Er wordt gestrooid met superlatieven over de klimaatwet die vorig weekend in de Verenigde Staten is goedgekeurd. 'Grote overwinning voor Biden', 'Historisch akkoord', klinkt het. Allemaal waar. Bravo voor de Amerikanen. 'Eindelijk', zouden we ook kunnen zeggen. Bij dat heuglijke Amerikaanse nieuws is een opwelling van Europees chauvinisme niet te stuiten.

Wat voor de Verenigde Staten als een historisch akkoord wordt bestempeld, heeft de Europese Unie met de Green Deal al drie jaar geleden beslist. Bovendien is de Green Deal beter. Het Amerikaans akkoord zet 370 miljard dollar opzij voor klimaatmaatregelen, de Green Deal voorziet in 500 miljard euro. De VS mikken op 40 procent minder uitstoot tegen 2030, de EU op 55 procent. De VS reserveert 60 miljard dollar om de transitie sociaal rechtvaardig te maken, de EU 100 miljard euro. De VS zal daar de belastingen voor verhogen, de EU haalt bijna alles uit haar bestaande budget. Enige Europese borstklopperij is dus op haar plaats.

Waarom zouden we op het gebied van het klimaat geen race to the top inzetten?

Beide akkoorden tonen ook de minder fraaie kantjes van de klimaatwetgeving. Zo kon Amerikaans senator Joe Manchin disproportioneel veel voordelen in de wacht slepen voor de fossiele industrie van zijn staat, West Virginia. Een beetje zoals de Hongaarse premier, Viktor Orban, geregeld voor zijn eigen gewin gaat dwarsliggen op het Europese wetgevende spoor. Voorts heeft de fossiele lobby in de VS een minstens even groot verwateringseffect op de klimaatwetgeving als in de EU.

De vraag is enerzijds of we de klimaatwetgeving moeten zien als een wedloop tussen economische machtsblokken. Anderzijds, waarom niet? Op het gebied van belastingregimes zien we al decennialang tussen landen een race to the bottom. Waarom zouden we op het gebied van het klimaat dan geen race to the top inzetten? Nu alleen nog de Chinese president Xi Jinping warm krijgen om mee te lopen.

Er wordt gestrooid met superlatieven over de klimaatwet die vorig weekend in de Verenigde Staten is goedgekeurd. 'Grote overwinning voor Biden', 'Historisch akkoord', klinkt het. Allemaal waar. Bravo voor de Amerikanen. 'Eindelijk', zouden we ook kunnen zeggen. Bij dat heuglijke Amerikaanse nieuws is een opwelling van Europees chauvinisme niet te stuiten.Wat voor de Verenigde Staten als een historisch akkoord wordt bestempeld, heeft de Europese Unie met de Green Deal al drie jaar geleden beslist. Bovendien is de Green Deal beter. Het Amerikaans akkoord zet 370 miljard dollar opzij voor klimaatmaatregelen, de Green Deal voorziet in 500 miljard euro. De VS mikken op 40 procent minder uitstoot tegen 2030, de EU op 55 procent. De VS reserveert 60 miljard dollar om de transitie sociaal rechtvaardig te maken, de EU 100 miljard euro. De VS zal daar de belastingen voor verhogen, de EU haalt bijna alles uit haar bestaande budget. Enige Europese borstklopperij is dus op haar plaats.Beide akkoorden tonen ook de minder fraaie kantjes van de klimaatwetgeving. Zo kon Amerikaans senator Joe Manchin disproportioneel veel voordelen in de wacht slepen voor de fossiele industrie van zijn staat, West Virginia. Een beetje zoals de Hongaarse premier, Viktor Orban, geregeld voor zijn eigen gewin gaat dwarsliggen op het Europese wetgevende spoor. Voorts heeft de fossiele lobby in de VS een minstens even groot verwateringseffect op de klimaatwetgeving als in de EU.De vraag is enerzijds of we de klimaatwetgeving moeten zien als een wedloop tussen economische machtsblokken. Anderzijds, waarom niet? Op het gebied van belastingregimes zien we al decennialang tussen landen een race to the bottom. Waarom zouden we op het gebied van het klimaat dan geen race to the top inzetten? Nu alleen nog de Chinese president Xi Jinping warm krijgen om mee te lopen.