De rusthuisbarometer van de Socialistische Mutualiteiten bevestigt wat iedereen vermoedt. De kostprijs van een verblijf in een woonzorgcentrum is in de periode 2014-2016 met 5 procent gestegen. Dat is sneller dan de gezondheidsindex. Drie op de vier senioren kunnen met hun pensioen hun verblijf in een rusthuis niet betalen.
...

De rusthuisbarometer van de Socialistische Mutualiteiten bevestigt wat iedereen vermoedt. De kostprijs van een verblijf in een woonzorgcentrum is in de periode 2014-2016 met 5 procent gestegen. Dat is sneller dan de gezondheidsindex. Drie op de vier senioren kunnen met hun pensioen hun verblijf in een rusthuis niet betalen. Er is geen onderscheid tussen regio's of rechtsvorm van de woonzorgcentra. Dat wijst erop dat de minimale en gesubsidieerde personeelsbezetting te laag is. De uitbaters staan voor de keuze: meer personeel inzetten dat niet wordt gesubsidieerd, betekent extra kosten doorrekenen aan de bewoners.We staan voor een ideologische keuze in de ouderenzorg. Vinden we dat iedereen recht heeft op minimale zorg, en wat houdt die in? Of vinden we dat iedereen zelf moet opdraaien voor zijn oude dag? In dat geval moet een bewoner voor wie de factuur boven het pensioen is uitgestegen, maar aan zijn spaarcenten zitten. Welke richting de regering ook uit wil, meer duidelijkheid over waar het geld naartoe gaat, is wenselijk. Een rusthuisfactuur maakt onvoldoende duidelijk welke de gesubsidieerde zorgkosten zijn en welke kosten voor rekening van de bewoner zijn. Op zijn minst verdient een oudere dat de overheid een kader creëert waarin iedereen weet waar hij aan toe is.In een ontwikkelde samenleving krijgt wie kwetsbaar is, de nodige bescherming. Die hoeft niet oneindig te zijn, maar laat vooraf toch maar duidelijk zijn waaraan iedereen zich mag verwachten. Als de regering-Bourgeois vindt dat een rusthuisbewoner zijn spaarpot maar moet plunderen, lijkt het logisch dat ze die visie ook verduidelijkt. Als dat niet het geval is, dan zijn nog meer middelen voor de ouderenzorg onvermijdelijk.