China en gebruikt zijn economische gewicht in de strijd om politieke invloed met het Westen, dat hij beschouwt als chaotisch en in verval. Op zondag16 oktober riep de partij opnieuw een vijfjaarlijks congres bijeen, waar Xi werd herbenoemd tot partij- en legerleider. Begin volgend jaar wordt hij zo goed als zeker bevestigd als president voor een derde ambtstermijn. Dat is nooit gezien in het post-Mao-tijdperk, waar voor zulke functies maximaal twee termijnen van vijf jaar gelden. Het lijkt erop dat Xi zolang zal heersen als hij wil. De afgelopen tien jaar hebben veel over zijn denken onthuld. Toen Xi in 2012 aan de macht kwam, hoopten sommige waarnemers dat hij een soort hervormer zou zijn, die aansluiting zou proberen te vinden bij het Westen. Die hoop vervloog snel. Xi bleek vastbesloten om een enorme macht te vergaren, die hij meedogenloos zou gebruiken tegen critici, en om van China een wereldmacht te maken waarvoor het Westen ontzag zou hebben. De persoonlijke eigenschappen die Xi op dat pad hebben gebracht, zullen hem blijven drijven. Dat geldt ook voor de krachten om hem heen: een nationalistische elite, een partij die bang is haar greep te verliezen en een publiek dat een sterke man verwelkomt. Voor hij in 2002 zijn eerste baan kreeg als provinciaal partijhoofd in het naburige Zhejiang, was Xi een weinig bekende politicus die niets opvallends had gezegd of gedaan. Hij had zeventien jaar doorgebracht in één provincie, Fujian. "Hij was stil en een beetje timide", zegt Alfred Wu, die toen journalist voor de staatsmedia was en nu aan de Nationale Universiteit van Singapore werkt. "Mensen hadden nooit gedacht dat hij de nationale leider zou worden." In 2011 was Xi vicepresident van China, een duidelijk teken dat hij was opgeklommen tot troonopvolger. Dat jaar kwam de Amerikaanse vicepresident Joe Biden naar China om Xi te ontmoeten. Biden was vergezeld door Evan Medeiros, de directeur China van de Nationale Veiligheidsraad, die zich Xi herinnert als "heel beheerste en voorzichtige politicus", over wie "weinig bekend" was. Daniel Russel, de baas van Medeiros in het Witte Huis, herinnert zich een diner waarbij Xi "vrij uitvoerig sprak" over de omwentelingen die dat jaar autoritaire leiders in Arabische landen ten val brachten. Xi mijmerde over de mogelijke oorzaken: hij wees op corruptie, verdeeldheid in de regeringspartijen en het feit dat de leiders het contact met de gewone burgers en hun behoeften verloren waren. Dat kon ook de Communistische Partij ten val brengen, als ze geen orde op zaken kon stellen, aldus Russel. Misschien was de grootste fout van waarnemers destijds dat zij onderschatten hoezeer Xi werd gedreven door angst voor de ineenstorting van de partij, hoever hij zou gaan om dat te voorkomen en hoe breed zijn zorgen werden gedeeld door de heersende elite. Veel van het gedrag van Xi als leider, waaronder zijn nationalisme, kan worden uitgelegd als een reactie op de angst die hij in 2011 aan Biden openbaarde. Die angst was terecht. China was ingrijpend veranderd. Er was een grote middenklasse ontstaan. Met de snelle groei van het particuliere bedrijfsleven voelden de meeste stedelingen zich niet langer verbonden met de partij. De sociale media kwamen op als communicatiemiddel, het bezit van smartphones nam toe. De Chinezen gebruikten die technologie om hun grieven te delen. Er ontstonden kleine ngo's die opkwamen voor de rechten van de onderdrukten. En er ontstond verdeeldheid in de partij. Een rivaal van Xi, Bo Xilai, wedijverde om aandacht in de zuidwestelijke regio Chongqing, waar hij partijleider was. Bo, lid van het politbureau, won de steun van het publiek door ostentatief de corruptie te bestrijden en een beroep te doen op de nostalgie naar de zogenaamd eerlijkere dagen van Mao, toen de staat huisvesting en gezondheidszorg bood aan stedelingen. Begin 2012 werd Bo gearresteerd wegens corruptie en machtsmisbruik. Toen Xi maanden later aan de macht kwam, liet hij Bo