De Vlaamse regering bespaart op alle departementen 6 procent. Dus ook op cultuur. Minister-president Jan Jambon (N-VA), die ook verantwoordelijk is voor het beleidsdomein Cultuur, spreidt de besparingen ongelijk over de sector.

Voor de Vlaamse film, het Vlaams Literatuurfonds en de sector van cultureel erfgoed valt dat mee. Zij zien hun budget zelfs stijgen. De podiumkunsten en de Vlaamse Kunstinstellingen moeten echter inleveren, behalve Het Kunsthuis. Dat is de gefuseerde instelling van de Opera en het Ballet van Vlaanderen.

Cultuursubsidies

Nominaal daalt het budget voor cultuur eigenlijk niet. In 2020 gaat 483 miljoen euro naar cultuur, een fractie meer dan een jaar eerder. Dat komt vooral door nieuwe beleidsimpulsen, zoals het Fonds Culturele Infrastructuur waar 15 miljoen in wordt geïnvesteerd. Het leidt in de sector tot de conclusie dat de regering op mensen bespaart om in bakstenen te investeren.

Jambon benadrukt dat hij de besparing bij de zeven Vlaamse Kunstinstellingen - onder andere Kunstencentrum Vooruit, deSingel of Brussels Philharmonic - beperkt tot 3 procent. Hij geeft toe dat andere spelers daardoor de besparingen extra hard voelen.

De organisaties die werkingssubsidies krijgen, moeten samen 12 miljoen euro inleveren. Bovendien worden ook de bedragen die ze nu krijgen niet geïndexeerd. Maar vooral de organisaties en kunstenaars die hopen op projectsubsidies, zien hun kansen op Vlaamse centen verkleinen. Het beschikbare bedrag daalt van 8,5 naar 3,5 miljoen euro.

Bart Van Looy (KU Leuven) bekijkt het culturele veld al diverse jaren door een economische bril. Hij ziet een tendens bevestigd die ook de vorige regeerperiode al duidelijk was. "De minister zet in op gevestigde waarden", zegt hij. "Ik begrijp dat wel: die mensen hebben hun kwaliteit en relevantie al bewezen. Alleen kun je je afvragen of de klassieke groeilogica in podiumkunsten wel op zijn plaats is. Groter betekent niet altijd een efficiëntere besteding van de subsidies."

Innovatie

Jambon benadrukte in de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement dat hij de dialoog wil aangaan. Als er in de sector een consensus komt over een alternatieve budgetverdeling, wil hij zijn voorstel herbekijken.

De forse besparing in de projectsubsidies stuit op kritiek omdat zo jonge en vernieuwende initiatieven gefnuikt worden. De minister-president onderlijnt de rol die de Vlaamse Kunstinstellingen te vervullen hebben op dat terrein. Ze moeten volgens hun beheerscontract jonge artiesten en innovaties ondersteunen.

Toch valt het te betwijfelen of die aanpak voldoende zuurstof zal geven. Van Looy: "In het bedrijfsleven blijkt telkens weer dat nieuwe initiatieven moeilijker groeien vanuit bestaande structuren. Ik beweer niet dat het onmogelijk is, maar meestal komt vernieuwing toch van nieuwe spelers."

"De huidige financiering in de cultuursector is een zero sum game. Om nieuwe initiatieven geld te geven, moet je geld afnemen van iemand anders. Wat doe je dan als er veel kwaliteit zit bij zowel gevestigde waarden als bij nieuw talent? Er is nood aan een investeringslogica die zowel exploitatie als exploratie toelaat. Pas daarna kun je kijken naar de juiste verdeling van de middelen. Nu ontbreekt zo'n logica en dat is op termijn een probleem."