Andermaal staan we op een kantelpunt in de coronacrisis. En andermaal lijkt het alsof we nodeloos lang discussiëren over vanzelfsprekende maatregelen. De reden? Vakministers die te veel met hun vak en te weinig met het algemeen belang bezig zijn. Het resultaat? Too little, too late.
...

Andermaal staan we op een kantelpunt in de coronacrisis. En andermaal lijkt het alsof we nodeloos lang discussiëren over vanzelfsprekende maatregelen. De reden? Vakministers die te veel met hun vak en te weinig met het algemeen belang bezig zijn. Het resultaat? Too little, too late. Ooit moet het boek Politieke besluitvorming in tijden van pandemie worden geschreven. Hopelijk vinden we daarin een antwoord op de vraag waarom het lijkt alsof we altijd een stap te laat komen. Als de scholen straks alsnog moeten sluiten, zal die maatregel harder zijn dan strikt noodzakelijk is. Omdat zal blijken dat we voordien onvoldoende maatregelen hebben genomen rond onze kinderen. Eerst dit. Ik heb makkelijk praten. Ik heb geen kinderen. Ik hoef niemand thuis op te vangen terwijl ik zit te werken. Ik hoef niet wakker te liggen van leerachterstand, slinkende motivatie om digitale taken uit te voeren, gebrek aan mogelijkheden om te spelen, te vrijen of te chillen. Iedereen heeft de neiging de zaken vooral vanuit zijn eigen perspectief te zien. Daarom voelen de horeca, de contactberoepen en de evenementensector zich veel te zwaar geviseerd in vergelijking met andere sectoren. Daarom zeggen sommige pedagogen dat eerst alle winkels dicht moeten, vooraleer je de scholen kunt sluiten. De besluitvorming in onze regeringen is daar een weerspiegeling van. Het is logisch dat een minister van Jeugd andere kaarten legt dan een minister van Volksgezondheid. Maar sommige kaarten wegen toch nog altijd het meest. Het draait om het aantal besmettingen, de ziekenhuisopnames, de intensieve bedden en - nog altijd - het aantal overlijdens. Daar gaan we toch niet over discussiëren? Vanuit wetenschappelijke hoek zien we de bezorgdheid over de Britse en andere varianten al enkele weken toenemen. Ze zijn besmettelijker - dat staat vast - en ze lijken ook meer invloed te hebben op kinderen. Wat er precies veranderd is en vanaf welke leeftijd, blijft lastig te bepalen. Er wordt gelukkig uitgebreid getest en dus zullen we de cijfers binnenkort beter kunnen interpreteren. Maar dat er iets niet meer klopt, is duidelijk. Ondertussen leven we nog altijd met een gehavende gezondheidszorg. Druk bezig met uitgestelde zorg te verlenen. Nog altijd geconfronteerd met te veel coronapatiënten op intensieve zorg en in de gewone bedden. Als geen ander beseft de medische sector hoe snel een exponentiële curve wel kan stijgen. Pas als we straks allemaal ingeënt zijn, is die druk van de ketel. Onzekerheid over het precieze besmettingsgevaar van kinderen is geen argument. Afwachten is geen optie. Misschien is het sluiten van de scholen nog te vermijden. Maar dan zullen de regels veel strenger moeten én moeten ze zonder onderscheid worden toegepast. Veel scholen vullen hun coronabeleid een beetje in zoals ze dat zelf willen. Sommige hanteren strikte regels om kinderen, leerkrachten, ouders en de rest van de samenleving te beschermen. Andere interpreteren de regels vanuit hun 'pedagogische vrijheid'. De beste maatregelen blijven dezelfde: gescheiden recreatie, een extra warme trui en ventilatie in de klas, mondmaskers, afstand en veel aandacht voor hygiëne. Het is tijd voor code rood. Wie het echt meent met de terechte eis dat de scholen zo lang mogelijk open moeten blijven, schiet het best in actie. Vakminister Ben Weyts op kop. Buitenschoolse activiteiten zijn nog van een heel andere orde, omdat ze veel moeilijker te controleren zijn. De kans op overdracht van het virus is er allicht groter. En zonder hun enorme meerwaarde te willen onderschatten, zou de hoogste prioriteit toch op school en niet daarbuiten moeten liggen. Ook hier is het code rood. Minister van Jeugd Benjamin Dalle heeft de jongste weken op de rem gestaan. Begrijpelijk vanuit zijn vakgebied. Maar buitenschoolse activiteiten blijven toestaan zou wel eens de kortste weg naar algemeen thuisonderwijs kunnen worden. Wie dat wil vermijden, moet nu opstaan.