Alain Boulanger is 75. De Luikenaar zou al met pensioen moeten zijn, maar hij is nu in de Venezolaanse hoofdstad Caracas tegen wil en dank crisismanager bij Fundaciones Franki, oorspronkelijk een filiaal van het Belgische aannemersbedrijf Franki. Toen Boulanger in 1976 in Caracas aankwam, telde het bedrijf 800 werknemers, nu zijn er nog 30 over. Het houdt amper stand in een land waar basisgoederen en materiaal met de dag schaarser worden. "We proberen te overleven, in afwachting van betere tijden, zoals een duivenhouder uitkijkt naar de terugkeer van zijn prijsduif", zegt Boulanger.

Dagenlange stroompannes en de Amerikaanse sancties hebben de economische implosie van het land nog versneld. Talloze Venezolanen lijden honger en vluchten het land uit. Het geweld is wijdverbreid. Het bruto binnenlands product zou dit jaar met een kwart krimpen. "Zelfs Griekenland na 2008 valt in het niets bij Venezuela vandaag. Het is de totale ineenstorting", weet Sergi Lanau, die Venezuela volgde voor het International Monetair Fonds (IMF) en in Griekenland onderhandelingen voerde. "Mensen die tot vorig jaar nog de eindjes aan elkaar wisten te knopen, zitten aan de grond en moeten zelfs door het vuilnis voor eten", zegt de Venezolaanse econoom Henkel García.

Tijd is echt geld in Venezuela: de enige manier om te sparen is vandaag te kopen wat morgen duurder is.

In januari begon president Nicolás Maduro aan een tweede ambtstermijn van zes jaar na een betwiste verkiezing. Op de staatstelevisie en Twitter roemt hij de successen van de voortschrijdende socialistische revolutie die zijn voorganger Hugo Chávez in 1999 heeft uitgeroepen. Tegelijk heeft een kwart van de 29 miljoen Venezolanen humanitaire hulp nodig, volgens de Verenigde Naties. Parlementsvoorzitter Juan Guaidó riep zich in januari uit tot interim-president en eist dat de frauduleus verkozen Maduro aftreedt. Onder meer de Verenigde Staten steunen hem. De poging om Maduro van de macht te verdrijven die Guaidó vorige week ondernam, mislukte. Het leger bleef Maduro trouw. De president haalde de banden met Rusland, China en Turkije aan. Ook Cuba blijft hem steunen.

© REUTERS

De wereld op zijn kop

In januari stegen de prijzen in Venezuela met 260 procent, een nieuw record in de hyperinflatie die het land wurgt. Bij onze aankomst in Caracas begin april kochten we bolivars op de zwarte markt: we kregen er 3200 per dollar (van de nationale munt zijn inmiddels heel wat nullen geschrapt). Tegen eind april was één dollar al 5800 bolivar waard, bijna het dubbele. Omdat Venezuela veel meer dan andere landen van invoer leeft en daarvoor in dollars betaalt, stijgen de prijzen in luttele dagen. Vooral de armen worden zwaar getroffen: ze moeten vaak kiezen tussen eten of medicijnen kopen. Ze werken naar eigen zeggen een hele week om hun gezin één dag eten te kunnen geven. "De Venezolanen hebben het vertrouwen in hun munt volledig verloren, waardoor die nog verder afbrokkelt", aldus Henkel García. "De dollar verdringt de bolivar stilaan als transactiemunt." En hoe meer de vraag naar dollars stijgt, des te sneller valt de bolivar. Tijd is echt geld in Venezuela: zowat de enige manier om te sparen is vandaag te kopen wat morgen duurder is.

Om de inflatie in te perken voerde Chávez prijscontroles in. Behalve tekorten brachten die een lucratief handeltje voort: zogenoemde bachaqueros schoven aan voor winkels om schaars geworden goederen op de kop te tikken en die op straat of in het buurland Colombia te verpatsen met een mooie winstmarge. "Maar nu die controles geschrapt zijn, staat de wereld op zijn kop", zegt Socorro Ihprada. De moeder van drie bestiert een groothandeltje in snoepgoed op de Nuevo Circo-markt in het centrum van Caracas. Twee keer per week trekt ze naar de Colombiaanse grensstad Cúcuta om zich te bevoorraden. Zelfs na het betalen van de smokkelaar die haar waren de grens over sjouwt en de steekpenningen aan de politie op de terugweg naar Caracas, loont de lange reis de moeite.

