Het zal u misschien verbazen, maar ik heb wel sympathie voor de woke beweging. Niet voor haar intellectuele finesses, maar voor haar uitgangspunt. Als de 'fundi's' moeten kiezen tussen rechtvaardigheid en intellectuele helderheid, kiezen ze voor verontwaardiging over zoveel discriminatie. Ik heb sympathie voor mensen die vechten voor een betere wereld, ook al gaan ze daarbij intellectueel weleens uit de bocht, een bocht die ik toevallig wel heel belangrijk vind.

Ja, ik ben een blanke, oudere man, en men wil mij het zwijgen opleggen. Blanke westerse mannen hebben nu al lang genoeg gepraat. Eeuwenlang hebben andere groepen moeten zwijgen, laat mijn soort nu maar eens vijftig jaar de mond houden. Dat soort voorstellen is intellectueel geen hoogvlieger. Door één groep het zwijgen op te leggen vergroot je niet de eigen legitimiteit of draag je niet bij tot een open en zinvol debat. Maar ik begrijp die extreme standpunten wel. Extreme wantoestanden verantwoorden extreme reacties. Bovendien is dat zwijgen uiteraard maar een woke wens, want ik heb nog altijd deze column als spreekbuis.

Wie verschillen zoekt, zal ze vinden.

Normaliter ligt mijn hart bij de intellectuele helderheid, logica, wetenschap, en sta ik heel achterdochtig tegenover het eindeloos analyseren van oude teksten, of het nu de Bijbel, Marx of Freud is. Mijn persoonlijke sympathie voor de woke vechters is gevoelsmatig te begrijpen, maar ik zie de gevaren. Let op als de emoties het overnemen, ook in de strijd voor de 'goede zaak'. In een minimum aan tijd worden de betweterige vingers geheven, worden onschuldige tradities verketterd en verliest een bewonderenswaardige beweging alle geloofwaardigheid. Niets is zo gemakkelijk als een tegenstander te wijzen op interne contradicties.

Vanuit mijn mildheid kan ik dan vooral waarschuwen (mijn vermanende vingertje): let toch maar op met telkens nieuwe groepen te vinden die gediscrimineerd worden. Ik ben linkshandig en hoop dat er geen woke groep opstaat om ons, arme linkshandigen, te vuur en te zwaard te verdedigen. Nochtans is er lijden (ik bespaar u een dieptepsychologische analyse van mijn jeugd) en is er discriminatie, zoals het feit dat een goede schaar vinden voor linkshandigen ofwel duur ofwel moeilijk is. De oplossing: laten we niet te veel focussen op onze verschillen, of het nu introvertie, lichaamslengte of linkshandigheid is.

Dat geldt volgens mij ook bij de nieuwe discussie over de carrièrekansen van mannen en vrouwen in een virtuele wereld. Want kijk: er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen. Omdat in een virtuele omgeving de inhoud sterker weegt dan persoonlijke relaties, speelt die wereld in het voordeel van de gediscrimineerde partij, de vrouwen. Soepel kunnen thuiswerken is vooral een voordeel voor vrouwen, die nog altijd een groter deel van de gezinsverantwoordelijkheid op zich nemen. De flexibiliteit van het virtuele werk past hun beter. Maar, waarschuwen sommige experts, vrouwen worden benadeeld als ze, in vergelijking met mannen, meer thuis werken. Ze zijn minder zichtbaar, hun kansen op mentorship dalen, coalities aanvoelen is moeilijker, en een voorkeur voor meer thuiswerk kan worden geïnterpreteerd als minder inzet en betrokkenheid.

Zo kun je schier eindeloos doorgaan. Benoem mij een verschil, focus erop en je kunt probleemloos discriminerende verschillen aantonen. Blijven focussen op mannen versus vrouwen is geen gezond principe, want na een tijdje worden je pleidooien intellectueel belachelijk. Focus op grote, goed gedocumenteerde, discriminerende verschillen. Die zijn er nog altijd, ook bij ons, en zeker tussen mannen en vrouwen. Pak die aan, op alle niveaus. Maar helpt het nu echt de goede zaak dat je tot in alle details beschrijft hoe vrouwen bevoor- én benadeeld zijn in hun carrière ten gevolge van onze virtualiserende samenleving?

