"Handelsoorlogen zijn goed en makkelijk te winnen." In zijn bekende stijl had de Amerikaanse president Donald Trump niet meer dan zeven woorden nodig om de wereld de schrik om het hart te doen slaan.
...

"Handelsoorlogen zijn goed en makkelijk te winnen." In zijn bekende stijl had de Amerikaanse president Donald Trump niet meer dan zeven woorden nodig om de wereld de schrik om het hart te doen slaan. Enkele dagen later zette hij zijn dreigende oorlogstaal om in daden. Vanaf volgende week geldt een heffing van 25 procent op staal en 10 procent op aluminium dat in de Verenigde Staten wordt ingevoerd, al krijgen sommige landen nog een tijdelijke uitzondering. De importheffingen van Trump komen niet als een donderslag bij heldere hemel. Tijdens zijn verkiezingscampagne roerde de vastgoedmagnaat steevast de protectionistische trom. Europa had daarom vrijwel onmiddellijk een antwoord klaar. In tegenstelling tot de makkelijke overwinning die Trump zijn volgers voorspiegelt, geloven ze in Brussel in een andere uitkomst. "Een handelsoorlog heeft geen winnaars", zei Cecilia Malmström, de Europese commissaris voor Handel, die wel een karrenvracht tegenmaatregelen voorstelde. Hetzelfde geluid viel te horen in China. Peking wil een escalatie graag vermijden, maar wapent zich wel. Voor het geval dat. De economische wereldmachten staan zo op de rand van een handelsoorlog. En dat is lang niet de eerste keer. Het verleden herhaalt zich misschien niet, maar het rijmt wel. En de lange geschiedenis van handelsconflicten leert ons belangrijke lessen. De periode na de Tweede Wereldoorlog lijkt één langgerekte periode van toenemende vrijhandel en globalisering. Zelfs landen die de democratie of de vrije markt niet omarmden, kregen een plaats in de wereldeconomie. Aan die opmars van een liberale handelsorde lijkt nu een einde te komen. "We zien dat het protectionisme al een aantal jaren weer toeneemt. Eigenlijk al sinds China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is toegelaten in 2001", zegt Jan Van Hove, hoofdeconoom van KBC en als academicus gespecialiseerd in internationale handel. De WTO-regels laten onder bepaalde voorwaarden toe dat bijvoorbeeld antidumpingmaatregelen worden genomen. "Die beperkingen op de vrijhandel zijn de voorbije jaren intensief gebruikt, vooral door de VS en de Europese Unie", weet Van Hove. "Trump heeft natuurlijk zijn eigen stijl en zoekt het conflict op, maar zijn voorganger, Barack Obama, heeft veel meer protectionistische maatregelen genomen." Volgens Glenn Rayp, professor internationale handel aan de UGent, zien we vandaag wel degelijk een trendbreuk. Hij spreekt zelfs van een schok, net omdat Trump zich volledig buiten de Wereldhandelsorganisatie stelt. "Het centrale reguleringsmechanisme van de wereldhandel dreigt volledig tot stilstand te komen. Dat hij weigert de gebruikelijke kanalen te gebruiken, verplicht ook andere landen het onderling op akkoorden te gooien. Zo ondermijnt hij de internationale instituties, zoals hij eerder ook al deed met de NAVO of het klimaatagentschap." Voor Filip Abraham, professor internationale economie aan de KU Leuven, is het geen toeval dat het protectionisme nu weer terrein wint. "Dat is nog gebeurd op momenten dat grootmachten invloed verliezen en nieuwe spelers belangrijker worden, zoals de VS en China vandaag. Een tweede factor is dat protectionisme vaak opgang maakt als het economisch minder gaat. Dat lijkt nu niet het geval, maar we mogen niet vergeten dat de gevolgen van de economische crisis niet verteerd zijn." De verschuiving van het machtsevenwicht, aangevuld met een zware economische crisis, is het soort seismische schok dat een land in een protectionistische kramp doet schieten. De vraag is of Trump geen achterhoedegevecht levert, omdat de opgang van China en de technologische revolutie onvermijdelijk naar een meer geglobaliseerde wereld leiden. Abraham is niet overtuigd: "De geschiedenis toont dat de globalisering wel degelijk kan worden teruggedraaid. Na de crisis van de jaren dertig heeft het tot de jaren zestig geduurd vooraleer de internationale handelsstromen weer op het niveau waren van het begin van twintigste eeuw. Dat toont dat de globalisering in die periode onderbroken was." Glenn Rayp gelooft dat het protectionisme van Trump de verzwakking van de VS alleen maar zal versnellen. "Hij dreigt zijn belangrijkste bondgenoten, Canada en Europa, van zich te vervreemden." Maar hij denkt niet dat de economie de belangrijkste voedingsbodem is voor de vrees voor verandering. "In de jaren dertig was het protectionisme duidelijk verbonden met de Grote Depressie, maar vandaag kennen de VS een volledige tewerkstelling. Het verzet tegen de globalisering is, net als andere fenomenen zoals het succes van het populisme en het toenemende verzet tegen migratie, een gevolg van de sterke stijging van de ongelijkheid." Wat Trump vooral drijft, is zijn overtuiging dat de internationale handel een strijd is, waarin het verlies voor het