© REUTERS

Ihprada verhandelt vooral lolly's, die alomtegenwoordig zijn op straat. "Simpel: een lolly stilt de honger wanneer je geen maaltijd kunt betalen." Een zak rijst mag ze niet vervoeren: een nu achterhaalde wet die bachaqueros het leven moest bemoeilijken, verbiedt dat. "En dat terwijl er zoveel honger is."

Olie op het vuur

Omdat de bolivar waardeloos is, hebben de eigenaars van Fundaciones Franki noodgedwongen vestigingen geopend in Colombia en Panama. DEME is uit het land weggetrokken, nadat een Chinees bedrijf de afdeling heeft overgenomen. De Belgische baggergroep heeft geen plannen om terug te keren. "Niemand weet wat er gebeurt en zal gebeuren in Venezuela", klinkt het. De chemiereus Agfa Gevaert hield het meer dan drie jaar geleden al voor bekeken, omdat de verkoop was stilgevallen. De staaldraadproducent Bekaert runt nog een vestiging in het land, maar wil geen details kwijt. In Venezuela houden ondernemers zich liever mijlenver van de politieke intriges.

Duizenden bedrijven zijn de voorbije jaren op de fles gegaan in Venezuela. De overblijvers werken op een kwart van de capaciteit, omdat de vraag is ingestort. Zo ook de verf- en lijmfabriek Coutteyne & Co, een kmo die vijftig jaar geleden werd gesticht door de Belg Rudolf Coutteyne. Er blijven nog tweehonderd werknemers over, nadat er onlangs honderdvijftig zijn ontslagen. Door de wisselvalligheden van het dagelijks leven in Venezuela zijn ze vaak afwezig.

Een onteigening komt regelmatig ter sprake op de meetings bij Coutteyne: "Het volstaat dat de een of andere trawant van het regime zijn oog laat vallen op je bedrijf, en je bent het kwijt. Dat is de dagelijkse realiteit in dit land", weet productiemanager Antonio Avila. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen zijn naar Argentinië verhuisd. Zijn loon is gedecimeerd. Mogelijk volgt hij hen binnenkort. "Chávez heeft de brand aangestoken en Maduro giet nog olie op het vuur. Zo is er geen houden aan."

Gratis benzine

Goed 90 procent van de Venezolaanse uitvoer is olie. Hoewel het land kan bogen op de grootste reserves ter wereld, blijft de productie van het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela (PDVSA) afnemen, vooral na de recente stroompannes. De installaties zijn door een gebrek aan onderhoud in verval geraakt. De Verenigde Staten, tot voor kort de grootste afnemer, heeft PDVSA strenge sancties opgelegd. Daarmee droogt ook 's lands belangrijkste bron van harde valuta op om handel mee te voeren, wat leidt tot minder invoer, meer schaarste en hogere prijzen. Vooral het schrijnende gebrek aan medicijnen veroorzaakt menselijke tragedies.

Toch blijft benzine nagenoeg gratis. Dat kost de overheid naar schatting 12,5 miljard dollar per jaar. "Het is absurd", zegt Eugenio Negrín. Hij bezit vijf benzinestations in en rondom Caracas en betaalt nog geen eurocent voor een levering van 80.000 liter. Hij moet het hebben van de verkoop van motorolie en snacks, hoewel de rekken van zijn filiaal in de wijk Las Mercedes leeg zijn. "Venezolanen beschouwen gratis benzine als een geboorterecht en laten zich dat niet zonder slag of stoot afpakken", zegt Negrín. Nadat de regering in 1989 de benzineprijs had opgetrokken, braken massale rellen uit. Een week later hadden de veiligheidsdiensten honderden mensen, mogelijk duizenden, doodgeschoten. "De regering is er als de dood voor dat zoiets zich herhaalt."

