Het Verdrag van Maastricht is een kind van de jaren negentig, toen een strikte begrotingscontrole het fundament onder de euro moest zijn. Risicodeling in de eurozone was een brug te ver, dus werd het risicobeperking door gezonde overheidsfinanciën. Zelfs landen die zich aan de begrotingsregels hielden, zoals Spanje, konden zo ongestraft hun concurrentiepositie laten afglijden en overmatige private buitenlandse schulden opbouwen. Het werd de euro in 2012 bijna fataal.

Bovendien stopte het verdrag de lidstaten in een te strak begrotingskeurslijf, waardoor het beleid in crisissen te restrictief werd. De overheidsinvesteringen werden het kind van de rekening. Het verdrag repte ook met geen woord over een gemeenschappelijk begrotingsbeleid, dat in een monetaire unie nochtans een must is om schokken op te vangen.

Verdrag van Maastricht is verouderd.

Het verdrag wordt een van de slachtoffers van covid-19. De Europese Commissie heeft de begrotingsregels al op sterk water gezet, wellicht tot en met 2022. De kans is groot dat er voor die tijd nieuwe regels komen, met een schuldgraad die van 60 naar 120 procent kan stijgen. Daar is iets voor te zeggen. In een tijd van spaaroverschotten in de private sector en lage rentevoeten is de overheid de enige partij die met een expansief budgettair beleid de economie op toerental kan krijgen. Maar het nieuwe verdrag mag geen blanco cheque worden. Het lossere begrotingsbeleid moet gepaard gaan met hervormingen die de Europese economie versterken. Dat is de enige manier om de vergrijzing en de vergroening te betalen, om solidariteit te koppelen aan verantwoordelijkheid. De euro heeft een nieuwe en slimmere editie van het Verdrag van Maastricht nodig, een mét normen voor werkgelegenheid en groei.

Het Verdrag van Maastricht is een kind van de jaren negentig, toen een strikte begrotingscontrole het fundament onder de euro moest zijn. Risicodeling in de eurozone was een brug te ver, dus werd het risicobeperking door gezonde overheidsfinanciën. Zelfs landen die zich aan de begrotingsregels hielden, zoals Spanje, konden zo ongestraft hun concurrentiepositie laten afglijden en overmatige private buitenlandse schulden opbouwen. Het werd de euro in 2012 bijna fataal. Bovendien stopte het verdrag de lidstaten in een te strak begrotingskeurslijf, waardoor het beleid in crisissen te restrictief werd. De overheidsinvesteringen werden het kind van de rekening. Het verdrag repte ook met geen woord over een gemeenschappelijk begrotingsbeleid, dat in een monetaire unie nochtans een must is om schokken op te vangen.Het verdrag wordt een van de slachtoffers van covid-19. De Europese Commissie heeft de begrotingsregels al op sterk water gezet, wellicht tot en met 2022. De kans is groot dat er voor die tijd nieuwe regels komen, met een schuldgraad die van 60 naar 120 procent kan stijgen. Daar is iets voor te zeggen. In een tijd van spaaroverschotten in de private sector en lage rentevoeten is de overheid de enige partij die met een expansief budgettair beleid de economie op toerental kan krijgen. Maar het nieuwe verdrag mag geen blanco cheque worden. Het lossere begrotingsbeleid moet gepaard gaan met hervormingen die de Europese economie versterken. Dat is de enige manier om de vergrijzing en de vergroening te betalen, om solidariteit te koppelen aan verantwoordelijkheid. De euro heeft een nieuwe en slimmere editie van het Verdrag van Maastricht nodig, een mét normen voor werkgelegenheid en groei.