berechten. Hij werd in 2013 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het beramen van een staatsgreep. Verschillende anderen, onder wie de voormalige Chinese veiligheidschef Zhou Yongkang en twee gepensioneerde generaals, werden beschuldigd van medeplichtigheid. Activa ter waarde van meer dan 14 miljard dollar werden in beslag genomen van de familie en medewerkers van Zhou. Dat Xi zulke machtige mensen ten val kon brengen, verraste veel analisten. Twee kenmerken van Xi's macht en persoonlijkheid maakten de zuivering mogelijk. Vooreerst zijn steun bij de elite. Het Westen zag een land dat de financiële crisis van 2007-2009 had doorstaan en snel groeide. In China waren partij-insiders minder optimistisch. Ze bekritiseerden de voorganger van Xi, Hu Jintao, omdat hij het land had laten afdrijven en de partij haar discipline had laten verliezen. De andere troef was Xi's afkomst. In China staat hij bekend als een taizi, een prinsenkind. Dat woord wordt meestal gebruikt voor de nakomelingen van de stichters van het communistische China. Ze genieten politiek voordeel. De Chinese president gelooft duidelijk dat het behoud van de traditionele ideologische retoriek van de partij - hoezeer deze ook afwijkt van veel aspecten van het door de staat geleide kapitalisme - cruciaal is om de 97 miljoen leden op één lijn te houden en zelf de leiding stevig in handen te houden. In 2009 stuurde de Amerikaanse ambassade in Peking een geheim telegram naar Washington, dat later gepubliceerd werd door Wikileaks, over het oordeel van een naamloze, maar duidelijk betrouwbare Chinese academicus die Xi vroeg in zijn carrière had gekend. "Onze contactpersoon is ervan overtuigd dat Xi een gevoel van 'aanspraak' heeft en gelooft dat leden van zijn generatie de 'rechtmatige erfgenamen' zijn van de revolutionaire prestaties van hun ouders en daarom 'het verdienen om China te regeren'." Xi werd niet gedreven door ideologie, stelde de geleerde, maar had ervoor gekozen "roder dan rood te worden", zodat de partij-elite hem als een veilige keuze zien. Xi is geen maoïst. Hij wil particuliere ondernemers in het gareel brengen, maar ze niet elimineren. Hun bijdrage aan de economie is te waardevol. Anders dan Mao, wil Xi het politieke en economische kader van het land versterken en de partij stevig onder controle houden. Tijdens de Culturele Revolutie zette Mao de Rode Garde in tegen zijn critici. De spontaan gevormde bendes radicalen, onafhankelijk van de partij, vielen partijfunctionarissen en partij-organisaties aan, omdat ze reactionair of onvoldoende maoïstisch waren. De familie van Xi was een van de doelwitten. Zijn vader werd gemarteld. Zijn halfzus pleegde zelfmoord. Die ervaring heeft Xi wellicht gesterkt in zijn geloof in een sterke partij. De massa de vrije hand geven, was gevaarlijk. Hij liet partijcomités installeren in particuliere bedrijven en ze in wijken nieuw leven inblazen. Xi heeft nieuwe partijgroepen opgericht om toezicht te houden op het werk van de ministeries. Xi heeft alle belangrijke portefeuilles van de regering in handen, met inbegrip van het economische beleid. Na het partijcongres zal veel aandacht gaan naar Xi's derde termijn als algemeen secretaris, die hij vrijwel zeker zal krijgen. De 69-jarige Xi zal wellicht blijven regeren zolang hij daar fit genoeg voor is. Toch heeft Xi ook reden tot bezorgdheid. Naarmate de economie vertraagt, kan de steun van het publiek afnemen. Xi zal nog meer geneigd zijn dissidenten aan te pakken en nog wantrouwiger staan tegenover bedrijfsleiders die zijn beleid ter discussie stellen. Hij heeft zich persoonlijk vereenzelvigd met China's zero-covidstrategie. Die zal hij volhouden. Even vastberaden is hij in zijn buitenlands beleid. Hij ziet een toenemende dreiging van de Verenigde Staten, die de Chinese invloed willen fnuiken en China de toegang tot geavanceerde technologieën ontzeggen. Taiwan moet zich zorgen blijven maken. De inname van Taiwan blijft een partijdoel.