Venezolanen beschouwen gratis benzine als een geboorterecht en laten zich dat niet zonder slag of stoot afpakken

Sommigen boeren dan weer goed bij de Venezolaanse crisis. Daniel, die zijn achternaam liever niet gepubliceerd ziet, is een van de vele fixers die bedrijven aan de dollars helpt die ze nodig hebben om in te voeren. De regering controleert de handel in dollars, om kapitaalvlucht tegen te gaan. Maar omdat er niet genoeg zijn, floreert een zwarte markt. Daniel zet zo'n 100.000 dollar per week om. De cash komt van uitgeweken Venezolanen in heel Latijns-Amerika en de VS, die geld naar achtergebleven familieleden sturen. Omdat de regering ook geldtransfers via bedrijven als Western Union in de gaten houdt, is de discretie van Daniels diensten erg in trek. Hij opereert op de grens van de illegaliteit. "Agenten in de economische oorlog en de dollarisering heten we. Regelmatig worden mensen zoals ik opgepakt. Maar je kunt ook betogen: als ik niet besta, dan bestaan de bedrijven die op mij een beroep doen evenmin."

NICOLÁS MADURO "Als Maduro wordt afgezet, wordt Venezuela de grootste groeimarkt op het continent." © REUTERS

Imperialistische agressors

De charismatische populist Chávez was er aanvankelijk in geslaagd een aanzienlijk deel van zijn landgenoten uit de armoede te helpen, is de consensus. Nu leeft weer 90 procent van hen onder de armoedegrens. Alleen schrijven regeringsaanhangers dat toe aan imperialistische agressors, onder leiding van de VS, die uit zijn op de grondstoffen van het land. Dat is niet helemaal onwaar: een relance van de oliesector onder een nieuwe regering zou wel degelijk een gedeeltelijke privatisering meebrengen.

De chavistas die we spraken in Caracas, zeggen dat ze verstikken door de dollarisering van hun economie. "Opeens moeten we in dollars betalen, tegen woekerprijzen", zegt William Echenigue, een 59-jarige boer en turnleraar die op een zondag vanuit het naburige Guatire naar een proregeringsbetoging in Caracas is afgezakt. "De dollar is het wapen van de imperialisten in de economische oorlog. We zijn net gevangenen. Maar we zijn ook tot alles bereid om de revolutie te verdedigen."

Hoelang kan Maduro nog aanblijven? Miljoenen arme Venezolanen hangen van de regering af voor voedselhulp en andere bijstand. Wie de oppositie steunt, dreigt uit de bijstand geschrapt te worden, vernamen we in de volkswijken van Caracas. Dat stemt tot voorzichtigheid. "Het is een niet te onderschatten controlemechanisme", zegt Andrew Quintero, een jonge activist die met zijn organisatie Mi Convive honderdvijftig soepkeukens runt in Caracas. Daarnaast houdt Maduro een uitgebreid veiligheidsapparaat achter de hand, dat hard kan uithalen. Bovendien pakt het Rode Kruis de humanitaire crisis in het land aan met een grootschalige hulpoperatie. En Amerikaanse sancties zijn dan wel op regimeverandering gericht, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Maduro zonder slag of stoot inbindt.

Als Guaidó morgen aan de macht komt, zou hij naar eigen zeggen de planeconomie schrappen en de eigendomsrechten herstellen. De olieontginning wil hij recupereren met een buitenlandse participatie. Ook zou hij leningen zoeken van internationale instellingen. Marktverstorende subsidies wil hij vervangen door een rechtstreekse storting voor hulpbehoevenden. Na een eerste herstel wordt ongetwijfeld danig gesnoeid in de overheidsuitgaven.

Veel buitenlandse bedrijven blijven in Venezuela met oog op de toekomst. "Sinds Guaidó ten tonele is verschenen, zitten mijn cliënten op het puntje van hun stoel", zegt Gonzalo Capriles, een advocaat die multinationals door het doolhof van het Venezolaanse bedrijfsrecht gidst. "Als Maduro wordt afgezet, wordt Venezuela allicht de grootste groeimarkt op het continent en valt hier veel geld te verdienen."