ene land de winst voor het andere land is. Zijn voornaamste handelsadviseur, de econoom Peter Navarro, zei het zelfs letterlijk zo: "Elke job die China wint door staal te dumpen op de Amerikaanse markt is een verloren job in de VS." Volgens Rayp getuigt die visie van weinig rationaliteit en economisch inzicht. "Dat zijn gewoon middeleeuwse mercantilistische opvattingen." De sterk toegenomen welvaart in de wereld toont dat de meeste landen baat hebben bij internationale handel. Maar dat neemt niet weg dat er intern wel winnaars en verliezers zijn. "Vooral in de rijkere landen speelt die discussie", merkt Abraham. "De theorie zegt dat er meer winnaars zijn dan verliezers en dat een land in zijn geheel aan welvaart wint. Het probleem is dat de verliezers niet automatisch gecompenseerd worden voor hun verlies, bijvoorbeeld als hun job verdwijnt naar een ander land. Economen kunnen dan erg cru zijn en zeggen dat ze elders werk moeten zoeken, maar zo werkt het natuurlijk niet." Volgens Rayp, die behalve naar internationale handel ook onderzoek doet naar inkomensongelijkheid, moet er meer aandacht zijn voor herverdeling, zodat de verliezers meer gecompenseerd worden voor hun verlies. "We zeggen al twintig jaar hetzelfde: we moeten mensen beter opleiden, zodat ze makkelijker om kunnen met verandering. En we moeten mensen omscholen om hun kansen op tewerkstelling te verbeteren. Dat klopt allemaal, maar het volstaat blijkbaar niet. Kijk naar Duitsland, waar de hervorming en de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor een Wirtschaftswunder hebben gezorgd, en toch is een groot deel van de bevolking ontevreden." De invoerheffingen op staal en aluminium raken amper 0,2 procent van de Amerikaanse economie. Toch dreigt een gevaarlijk domino-effect, zelfs al nemen Europa en China geen tegenmaatregelen. Door de invoer van staal in de VS te bemoeilijken, neemt het overaanbod in de rest van de wereld nog toe. Als pakweg Europa vervolgens de grenzen sluit, dan moeten ook Canada of de Zuid-Amerikaanse landen hetzelfde doen. Anders dreigen zij de dumpplaats voor staal te worden. "Zo kunnen spanningen ontstaan tussen landen die goede relaties hadden", vreest Rayp. Van Hove is vooral beducht voor het precedent dat Trump schept door de 'nationale veiligheid' in te roepen als argument om de Amerikaanse markt af te schermen. In de Wereldhandelsorganisatie is het gebruikelijk op zijn minst economische argumenten aan te dragen, net als bewijzen voor de schade. Niets houdt Trump tegen nog meer sectoren als essentieel voor de nationale veiligheid uit te roepen. En niets houdt de rest van de wereld tegen hetzelfde te doen. Hoe kunnen we daar het beste mee omgaan? "Europa kan Trumps beslissing het beste heel hard veroordelen", zegt Van Hove. Toch waarschuwt hij ervoor het conflict niet op de spits te drijven door onmiddellijk een resem tegenmaatregelen te nemen. "Al moet Europa ook niet naïef zijn. Als dat nodig is, moeten we stappen nemen om onze industrie te beschermen." Het verdere verloop van dit conflict zal volgens Van Hove vooral afhangen van de ontwikkelingen in de VS. "We mogen niet vergeten dat in veel staten staal wordt verwerkt, bijvoorbeeld in de autofabrieken. Het is vooral afwachten hoe het politieke spel in het Congres zal uitdraaien." Ondertussen ziet Van Hove ook een kans om de Wereldhandelsorganisatie weer op de kaart te zetten. "De handel is vooral geliberaliseerd via bilaterale akkoorden. De WTO is daardoor verzwakt. Het is een goed moment om die organisatie weer wakker te schudden en te praten over eerlijke handelspraktijken." Het protectionisme van Trump is ook ingegeven door zijn fixatie op het tekort op de Amerikaanse handelsbalans, dat in januari opliep tot 57 miljard dollar, omgerekend 3,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), het hoogste peil in negen jaar. Dat tekort is een probleem. Alleen is een herstel van dat evenwicht niet noodzakelijk goed nieuws. Als de VS niet meer uitvoeren, maar vooral minder invoeren, kan dat de gemiddelde Amerikaan pijn doen. Goedkope Chinese invoer vervangen door duurdere Amerikaanse producten treft net vooral de typische Trump-kiezer, de verarmende Amerikaanse middenklasse, recht in zijn portemonnee. En er schort nog wel meer aan de protectionistische kuur die Trump wil inzetten om de Amerikaanse kwalen te genezen. Goedkoop Chinees staal vormt misschien een bedreiging voor de 80.000 banen in de Amerikaanse staalfabrieken, het zorgt ook voor extra banen in de VS. De staalverwerkende bedrijven genieten lagere kosten. En door de lagere prijzen houdt de consument meer geld over, dat hij kan uitgeven aan Amerikaanse producten. Economen zijn het daarom eens dat de consument altijd de dupe is van een handelsoorlog. Niet alleen Joe Sixpack dreigt op te draaien voor de rekening, ook wij, Belgen, kunnen er bekaaid vanaf komen. "Als we naar een echte handelsoorlog afglijden, is een kleine open economie zoals België extra kwetsbaar", waarschuwt Van Hove.