In het toekomstpact dat minister Maggie De Block vorige zomer met de farmasector afsloot, zit een dubbele logica. Aan de ene kant wil het de farmasector, die in ons land een belangrijke werkgever is, een klimaat bieden om zijn activiteiten verder te ontplooien. Aan de andere kant probeert het toekomstpact te bekomen dat de maatschappij voor geneesmiddelen geen exuberante prijzen betaalt.
...

In het toekomstpact dat minister Maggie De Block vorige zomer met de farmasector afsloot, zit een dubbele logica. Aan de ene kant wil het de farmasector, die in ons land een belangrijke werkgever is, een klimaat bieden om zijn activiteiten verder te ontplooien. Aan de andere kant probeert het toekomstpact te bekomen dat de maatschappij voor geneesmiddelen geen exuberante prijzen betaalt. Dat gebeurt onder andere door de toepassing van de patent cliff of octrooikloof. Die maatregel versnelt de geleidelijke prijserosie nadat het octrooi van een geneesmiddel is vervallen. Een en ander betekent dat de prijs van geneesmiddelen zodra het patent vervalt met minstens 54 procent moet dalen. Het maakt daarbij niet uit of de aanbieder de originele geneesmiddelenfabrikant is, dan wel een producent van zogenoemde generische geneesmiddelen. Op die manier komt er budget vrij om sneller te investeren in de goedkeuring van nieuwe innovatieve geneesmiddelen. In dezelfde logica hebben diverse partijen vandaag een convenant over biosimilaire geneesmiddelen ondertekend. Dat zijn geneesmiddelen die therapeutisch en moleculair vergelijkbaar zijn met biologische referentiegeneesmiddelen waarvan het octrooi is vervallen. Zulke geneesmiddelen worden niet geproduceerd met chemische grondstoffen, maar door een biotechnologisch proces met levende cellen. In de top 25 van geneesmiddelen waaraan het Riziv het meeste geld aan uitgeeft, zitten al zeven biologische geneesmiddelen. Biosimilaire geneesmiddelen zijn doorgaans tussen 20 en 30 procent goedkoper dan het originele biologische geneesmiddel. Hoewel het besparingspotentieel kleiner is dan bij generische geneesmiddelen, kunnen ze het Riziv een aardig stuk budgettaire ruimte opleveren. In andere Europese landen worden biosimilars dan ook in 40 tot 80 procent van de behandelingen, waar dat mogelijk is, gebruikt. In België zijn slechts enkele biosimilars op de markt. Die doen het beduidend slechter en hebben een marktaandeel van slechts enkele procenten (zie grafiek).De bedoeling van het convenant is ziekenhuizen en artsen ertoe aan te zetten sneller voor biosimilars te kiezen. "Dit convenant betekent een doorstart voor het gebruik van biosimilaire geneesmiddelen in ons land", zegt Joris Van Assche, afgevaardigd bestuurder van de federatie van generischegeneesmiddelenproducenten FeBelGen. "Acht jaar na de eerste marktintroductie in België is voor vier van de vijf betrokken therapieën het gebruik van biosimilars nagenoeg onbestaande. Het convenant is voor de betrokken bedrijven een belangrijk signaal om toch in ons land te blijven investeren."Anders gezegd: als de markt voor biosimilaire geneesmiddelen hier niet van de grond komt, dreigen de farmamultinationals België links te laten liggen voor de introductie van nieuwe biosimilars. Het zou de competitieve werking die de prijs drukt nadat het octrooi is vervallen in het gedrang brengen en de betaalbaarheid van de ziekteverzekering ondermijnen. Beroepsvereniging Pharma.be nuanceert die stelling. In het persbericht dat de farmasector naar aanleiding van het convenant rondstuurde, stelt pharma.be dat ook de originele biologische geneesmiddelen in 2015 met prijsdalingen al voor 35,2 miljoen euro bijgedragen hebben tot besparingen in de ziekteverzekering.De Blocks voorgangster Laurette Onkelinx (PS) probeerde al te ijveren voor het gebruik van biosimilaire geneesmiddelen. Zo liet ze een rapport maken door het Kenniscentrum KCE, maar hoewel de conclusie duidelijk was, bracht dat weinig verandering in het voorschrijfgedrag teweeg. Het valt af te wachten of dit convenant daar wel in slaagt. Uiteindelijk rekent het akkoord ook nu in de eerste plaats op de verantwoordelijkheidszin van de artsen-specialisten. Zegt Joris Van Assche: "Dit is in elk geval een eerste belangrijke uitvoering van het toekomstpact. Het toekomstpact voorzag erin dat we convenanten gingen afsluiten. Voor wie zich afvroeg of dat zou lukken: ze zijn er. Nu is het aan de artsen om hun voorschrijfgedrag te wijzigen."