Het zal u misschien verbazen, maar ik heb wel sympathie voor de woke beweging. Niet voor haar intellectuele finesses, maar voor haar uitgangspunt. Als de 'fundi's' moeten kiezen tussen rechtvaardigheid en intellectuele helderheid, kiezen ze voor verontwaardiging over zoveel discriminatie. Ik heb sympathie voor mensen die vechten voor een betere wereld, ook al gaan ze daarbij intellectueel weleens uit de bocht, een bocht die ik toevallig wel heel belangrijk vind. Ja, ik ben een blanke, oudere man, en men wil mij het zwijgen opleggen. Blanke westerse mannen hebben nu al lang genoeg gepraat. Eeuwenlang hebben andere groepen moeten zwijgen, laat mijn soort nu maar eens vijftig jaar de mond houden. Dat soort voorstellen is intellectueel geen hoogvlieger. Door één groep het zwijgen op te leggen vergroot je niet de eigen legitimiteit of draag je niet bij tot een open en zinvol debat. Maar ik begrijp die extreme standpunten wel. Extreme wantoestanden verantwoorden extreme reacties. Bovendien is dat zwijgen uiteraard maar een woke wens, want ik heb nog altijd deze column als spreekbuis. Normaliter ligt mijn hart bij de intellectuele helderheid, logica, wetenschap, en sta ik heel achterdochtig tegenover het eindeloos analyseren van oude teksten, of het nu de Bijbel, Marx of Freud is. Mijn persoonlijke sympathie voor de woke vechters is gevoelsmatig te begrijpen, maar ik zie de gevaren. Let op als de emoties het overnemen, ook in de strijd voor de 'goede zaak'. In een minimum aan tijd worden de betweterige vingers geheven, worden onschuldige tradities verketterd en verliest een bewonderenswaardige beweging alle geloofwaardigheid. Niets is zo gemakkelijk als een tegenstander te wijzen op interne contradicties. Vanuit mijn mildheid kan ik dan vooral waarschuwen (mijn vermanende vingertje): let toch maar op met telkens nieuwe groepen te vinden die gediscrimineerd worden. Ik ben linkshandig en hoop dat er geen woke groep opstaat om ons, arme linkshandigen, te vuur en te zwaard te verdedigen. Nochtans is er lijden (ik bespaar u een dieptepsychologische analyse van mijn jeugd) en is er discriminatie, zoals het feit dat een goede schaar vinden voor linkshandigen ofwel duur ofwel moeilijk is. De oplossing: laten we niet te veel focussen op onze verschillen, of het nu introvertie, lichaamslengte of linkshandigheid is. Dat geldt volgens mij ook bij de nieuwe discussie over de carrièrekansen van mannen en vrouwen in een virtuele wereld. Want kijk: er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen. Omdat in een virtuele omgeving de inhoud sterker weegt dan persoonlijke relaties, speelt die wereld in het voordeel van de gediscrimineerde partij, de vrouwen. Soepel kunnen thuiswerken is vooral een voordeel voor vrouwen, die nog altijd een groter deel van de gezinsverantwoordelijkheid op zich nemen. De flexibiliteit van het virtuele werk past hun beter. Maar, waarschuwen sommige experts, vrouwen worden benadeeld als ze, in vergelijking met mannen, meer thuis werken. Ze zijn minder zichtbaar, hun kansen op mentorship dalen, coalities aanvoelen is moeilijker, en een voorkeur voor meer thuiswerk kan worden geïnterpreteerd als minder inzet en betrokkenheid. Zo kun je schier eindeloos doorgaan. Benoem mij een verschil, focus erop en je kunt probleemloos discriminerende verschillen aantonen. Blijven focussen op mannen versus vrouwen is geen gezond principe, want na een tijdje worden je pleidooien intellectueel belachelijk. Focus op grote, goed gedocumenteerde, discriminerende verschillen. Die zijn er nog altijd, ook bij ons, en zeker tussen mannen en vrouwen. Pak die aan, op alle niveaus. Maar helpt het nu echt de goede zaak dat je tot in alle details beschrijft hoe vrouwen bevoor- én benadeeld zijn in hun carrière ten gevolge van onze virtualiserende samenleving?