En de winnaar is... Engie Belux, het vroegere Electrabel. Wil België nog meer inzetten op hernieuwbare energie? Het bedrijf is de grootste producent van hernieuwbare energie in ons land. Wordt de levensduur van twee kernreactoren alsnog verlengd? Dan zal er stevig moeten worden onderhandeld met Thierry Saegeman, de verantwoordelijke voor Electrabel Belux en de nucleaire activiteiten van de groep. En als er nieuwe gascentrales worden gebouwd om de kernuitstap mogelijk te maken, zit de marktleider opnieuw in polepositie.
...

En de winnaar is... Engie Belux, het vroegere Electrabel. Wil België nog meer inzetten op hernieuwbare energie? Het bedrijf is de grootste producent van hernieuwbare energie in ons land. Wordt de levensduur van twee kernreactoren alsnog verlengd? Dan zal er stevig moeten worden onderhandeld met Thierry Saegeman, de verantwoordelijke voor Electrabel Belux en de nucleaire activiteiten van de groep. En als er nieuwe gascentrales worden gebouwd om de kernuitstap mogelijk te maken, zit de marktleider opnieuw in polepositie. Dat mag nauwelijks verwondering wekken. Het bedrijf is nog altijd veruit het grootste energiebedrijf in ons land. Het heeft 2,4 miljoen klanten, op een van de meest liquide markten van Europa. Met 836 megawatt productiecapaciteit aan hernieuwbare energie is het de groene nummer één en het investeert in nieuwe technologieën zoals batterijen en waterstof. Van de 26.500 megawatt geïnstalleerde productiecapaciteit in België heeft het er 11.000 in handen. Dat is 41,5 procent van het totaal, maar zijn nucleaire en gasgestookte centrales leveren wel meer dan de helft van de elektriciteit die in ons land wordt geproduceerd. Met zo'n portfolio is het gewoon verstandige bedrijfsvoering dat het bedrijf zich klaar houdt om op alle mogelijkheden in te spelen. Toch is de politieke impact van Engie lang niet meer zo groot als in de begindagen van de liberalisering. "De politieke linken zijn er nog altijd", stelt een voormalig politiek zwaargewicht. "Bij de MR wordt nog altijd heel goed geluisterd naar wat bij Engie wordt gedacht. Alleen zijn de historische netwerken verslapt: cdH is een schim van wat ze ooit was, CD&V is geëmancipeerd. Het is bijna ironisch dat uitgerekend N-VA de grootste pleitbezorger is om de kerncentrales open te houden en daarmee in de kaart van Engie speelt." Ook Electrabel heeft slagkracht verloren. De hoogspanningsnetbeheerder Elia, het gasbedrijf Distrigas, en distributienetbeheerder Eandis zagen allemaal het daglicht in de schoot van Electrabel, maar hebben het nest verlaten. "Zeker de gemengde intercommunales, de aandeelhouders van Eandis waarin Electrabel voor 30 procent participeerde, waren destijds cruciaal. Electrabel hoefde de burgemeesters zelfs niet te bellen. Die lobbyden op eigen initiatief, om hun dividenden te vrijwaren." "Engie Electrabel is niet meer hetzelfde bedrijf als vroeger", vindt energieondernemer André Jurres. "Het heeft een inhaalbeweging gemaakt voor groene energie. Het heeft niet meer 100 procent van de productie in handen. Al blijft een partij die 50 of 60 procent in handen heeft uiteraard incontournable." Zijn greep op de productie heeft het energiebedrijf altijd weten te behouden. Maar dat verandert met de kernuitstap, die het aandeel op de productiemarkt in 2025 halveert. Daarmee komt voor sommigen een oude wensdroom uit. De eerste Pax Electrica van eerste minister Guy Verhofstadt wilde het aandeel van Electrabel terugdringen van 90 naar 70 procent. Onder meer de centrale in Vilvoorde ging de deur uit, al