Zal België op 11 december in Marrakech het VN-Migratiepact ondertekenen of niet? En valt met die beslissing meteen ook de federale regering? Dat zijn de vragen waardoor onze nationale media al enige tijd oververhit zijn geraakt. Maar al dat lawaai verdringt de realiteit naar de achtergrond dat het Migratiepact raakt aan de essentie van onze soevereine democratische rechtsstaat.

Moeten wij over een pact onderhandelen als het geen bindende juridische waarde heeft? Onze moderne wereld grossiert van de internationale teksten - verklaringen, akkoorden, conventies, protocollen en andere convenanten - die op zichzelf niet afdwingbaar zijn. Een simpele geest zou zich afvragen waarom al die officiële documenten met ronkende titels dan überhaupt worden geproduceerd. Maar dan moet je even de juristen bellen. Die zullen u uitleggen dat er zoiets bestaat als 'zacht recht'.

Zacht recht doelt op internationale teksten die geen harde kracht van wet, maar wel een politieke en institutionele waarde hebben. Ze scheppen een referentiekader dat verdere politieke keuzes wil kanaliseren. Ze hebben een internationale status. Ze voeden de agenda van internationale instellingen en hun bureaucraten, van activistische academici, lobbygroepen en ngo's die de wereld willen veranderen, en van politieke partijen die daarvoor naar de kiezer trekken.

De Verenigde Naties hebben de klimaatverandering sinds begin jaren negentig wereldwijd aangepakt met conventies en protocollen. Die zijn allemaal juridisch van nul en generlei waarde. Maar ze werden wel allemaal politieke mantra. En uiteindelijk resulteerden ze in 2015 in het bindende Verdrag van Parijs. We moeten onszelf dus geen blaasjes wijsmaken. Het VN-Migratiepact is geen vodje papier. Het is een uitvoerig document met een universele agenda voor wat het 'veilige, ordelijke en reguliere migratie' noemt.

VN-migratiepact is geen vodje papier.

Marrakech wil volgens de voorliggende tekst migratie wereldwijd ordenen en faciliteren, omdat migratie bijdraagt tot positieve vooruitgang en tot duurzame ontwikkeling in zendingslanden, transitlanden en ontvangstlanden. Wil België zich tot dat migratiegeloof bekennen? Staan we principieel voor de soevereiniteit over ons grondgebied, of staan we principieel voor de verdeling van de wereldbevolking tussen pakweg arme en rijke landen, droge en natte landen, hongerlijdende en doorvoede landen, oorlogszones en vredeslanden? Het kan moeilijk fundamenteler dan dat.

Het VN-migratiepact is misschien niet naar de letter, maar zeker naar de geest de consecratie van een ideologisch globalisme. Het wil wereldwijd grootscheepse migratie als een wenselijke fact of life canoniseren. Het gaat veel verder dan lovenswaardige principes over de strijd tegen mensenhandel of de coördinatie van informatie en controle over migratie. Het formuleert een waslijst van doelstellingen om migratie te faciliteren en migranten te steunen: meer georganiseerde migratie, minder detentie van illegalen, ondersteuning tijdens het migratieproces, toegang tot diensten, draagbare sociale zekerheid, investering in opleiding, afbouw van discriminatie en sociale inclusie.

Wat al die containerbegrippen betekenen, mag Joost weten. Maar één zaak is zeker: ze zetten de deur wagenwijd open voor politieke recuperatie met het gezagsargument dat het als ondertekenend land onze verdomde plicht is. Wie zal uiteindelijk vooroplopen in het omarmen van die weldadige immigratie? Niet de Verenigde Staten, Canada of Australië: voor die rijke landen is strenge en gecontroleerde immigratie het historische DNA, waartegen geen enkele VN-droom bestand is.

Neen, als er één beloofd immigratieland is, één bestemming waar de migratiemakers op rekenen, dan is het Europa, met zijn onbestaande grenzen, zijn welvaartsstaten, zijn mensenrechtenverdragen en zijn vergrijzende bevolking. Bezint eer ge begint.