William De Vijlder, hoofdeconoom van BNP Paribas, en Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland , beoordelen vijf opmerkelijke quotes uit de speech van ECB-voorzitter Draghi die de euro redde.
...

William De Vijlder, hoofdeconoom van BNP Paribas, en Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland , beoordelen vijf opmerkelijke quotes uit de speech van ECB-voorzitter Draghi die de euro redde.William de Vijlder: "Er is nog veel werk aan de winkel. Het huis moet verstevigd worden. Het gaat voorzichtig de goede richting uit met de creatie van een banken- en een kapitaalunie, maar de individuele landen hebben nog veel werk om hun weerbaarheid te verhogen, als ze een volgende crisis het hoofd willen bieden. Dat zou ook de unie sterker maken. Als de onderlinge verschillen afnemen, is het ook makkelijker een gemeenschappelijk monetair beleid te voeren." Carsten Brzeski: "Nu pas, met de komst van de tandem Merkel-Macron, leeft de hoop op dat er meer Europese integratie komt. Eigenlijk is er behoefte aan een gemeenschappelijk budget en staatsobligaties. Zolang de politiek niet klaar is met haar huiswerk, blijft het risico dat de speculatie over het einde van de euro terugkomt, zoals bij de Franse verkiezingen eerder dit jaar. En dan bestaat de kans dat de ECB opnieuw moet ingrijpen." William de Vijlder:"Het gevaar is dat overheden verblind worden door de sterke groei. Het gevoel ontstaat dat hervormingen niet meer nodig zijn, omdat het nu beter gaat. Nochtans zijn de omstandigheden nu ideaal om structurele maatregelen door te voeren. Maar vaak is er toch wat externe druk nodig. Dan is de bereidheid om pijnlijke ingrepen te slikken groter. Dat zie je ook bij de opmaak van de begrotingen." Carsten Brzeski: "Er is wellicht te veel aandacht naar besparingen gegaan. De analyse in 2012 was dat we in een schuldencrisis zaten, en dus moesten er minder schulden zijn. Het antwoord waren dus bezuinigingen. Die waren ook wel nodig om het vertrouwen van de markten te herstellen. Maar nu zitten we al een tijd niet meer in een schuldencrisis, maar in een economische crisis. En dan zijn meer investeringen nodig. Dat vraagt de ECB ook, vooral van de sterkere landen." William de Vijlder:"De eurozone hoeft zeker niet te blozen, als de vergelijking met de Verenigde Staten wordt gemaakt. Na de bankencrisis zaten de Europese en de Amerikaanse economie op gelijke koers. Het grote verschil is dat de eurozone toen een tweede recessie doormaakte, terwijl het herstel in de Verenigde Staten verder aantrok. Nu is er wel een duidelijke inhaalbeweging bezig. Al blijft de potentiële groei in de Verenigde Staten natuurlijk hoger dan in Europa." Carsten Brzeski: "De eurozone zat toen duidelijk met existentiële problemen. We stonden nog maar aan het begin van de hervormingen en het was helemaal niet duidelijk of de politieke wil bestond om de euro te redden. Na die speech werd pas duidelijk dat het politieke engagement wel sterk is. De Amerikaanse aanpak was dan toch veel kordater. Washington heeft onmiddellijk veel meer gedaan om de banken op te kuisen en de economie te stimuleren." William de Vijlder:"De speech was zo belangrijk, omdat hij een antwoord bood op een erg urgente situatie. Maar daarmee waren de problemen nog niet opgelost. In 2014 was duidelijk dat er meer nodig was: een tweede onderdeel van het beleid, om een negatieve spiraal van deflatie te vermijden. Pas toen heeft Draghi onconventionele maatregelen genomen om de inflatie aan te jagen. Beide onderdelen zijn heel belangrijk gebleken." Carsten Brzeski: "Draghi heeft vaak de verwachtingen overtroffen. Daardoor gelooft de markt hem: beleggers weten dat hij zal doen wat hij zegt. En dat heeft zeker geholpen. Nu wordt wereldwijd nagedacht of het soepele monetaire beleid nog wel nodig is. De uitdaging is te communiceren over de exit zonder de markt te verstoren en het herstel in gevaar te brengen. In september zal Draghi zijn strategie wellicht toelichten, en tegen juni volgend jaar gaat de geldkraan mogelijk dicht."