Het zijn spannende weken voor Europa. De Commissie-Von der Leyen mikt hoog: een digitale Europese Unie die zich moet meten met de grote machtsblokken: de Verenigde Staten en China. Hoe kan Vlaanderen dat momentum ten volle verzilveren? Als regio kunnen we daar zeker nog sterker op inzetten. Dat blijkt uit drie observaties.

Voedingsbodem is er genoeg om ons wagonnetje aan de Europese Unie te koppelen. Het Vlaamse ecosysteem is een ingenieus samenspel tussen Vlaamse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen, universiteiten, speerpuntclusters en overheid. De aanwezigheid van een groot aantal onderzoeks- en ontwikkelingscentra van buitenlandse bedrijven in Vlaanderen is een verrijking, net als de innovatieve producten van onze kleine en middelgrote ondernemingen. Internationaal spelen we die troeven uit en zwaaien we met de rankings van onze topuniversiteiten en strategische onderzoeksinstellingen. Met die inspanning loopt het Vlaamse ecosysteem Europees voorop om de doelstelling te halen om 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te spenderen aan innovatie. Maar de ambitie kan altijd omhoog. De vermarkting van innovatie kan altijd beter.

Vlaamse innovatie zal internationaal zijn.

Internationaal talent doen circuleren is nodig. Het gras is altijd groener aan de overkant. Pak je boeltje en verkas naar Shenzhen of San Francisco. Waarom niet? Doe ervaring op in het buitenland. Een continue in- en uitstroom van talent typeert een innovatiehotspot, ook bij ons. Ik zie een generatie twintigers en dertigers die terugkeert naar Vlaanderen met enkele jaren ervaring in de meest competitieve ecosystemen ter wereld. Enkele generaties geleden leidde een gelijkaardige terugkeergolf uit Silicon Valley tot de creatie van onder andere het Leuvense onderzoekscentrum imec en een reeks succesvolle Vlaamse bedrijven. Talent zal hier steeds met open armen worden ontvangen. Bij Flanders Investment & Trade (FIT) hebben we niet liever dan dat die buitenlandse ervaring zich ook in dadendrang vertaalt en dat Vlaamse bedrijven buitenlandse sectorgenoten opkopen of strategische allianties aangaan. En we zien bedrijven met guts. Materialise, een universitaire spin-off trok in 2014 naar de Nasdaq-beurs en ontpopte zich tot een wereldspeler in de 3D-printing. Vooral talent zorgt ervoor dat innovatieve bedrijven hier verankerd blijven. Maar benutten we alle talent voldoende?

Een strategie van internationalisering voor wetenschap, technologie en innovatie. Welke rol kan en moet de Vlaamse overheid internationaal spelen? Vario, een adviesorgaan van de Vlaamse overheid, suggereerde in 2019 dat Vlaanderen de ambitie moet hebben om tot de vijf meest innovatieve regio's van Europa te behoren. In de Regional Innovation Scoreboard staat Vlaanderen momenteel op plaats 46. In de top 25 staan vooral Scandinavische, Zwitserse, Duitse en Britse regio's. Het zijn landen die flink investeren in science & technology offices, met teams op 20 tot 65 locaties in de wereld. In 2007 was Vlaanderen internationaal koploper en vernieuwer met technologieattachés die focussen op de vermarkting van innovatie. Anno 2020 werkt FIT slechts op vier locaties met deze specifieke rol: New York, San Francisco, Singapore en Tokio. Andere landen hebben ons bijgebeend. Dat Denemarken in 2017 grote sier maakte met zijn techambassadeur in Silicon Valley deed ons knarsetanden. Die Deense ambassadeur is trouwens alweer vertrokken, naar Microsoft.

FIT zet de komende jaren extra in op de internationale valorisatie van innovatie. Onder meer door voor eind 2020 nieuwe science & technology offices op te richten in mondiale hotspots. Die satellietkantoren vormen de uitvalbasis van onze technologieattachés, die Vlaanderen in de kijker zetten als techregio en onze bedrijven internationaal laten doorgroeien. Ze bouwen internationale netwerken uit van techbedrijven, durfkapitalisten, kennis- en onderzoekscentra, clusters, incubatoren en acceleratoren. Op die manier raakt Vlaamse expertise - die doorgaans inspeelt op technologische niches - ingebed in de globale context en kunnen we ons steentje bijdragen aan de ambitie om van Vlaanderen een innovatiekampioen te maken. Want of je nu wilt of niet, de innovatie van morgen zal lokaal én internationaal zijn.