kwam die enkele jaren geleden opnieuw in handen van het bedrijf. "Je kunt een bedrijf nu eenmaal moeilijk onteigenen", klinkt het bij goedgeplaatste waarnemers. "Ook voor Europa was dat onbespreekbaar: Electrabel was groot in België, maar zeker niet dominant in Noordwest-Europa." Maar de liberalisering had wel degelijk gevolgen. Het marktaandeel op de particuliere markt is de jongste twintig jaar stelselmatig gedaald, van meer dan 80 tot zowat 40 procent. Dat cijfer slaat op het aantal aansluitingspunten. In volume is de daling beperkter. Engie Electrabel levert in Vlaanderen nog altijd 47,2 procent van de stroom, blijkt uit cijfers van de energieregulator VREG. Bij bedrijven is het marktaandeel zelfs nog hoger, en sinds het dieptepunt in 2016 klimt het opnieuw. Een belangrijke indicator daarvoor zijn de bedrijven die aangesloten zijn op het transmissienet. "Het aantal bedrijven dat van leverancier verandert, is nagenoeg nul", constateert Peter Claes, de directeur van de federatie van industriële energieverbruikers Febeliec. Er zijn niet veel spelers die voldoende volume hebben om aan de vraag van industriële bedrijven te voldoen. "In plaats van een monopolie zitten we met een oligopolie", vindt Jurres. "Een echt vrije marktwerking kun je dat moeilijk noemen." Toch lijkt die beperkte keuzevrijheid weinig invloed te hebben op de marktprijs die de bedrijven betalen. Op de spotmarkt, voor levering de volgende dag, liggen de prijzen doorgaans in lijn met die in de buurlanden. Op de forwardmarkt, waarbij tot drie jaar vooruit kan worden gekocht, was België steevast iets duurder dan Duitsland, maar het laatste jaar is ons land goedkoper dan Frankrijk en Duitsland, stipt Claes aan. "In die twee landen maken de grote afnemers zich zorgen over de onbeschikbaarheid van de Franse kerncentrales en mogelijke stroomtekorten door de Atomausstieg eind 2022 en de vervroegde sluiting van de kolencentrales." De jaarlijkse studie van Deloitte in opdracht van Febeliec leert dat het competitieve nadeel grotendeels op rekening komt van de hogere Belgische taksen, meerkosten en transmissietarieven. Het heetste hangijzer van de herfst is de kernuitstap. Vooral MR en N-VA zien die nog altijd niet zitten en blijven mikken op een verlenging van de levensduur van twee kernreactoren. Engie zelf heeft de jongste jaren regelmatig uitgelegd dat het niet mogelijk is tot november 2021 te wachten om die beslissing te nemen vanwege de wettelijke, technische en economische beperkingen die verbonden zijn aan een nucleaire verlenging. "Ik denk niet dat Engie nog veel zin heeft in de kerncentrales", analyseert Jurres. "Maar door publiek uit te spreken dat ze zelf niet meer willen verlengen, spelen ze ook hard-to-get als de overheid er toch twee zou willen openhouden." "Bij de Belgische tak zijn er zeker nog voorstanders", werpt een expert op. "Maar mijn indruk is dat Parijs ervan af wil: de centrales zijn slecht voor het imago, de kosten voor het nucleair passief blijven oplopen, en er zijn de eindeloze onderhandelingen met een wispelturige Belgische regering. Zij willen investeringszekerheid." Daarmee staat Engie niet alleen: ook voor Markus Krebber, de topman van het Duitse RWE, dat tegen eind 2022 zijn vijf kerncentrales stillegt, beschouwt het nucleaire hoofdstuk als afgesloten. De tijd dat Gérard Mestrallet, de topman van Engie-voorloper GDF Suez, in Brussel de Magritte-groep lanceerde, een lobbyclub van Europese energiebedrijven die de subsidies voor hernieuwbare energie wilden afremmen, is definitief voorbij.