Een lange periode van relatieve vrede en stabiliteit die de mensheid de smaak van oorlog heeft afgeleerd. Economische groei en globalisering, met technologische vernieuwing die afstanden doet krimpen. De opkomst van een historische natie op zoek naar zichzelf, macht en invloed. Toenemende politieke en economische rivaliteit die tot in alle hoeken van de wereld reikt. Nationalistische politieke partijen drijven de temperatuur op. Sluimerende internationale spanningen geven een permanent crisisgevoel. Militair opbod onder de grootmachten. Landen zoeken elkaar en verdelen indirect de wereld in kampen. Enkele internationale wrijvingen, net geen conflicten. En dan ineens de ontploffing en de wereldbrand.

Dat was het traject van de wereld op weg naar de Eerste Wereldoorlog. Het lijkt verdacht veel op het traject vandaag, deze keer niet met Duitsland en Engeland, maar met China en de Verenigde Staten in de hoofdrol. Alle ingrediënten van toen zijn ook nu te ontwaren. Met elke nieuwscyclus, met elk wezenlijk politiek feit, wordt de mix gevaarlijker. De VS en China zijn vertrokken voor mondiale strategische concurrentie die, behoudens een onvoorziene grootschalige kentering, decennia zal duren. Achter het lawaai van Donald Trump verschuiven grote tektonische platen die alle volgende Amerikaanse presidenten zullen domineren.

De koude confrontatie met een militariserend China verklaart waarom de VS opnieuw de handen vrij willen met kernwapens. De nucleaire geopolitiek is terug. Ze verklaart waarom de Verenigde Staten economisch nationalisme boven globale welvaart plaatsen. Als Amerika dat niet zou doen, zou China met zijn staatsmodel en expansiedrift hele technologische sectoren en geografische regio's cadeau krijgen. Ze verklaart waarom de VS zich afkeren van een Europese Unie die de confrontatie niet wil of kan aangaan, en tegelijkertijd meer eist van de NAVO. Ze verklaart waarom de brexit voor de VS welgekomen is, een nuttig nationalistisch reveil binnen Europa dat meer Britse daadkracht kan geven op het wereldtoneel.

We beseffen het niet, maar we staan echt op de rand van het ravijn.

Een internationale oorlog vergt de vereniging van een geopolitiek en een militair conflict, aangestoken via de spreekwoordelijke lont aan het kruitvat. Het politieke wereldconflict hebben we al. De militarisering is begonnen. En aan lonten geen gebrek. De onrust in Hongkong kan China agressief maken. Taiwan loert op de achtergrond. De hele Zuid-Chinese Zee is een spanningsveld met China als onruststoker. Noord-Korea kan elk moment keren. Het Midden-Oosten staat altijd klaar voor een ontploffing. De situatie met Iran en de Straat van Hormuz is rijp voor een escalatie.

Tegelijkertijd evolueert de globalisering naar regionalisering, met nieuwe verbanden en breuklijnen. China en Japan zijn in vrede maar liggen op ramkoers, dus herontdekt Japan zijn leger. Rusland speelt verdeel en heers met Europa en zoekt een alliantie met China. Turkije schurkt militair aan bij Rusland, zowel in Syrië als daarbuiten. Ondertussen verbrokkelt zowel de Europese als de trans-Atlantische cohesie. Waar ooit het Westen stond, ontstaat een vacuüm dat zal worden opgevuld met een nieuwe realiteit.

Nationalisme en militarisme maken altijd meer kans als de economie tegenzit en de democratie faalt. China kent de laagste groei in bijna dertig jaar. Een nieuwe Chinese groeispurt kan alleen door meer internationale dominantie of door het einde van het Chinese model. Vergrijzing en schulden bevriezen Japan. Europa wordt een tweede Japan. Amerika europeaniseert, met een dalend groeipotentieel en een stijgende schuldverslaving. De erfenis van de Grote Financiële Crisis is niet verteerd. De centrale banken blijven geld pompen. Wat voor het ene land een economische stimulus is, is voor het andere land een muntontwaarding en dus een muntoorlog die de spanning verder opdrijft.

Daarbovenop komt de grootste vluchtelingen- en migratiecrisis sinds de Tweede Wereldoorlog, waarin politiek extremisme gedijt. Het democratische centrum verdampt, de democratische waarden slijten. We beseffen het niet, maar we staan echt op de rand van het ravijn.