De werkgevers en werknemers stelden vast dat bijna alle sectoren onder druk staan door een tekort aan arbeidskrachten, maar dat er tegelijk nog een grote reserve is aan mensen die niet actief (kunnen) deelnemen aan de arbeidsmarkt. Ze erkennen daarnaast ook dat de werkbaarheid cruciaal is om de werkzaamheidsgraad op te krikken. Levenslang leren is een andere uitdaging - Vlaanderen loopt hier achterop tegenover andere Europese regio's.

Werkgevers en werknemers verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende tien jaar een structureel probleem zal blijven. Dat verklaart de nood voor 'vele en structurele maatregelen in een werkgelegenheidsakkoord'. Dat akkoord steunt op vier pijlers: activeren met meer resultaat en herintreders aantrekken, opleiding sterker aanmoedigen, inzetten op werkbaar werk en tot slot kansen benutten van interregionale mobiliteit en economische migratie.

'Het brandt op de Vlaamse arbeidsmarkt', zegt SERV-voorziter Hans Maertens. 'Om de krapte en de mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken, slaan we de handen in elkaar met de werknemersorganisaties om zo snel mogelijk de acute problemen op de arbeidsmarkt op te lossen.' Hij denkt daarbij aan 'snellere en intensievere begeleiding' voor werkzoekenden en een 'correcte en stipte' naleving van controle en sanctionering.

In het SERV-voorstel is dan ook een belangrijke taak weggelegd voor de VDAB. Die moet op 'zeer korte termijn' zijn contactstrategie versnellen, maar ook 'zo snel mogelijk alle werkzoekenden opnieuw screenen'. De VDAB moet ook grondiger screenen op te hoge vereisten in vacatures.

Een andere taak voor de VDAB wordt het opzetten van brede projecten rond interregionale mobiliteit, met Brussel en het Waals gewest, en vacatures van verschillende ondernemingen clusteren, zoals nu al gebeurt voor bedrijven rond de luchthaven in Zaventem.

Iedereen die al zeker twee jaar niet gewerkt heeft moet wat de sociale partners betreft anders benaderd worden en 'uit verschillende hoeken' incentives krijgen. Daarbij wordt gedacht aan een premie als ze een langdurige opleiding volgen die naar een knelpuntberoep leidt, en voor de werkgevers een RSZ-korting om zogenaamde 'herintreders' aan te werven.

SERV-ondervoorzitter Caroline Copers beklemtoont dan weer dat in de voorstellen structureel wordt ingezet op werkbaar werk 'door een werkbaarheidsfonds op te richten en de werkbaarheidscheques duurzaam en structureel te verankeren'. Een transitiepremie moet het loonverlies tijdelijk compenseren van mensen die door de zwaarte van het werk of door ziekte hun job niet verder kunnen uitvoeren, in de hoop dat ze zo actief blijven.

In het kader van de werkbaarheid houdt de SERV ook een pleidooi voor 'een behoeftedekkende, betaalbare en voldoende flexibele kinderopvang'.

De SERV trekt nu met dit voorstel naar de Vlaamse regering om ook met hen hierover zo snel mogelijk een akkoord te sluiten en de maatregelen concreet uit te voeren.

Vanuit meerderheispartij N-VA zet parlementslid Axel Ronse zaterdag alvast vraagtekens bij de premie om een knelpuntopleiding te volgen. 'Dat voorstel vind ik stuitend', klinkt het. 'Er alles aan doen om job te vinden is net de voorwaarde voor werkloosheidsuitkering. Het moet net omgekeerd zijn: wie niet op zo'n opleidingsaanbod ingaat zou moeten geschrapt worden van de uitkering.' Ook over het plan om het loonverlies door de overheid te laten bijpassen als iemand om medische redenen overschakelt naar een job die minder betaalt, is Ronse niet enthousaist.

De werkgevers en werknemers stelden vast dat bijna alle sectoren onder druk staan door een tekort aan arbeidskrachten, maar dat er tegelijk nog een grote reserve is aan mensen die niet actief (kunnen) deelnemen aan de arbeidsmarkt. Ze erkennen daarnaast ook dat de werkbaarheid cruciaal is om de werkzaamheidsgraad op te krikken. Levenslang leren is een andere uitdaging - Vlaanderen loopt hier achterop tegenover andere Europese regio's. Werkgevers en werknemers verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende tien jaar een structureel probleem zal blijven. Dat verklaart de nood voor 'vele en structurele maatregelen in een werkgelegenheidsakkoord'. Dat akkoord steunt op vier pijlers: activeren met meer resultaat en herintreders aantrekken, opleiding sterker aanmoedigen, inzetten op werkbaar werk en tot slot kansen benutten van interregionale mobiliteit en economische migratie. 'Het brandt op de Vlaamse arbeidsmarkt', zegt SERV-voorziter Hans Maertens. 'Om de krapte en de mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken, slaan we de handen in elkaar met de werknemersorganisaties om zo snel mogelijk de acute problemen op de arbeidsmarkt op te lossen.' Hij denkt daarbij aan 'snellere en intensievere begeleiding' voor werkzoekenden en een 'correcte en stipte' naleving van controle en sanctionering. In het SERV-voorstel is dan ook een belangrijke taak weggelegd voor de VDAB. Die moet op 'zeer korte termijn' zijn contactstrategie versnellen, maar ook 'zo snel mogelijk alle werkzoekenden opnieuw screenen'. De VDAB moet ook grondiger screenen op te hoge vereisten in vacatures. Een andere taak voor de VDAB wordt het opzetten van brede projecten rond interregionale mobiliteit, met Brussel en het Waals gewest, en vacatures van verschillende ondernemingen clusteren, zoals nu al gebeurt voor bedrijven rond de luchthaven in Zaventem. Iedereen die al zeker twee jaar niet gewerkt heeft moet wat de sociale partners betreft anders benaderd worden en 'uit verschillende hoeken' incentives krijgen. Daarbij wordt gedacht aan een premie als ze een langdurige opleiding volgen die naar een knelpuntberoep leidt, en voor de werkgevers een RSZ-korting om zogenaamde 'herintreders' aan te werven. SERV-ondervoorzitter Caroline Copers beklemtoont dan weer dat in de voorstellen structureel wordt ingezet op werkbaar werk 'door een werkbaarheidsfonds op te richten en de werkbaarheidscheques duurzaam en structureel te verankeren'. Een transitiepremie moet het loonverlies tijdelijk compenseren van mensen die door de zwaarte van het werk of door ziekte hun job niet verder kunnen uitvoeren, in de hoop dat ze zo actief blijven. In het kader van de werkbaarheid houdt de SERV ook een pleidooi voor 'een behoeftedekkende, betaalbare en voldoende flexibele kinderopvang'. De SERV trekt nu met dit voorstel naar de Vlaamse regering om ook met hen hierover zo snel mogelijk een akkoord te sluiten en de maatregelen concreet uit te voeren.Vanuit meerderheispartij N-VA zet parlementslid Axel Ronse zaterdag alvast vraagtekens bij de premie om een knelpuntopleiding te volgen. 'Dat voorstel vind ik stuitend', klinkt het. 'Er alles aan doen om job te vinden is net de voorwaarde voor werkloosheidsuitkering. Het moet net omgekeerd zijn: wie niet op zo'n opleidingsaanbod ingaat zou moeten geschrapt worden van de uitkering.' Ook over het plan om het loonverlies door de overheid te laten bijpassen als iemand om medische redenen overschakelt naar een job die minder betaalt, is Ronse niet enthousaist.