Enkele jaren in het verre buitenland zijn verrijkend. Door de afstand leer je bijvoorbeeld uw eigen land beter te begrijpen. Wat er mooi en goed aan is, niet het minst de Belgische levenskwaliteit, de vele pareltjes van creativiteit, kunst en ambacht, het weefsel van mooie handelszaken die ons op onze wenken bedienen en verwennen. Onze zeldzame maar helende en inspirerende natuur. Ja, dat hebben we allemaal en dat vinden we vaak te normaal. Dat besef ik, na mijn terugkeer uit Sydney.

We zijn nog altijd geen zonovergoten volkje. We keuvelen amper spontaan met elkaar. We dragen de dankbaarheid voor de medemens niet op de lippen. We zijn wat nors en stuurs. We lopen niet over van levensvreugde. We engageren medeburgers doorgaans niet ter wille van ons aller gemeenschapsregels, tenzij hun gedrag ons persoonlijk treft. Dat zit diep en het heeft ook zijn charmes, al moet je die onder de oppervlakte vinden.

Wat mij vooral opvalt, is hoe het maatschappelijke debat en de omgang met mensen en meningen in ons land de afgelopen jaren verruwd zijn. Ik heb mij de moeite getroost om op de gekende sociale mediaplatformen rond te snuisteren. Ik ben geschrokken van de toon, van de ruwheid, van de banalisering van het conflict, van de verbale agressie. En ik ben een zeer selectieve volger en lezer. Ik durf niet te denken welke vulkaan daaronder schuilt. Ik zwijg liever dan eraan mee te doen, bewust.

Corona weegt op de gemoederen en kwam boven op een langlopende en sluimerende polarisatie. Politiek zijn de extremen aan beide zijden intussen compleet genormaliseerd. De samenleving zelf is koortsig en opstandig. Niet alleen bij ons, maar wel met zorgwekkende bijzonderheden. Ik pretendeer geen universele mediakennis, maar onze media blinken toch uit in het bediscussiëren van de discussie over het coronabeleid. Er heerst hier een vorm van coronahysterie die telkens weer in nieuwe variaties gevoed wordt.

We moeten vrezen voor een toxische coronaschaduw van ergernis, conflict en woede.

Alleen dictaturen hebben het gemakkelijk met corona. Die kunnen alles dichtdoen of alles negeren. Elke democratie worstelt met het evenwicht tussen vrijheid en volksgezondheid, met een virus dat steeds weer verrast en muteert, met belangengroepen en burgers die luidop wringen en vragen. In die voortdurende zoektocht naar evenwicht komen wij onszelf tegen. Onze complexe staatsstructuur die de macht versnippert. Onze manke bestuurscultuur die te vaak in achtervolgingsmodus steekt en te moeilijk keuzes maakt. Onze volksgeaardheid die gemaakte keuzes zo graag contesteert.

We moeten vaststellen dat corona een zwart gat is voor de Belgische politiek. Het beheersen van de pandemie zuigt zowat alle politieke energie op. We kunnen eeuwig voor of tegen de gemaakte coronakeuzes debatteren, maar één zaak is duidelijk: we slagen er als democratie niet in om het pandemiebeheer met beleidshervorming te combineren. Zowat alle grote politieke dossiers, zowel federaal als regionaal, liggen te verkommeren.

Misschien luidt de coronabarometer een nieuwe fase in. Misschien brengt de omikronvariant groepsimmuniteit. Maar dan nog zullen we op permanent virusrisico moeten afstellen. Dan nog zullen verzuring, misnoegen en verruwing nazinderen. Grote gebeurtenissen laten een culturele imprint achter die de daarop volgende periode tekent. Aan het begin van de corona-epidemie hoopten we nog op vereniging en solidariteit, ook internationaal. Twee jaar later moeten we vrezen voor een toxische coronaschaduw van ergernis, conflict en woede.

De grote maatschappelijke uitdagingen, van klimaat en energie tot pensioenen, staatsschuld en alles daartussenin, lopen niet weg. Als we niet opnieuw leren te verbinden en te verzoenen, als we niet leren te beslissen en te handelen, dan dreigt corona voor ons veel meer dan een virus te zullen worden.

