Op meer dan de helft van de meetpunten van zowel het grond- als het oppervlaktewater waren de waterstanden op 21 maart dit jaar laag tot heel laag. Dat wil zeggen dat ze respectievelijk bij de laagste 30 en de laagste 10 procent behoren sinds het begin van de metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij. Als we opnieuw een droge lente en zomer krijgen, zijn acute problemen niet uit te sluiten.
...

Op meer dan de helft van de meetpunten van zowel het grond- als het oppervlaktewater waren de waterstanden op 21 maart dit jaar laag tot heel laag. Dat wil zeggen dat ze respectievelijk bij de laagste 30 en de laagste 10 procent behoren sinds het begin van de metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij. Als we opnieuw een droge lente en zomer krijgen, zijn acute problemen niet uit te sluiten. De cijfers verwonderen Patrick Meire niet. Hij is professor biologie en hoofd van de onderzoeksgroep ecosysteembeheer aan de Universiteit Antwerpen. "Onze watervoorraad zit in de bodem en in moerassen, rivieren en meren. Maar de combinatie van ons waterbeheer en de droge zomers leidt ertoe dat die voorraad kleiner wordt. Daardoor vertrekken we in het voorjaar met een steeds kleinere basis. We moeten die voorraad opnieuw vergroten. Dat is de essentie." Want de impact van de watertekorten is heel duidelijk, zegt Marijke Huysmans, professor grondwater en hydrologie aan de VUB. "Voor de landbouw, die aankijkt tegen slechtere oogsten; voor onze drinkwatervoorziening; en voor de bedrijven die water nodig hebben voor hun processen en hun transport. En uiteraard voor de natuur zelf." Globaal verbruikt Vlaanderen ongeveer 750 miljoen kubieke water per jaar, en dat cijfer verandert de jongste jaren nauwelijks (zie grafiek). 350 miljoen kubieke meter daarvan is leidingwater, vooral bestemd voor de huishoudens. De industrie is de belangrijkste afnemer van oppervlaktewater, dat ze haalt uit meren, rivieren en grachten. De landbouw verbruikt dan weer vooral grondwater, dat moet worden opgepompt. Het koelwater (1720 miljoen kubieke meter in 2018), dat vooral in de energiesector wordt gebruikt, zit niet in die cijfers, omdat het grotendeels opnieuw wordt geloosd. Opvallend in de data over de landbouw: de regen die op de akkers valt, wordt nauwelijks in rekening gebracht. Alleen een kleine 50 miljoen kubieke meter die wordt opgevangen, zit in de cijfers. "Terwijl daar de essentie van het probleem zit", vindt Meire. "Onze hele waterhuishouding is erop gericht ons regenwater zo snel mogelijk af te voeren naar zee, en zo het risico op overstromingen te verminderen. We hebben drie kwart van onze moerasgebieden drooggelegd. Als we ons water opnieuw beter en langer bijhouden, kunnen we droogteperiodes vermijden." Want het regent in België meer dan genoeg. Gemiddeld valt in ons land jaarlijks 850 millimeter water per vierkante meter zomaar uit de lucht, of 25,8 miljard kubieke meter. In Vlaanderen is dat 11,27 miljard kubieke meter. "Dat is dertig keer meer dan al het grondwater dat we oppompen", weet Huysmans. "Vlaanderen is geen woestijn. We moeten gewoon beter omgaan met ons water." En het is van moeten. Op de ranglijst van de waterschaarste van het World Resources Institute prijkt België op de 23ste plaats op 164 landen, vooral na landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In Europa scoren alleen Cyprus en San Marino slechter. Door ons gebrek aan rivieren en onze grote bevolkingsdichtheid is de waterstress - de verhouding tussen de vraag en de beschikbaarheid van water - in ons land hoger dan in Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, landen die we nochtans meer met droogte associëren. Vlaanderen is zich bewust van het probleem. De Vlaamse regering lanceerde in de zomer van vorig jaar de Blue Deal, een ambitieus investeringsprogramma voor extra moerassen en natte graslanden, de strijd tegen lekverliezen, de ontharding van de steden, meer grootschalige infiltratie- en bufferbekkens, en circulair watergebruik in de landbouw en de industrie. "Dat alleen zal niet voldoende zijn", vindt Meire. "Maar het is een wake-upcall, die misschien een mentaliteitswijziging op gang brengt. We moeten beseffen dat investeringen in een betere waterhuishouding geld kosten, maar veel minder dan de gevolgen van droogte en overstromingen." De overheid moet daarnaast voor een goed juridisch kader zorgen. Dat werd onlangs opnieuw duidelijk na een arrest van de Raad van State. Die weigerde een vergunning voor grondwaterwinning aan het landbouwbedrijf Quirijnen Agri Farming in Merksplas. De winning zou het grondwaterpeil van een vlakbij gelegen natuurgebied te fel aantasten. De Vlaamse regelgeving laat een daling van 5 centimeter toe. Maar net als bij het stikstofarrest dreigt die regeling de toetsing aan het Europese milieurecht niet te doorstaan. De weg is duidelijk: Vlaanderen moet niet zozeer zijn waterverbruik verminderen, het moet vooral meer zorg dragen voor zijn water. De industrie moet haar afhankelijkheid van natuurlijke waterbronnen zoals rivieren en meren verminderen. Het oppervlaktewater is nog gevoeliger voor droogte dan het grondwater. Lage waterstanden op de Rijn in Duitsland, de Maas en het Albertkanaal kunnen de scheepvaart hinderen en daardoor bedrijven stilleggen. Voor ondernemingen en particulieren ligt de bouwshift in het verschiet, die onder meer bedoeld is om de hoeveelheid niet-waterdoorlatend terrein in te krimpen. Bovendien zullen particulieren nog zuiniger moeten zijn met drinkwater. Met een verbruik van 110 liter per dag per persoon is de Belg gemiddeld nu al zo'n 10 liter zuiniger dan de doorsnee Nederlander, Fransman of Duitser. Maar onze buren kampen dan ook nauwelijks met waterstress. Maar vooral de landbouw komt in het vizier. Huysmans: "De landbouw is zowel een van de eerste slachtoffers als een belangrijk deel van de oplossing." Er wordt dan gedacht aan zogenoemde peilgestuurde drainage. Het water op de akkers loopt dan alleen weg wanneer dat echt nodig is, bijvoorbeeld om het land te bewerken of een opvangbuffer te creëren in tijden van grote regenval. De landbouw kan ook meer droogtebestendige gewassen telen. Kort door de bocht komt dat neer op: meer quinoa en kikkererwten, minder aardappelen. De sector kan ook meer alternatieve bronnen aanspreken: opgevangen regenwater, of het gezuiverde afvalwater van bedrijven of van de waterzuiveraar Aquafin. "De landbouw heeft altijd de omgeving aangepast aan haar behoeften", stelt Meire. "Maar dat is een straatje zonder einde. Het wordt voor de landbouw belangrijk dat hij zich leert aan te passen aan de behoeften van het ecosysteem waarvan hij deel uitmaakt."