Het zijn spannende weken voor Europa. De Commissie-Von der Leyen mikt hoog: een digitale Europese Unie die zich moet meten met de grote machtsblokken: de Verenigde Staten en China. Hoe kan Vlaanderen dat momentum ten volle verzilveren? Als regio kunnen we daar zeker nog sterker op inzetten. Dat blijkt uit drie observaties. Voedingsbodem is er genoeg om ons wagonnetje aan de Europese Unie te koppelen. Het Vlaamse ecosysteem is een ingenieus samenspel tussen Vlaamse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen, universiteiten, speerpuntclusters en overheid. De aanwezigheid van een groot aantal onderzoeks- en ontwikkelingscentra van buitenlandse bedrijven in Vlaanderen is een verrijking, net als de innovatieve producten van onze kleine en middelgrote ondernemingen. Internationaal spelen we die troeven uit en zwaaien we met de rankings van onze topuniversiteiten en strategische onderzoeksinstellingen. Met die inspanning loopt het Vlaamse ecosysteem Europees voorop om de doelstelling te halen om 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te spenderen aan innovatie. Maar de ambitie kan altijd omhoog. De vermarkting van innovatie kan altijd beter. Internationaal talent doen circuleren is nodig. Het gras is altijd groener aan de overkant. Pak je boeltje en verkas naar Shenzhen of San Francisco. Waarom niet? Doe ervaring op in het buitenland. Een continue in- en uitstroom van talent typeert een innovatiehotspot, ook bij ons. Ik zie een generatie twintigers en dertigers die terugkeert naar Vlaanderen met enkele jaren ervaring in de meest competitieve ecosystemen ter wereld. Enkele generaties geleden leidde een gelijkaardige terugkeergolf uit Silicon Valley tot de creatie van onder andere het Leuvense onderzoekscentrum imec en een reeks succesvolle Vlaamse bedrijven. Talent zal hier steeds met open armen worden ontvangen. Bij Flanders Investment & Trade (FIT) hebben we niet liever dan dat die buitenlandse ervaring zich ook in dadendrang vertaalt en dat Vlaamse bedrijven buitenlandse sectorgenoten opkopen of strategische allianties aangaan. En we zien bedrijven met guts. Materialise, een universitaire spin-off trok in 2014 naar de Nasdaq-beurs en ontpopte zich tot een wereldspeler in de 3D-printing. Vooral talent zorgt ervoor dat innovatieve bedrijven hier verankerd blijven. Maar benutten we alle talent voldoende? Een strategie van internationalisering voor wetenschap, technologie en innovatie. Welke rol kan en moet de Vlaamse overheid internationaal spelen? Vario, een adviesorgaan van de Vlaamse overheid, suggereerde in 2019 dat Vlaanderen de ambitie moet hebben om tot de vijf meest innovatieve regio's van Europa te behoren. In de Regional Innovation Scoreboard staat Vlaanderen momenteel op plaats 46. In de top 25 staan vooral Scandinavische, Zwitserse, Duitse en Britse regio's. Het zijn landen die flink investeren in science & technology offices, met teams op 20 tot 65 locaties in de wereld. In 2007 was Vlaanderen internationaal koploper en vernieuwer met technologieattachés die focussen op de vermarkting van innovatie. Anno 2020 werkt FIT slechts op vier locaties met deze specifieke rol: New York, San Francisco, Singapore en Tokio. Andere landen hebben ons bijgebeend. Dat Denemarken in 2017 grote sier maakte met zijn techambassadeur in Silicon Valley deed ons knarsetanden. Die Deense ambassadeur is trouwens alweer vertrokken, naar Microsoft. FIT zet de komende jaren extra in op de internationale valorisatie van innovatie. Onder meer door voor eind 2020 nieuwe science & technology offices op te richten in mondiale hotspots. Die satellietkantoren vormen de uitvalbasis van onze technologieattachés, die Vlaanderen in de kijker zetten als techregio en onze bedrijven internationaal laten doorgroeien. Ze bouwen internationale netwerken uit van techbedrijven, durfkapitalisten, kennis- en onderzoekscentra, clusters, incubatoren en acceleratoren. Op die manier raakt Vlaamse expertise - die doorgaans inspeelt op technologische niches - ingebed in de globale context en kunnen we ons steentje bijdragen aan de ambitie om van Vlaanderen een innovatiekampioen te maken. Want of je nu wilt of niet, de innovatie van morgen zal lokaal én internationaal zijn.