Enkele jaren in het verre buitenland zijn verrijkend. Door de afstand leer je bijvoorbeeld uw eigen land beter te begrijpen. Wat er mooi en goed aan is, niet het minst de Belgische levenskwaliteit, de vele pareltjes van creativiteit, kunst en ambacht, het weefsel van mooie handelszaken die ons op onze wenken bedienen en verwennen. Onze zeldzame maar helende en inspirerende natuur. Ja, dat hebben we allemaal en dat vinden we vaak te normaal. Dat besef ik, na mijn terugkeer uit Sydney.We zijn nog altijd geen zonovergoten volkje. We keuvelen amper spontaan met elkaar. We dragen de dankbaarheid voor de medemens niet op de lippen. We zijn wat nors en stuurs. We lopen niet over van levensvreugde. We engageren medeburgers doorgaans niet ter wille van ons aller gemeenschapsregels, tenzij hun gedrag ons persoonlijk treft. Dat zit diep en het heeft ook zijn charmes, al moet je die onder de oppervlakte vinden. Wat mij vooral opvalt, is hoe het maatschappelijke debat en de omgang met mensen en meningen in ons land de afgelopen jaren verruwd zijn. Ik heb mij de moeite getroost om op de gekende sociale mediaplatformen rond te snuisteren. Ik ben geschrokken van de toon, van de ruwheid, van de banalisering van het conflict, van de verbale agressie. En ik ben een zeer selectieve volger en lezer. Ik durf niet te denken welke vulkaan daaronder schuilt. Ik zwijg liever dan eraan mee te doen, bewust.Corona weegt op de gemoederen en kwam boven op een langlopende en sluimerende polarisatie. Politiek zijn de extremen aan beide zijden intussen compleet genormaliseerd. De samenleving zelf is koortsig en opstandig. Niet alleen bij ons, maar wel met zorgwekkende bijzonderheden. Ik pretendeer geen universele mediakennis, maar onze media blinken toch uit in het bediscussiëren van de discussie over het coronabeleid. Er heerst hier een vorm van coronahysterie die telkens weer in nieuwe variaties gevoed wordt. Alleen dictaturen hebben het gemakkelijk met corona. Die kunnen alles dichtdoen of alles negeren. Elke democratie worstelt met het evenwicht tussen vrijheid en volksgezondheid, met een virus dat steeds weer verrast en muteert, met belangengroepen en burgers die luidop wringen en vragen. In die voortdurende zoektocht naar evenwicht komen wij onszelf tegen. Onze complexe staatsstructuur die de macht versnippert. Onze manke bestuurscultuur die te vaak in achtervolgingsmodus steekt en te moeilijk keuzes maakt. Onze volksgeaardheid die gemaakte keuzes zo graag contesteert. We moeten vaststellen dat corona een zwart gat is voor de Belgische politiek. Het beheersen van de pandemie zuigt zowat alle politieke energie op. We kunnen eeuwig voor of tegen de gemaakte coronakeuzes debatteren, maar één zaak is duidelijk: we slagen er als democratie niet in om het pandemiebeheer met beleidshervorming te combineren. Zowat alle grote politieke dossiers, zowel federaal als regionaal, liggen te verkommeren. Misschien luidt de coronabarometer een nieuwe fase in. Misschien brengt de omikronvariant groepsimmuniteit. Maar dan nog zullen we op permanent virusrisico moeten afstellen. Dan nog zullen verzuring, misnoegen en verruwing nazinderen. Grote gebeurtenissen laten een culturele imprint achter die de daarop volgende periode tekent. Aan het begin van de corona-epidemie hoopten we nog op vereniging en solidariteit, ook internationaal. Twee jaar later moeten we vrezen voor een toxische coronaschaduw van ergernis, conflict en woede. De grote maatschappelijke uitdagingen, van klimaat en energie tot pensioenen, staatsschuld en alles daartussenin, lopen niet weg. Als we niet opnieuw leren te verbinden en te verzoenen, als we niet leren te beslissen en te handelen, dan dreigt corona voor ons veel meer dan een virus te zullen worden.