In de globale competitie naar duurzame technologie mogen we de boot niet missen. Europa en Vlaanderen proberen op verschillende terreinen belangrijke stappen te zetten naar een hoger niveau van duurzaamheid. Dat is een vrij recent fenomeen dat vooral zichtbaar is in de industrie, de mobiliteit en de energie. Overheden creëren nieuwe instrumenten die innovatie naar duurzamere oplossingen ondersteunen, zoals de Green Deal in de Europese Unie en de Moonshots in Vlaanderen. Europese multinationals met bekende namen zetten de toon en scoren het hoogst op alle mogelijke nieuwe duurzaamheidsrangschikkingen. Zelfs financiële instrumenten zoals pensioenfondsen nemen de bocht en geven prioriteit aan investeringen die de duurzame evolutie versterken.

En, last but not least, ook de publieke opinie zet druk. Ook zij beseft dat de enige toekomst voor de mensheid er een is met respect voor de planeet met alles wat erop leeft. Maar vooral het sterke signaal dat de Greta's en Anuna's wereldwijd geven, getuigt van visie: we moeten de wetenschap volgen en het wordt tijd dat de politieke leiders beter luisteren naar de inzichten en voorspellingen van wetenschappers van over de hele wereld.

Terwijl deze storm van publieke verontwaardiging nog doorheen onze steden raasde, kreeg het innovatielandschap een volgende uitdaging te verwerken: de digitale transformatie. Door de verdere innovatie in 4G- en 5G-netwerken en de introductie van smart sensors komt nu ook maakindustrie in het vizier van de verandering. Heel snel neemt de hele innovatiewaardeketen deze evolutie - of is het eerder revolutie - mee op in al zijn activiteiten. Overheden creëren nieuwe subsidieprogramma's, onderzoeksprogramma's die gericht zijn op datascience en cybersecurity. Maakbedrijven ondervinden aan den lijve de noodzaak aan dit soort innovatie, want ze worden gehackt en daardoor zodanig ondermijnd in hun activiteiten dat ze grote economische verliezen lijden. Traditionele banken krijgen concurrentie van andere globale spelers zoals Facebook en andere sociale platformen die hun voortbestaan bedreigen.

Van duurzaamheid over data naar corona en weer terug?

En alsof dat nog niet genoeg is, wordt de mensheid frontaal geconfronteerd met een pandemie van een nooit eerder geziene omvang. De wereldeconomie ligt aan het infuus van de overheden die alles uit de kast moeten halen om het systeem niet te laten imploderen. Ze rekenen op wetenschappers en economen om oplossingen te zoeken. De snelheid waarmee initiatieven uit de grond schieten, is nog nooit gezien. Ook hier zien we hoe de publieke opinie druk op de ketel zet: bijna alle middelen zijn goed om deze pandemie te stoppen. Hartverwarmend zijn de initiatieven vanuit alle sectoren die, elk op hun manier, een steentje willen bijdragen. De inzet van organisaties, professionelen en burgers is groot.

Deze pandemie gaat hopelijk snel voorbij. Toch zal zij sporen nalaten. Nu al kijken politieke en economische sterkhouders vooruit: wat na deze pandemie? Hoe zal de wereld er dan uitzien? Ook daar is mijn groep in innovatiemanagement al mee bezig.

Alle collega's in de innovatiewaardeketen zullen keuzes moeten maken. Dat die keuzes in de zeer nabije toekomst invloed zullen hebben op hoe er gewerkt zal worden op de 3P's van duurzaamheid (people, planet, profit), hoeft geen betoog. Dat daarbij afwegingen zullen gemaakt worden tussen korte- en langetermijnoplossingen vanuit een economisch denken is daar maar één van. Dat er meer aandacht zal zijn voor lokale oplossingen dan de globale benadering die tot nog toe vaak de voorkeur kreeg, lijkt ook een duidelijke zaak. De gezondheidscrisis zal voeding geven aan de discussie over de mate waarin marktgedreven dan wel maatschappelijk geleide innovaties moeten of kunnen overwegen. De crisis is nog volop aan de gang, en nu al worden de ideologische scheidslijnen over het vervolg door verschillende overheden en belangengroepen aangehaald.

Het duurzaamheidsvraagstuk, de digitale transformatie en de pandemie die ons nu treft hebben één ding gemeen: als we ze willen oplossen, hebben we nood aan wetenschappers en moeten we een beroep doen op experts. De ervaring leert dat de urgentie groot genoeg moet zijn vooraleer politici hun eigen agenda opzij leggen en de wetenschapper als gps gebruiken. De conclusie is duidelijk: om deze uitdagingen hoofd te bieden, moet de wetenschap de leidraad zijn en verwetenschappelijking moet deel uitmaken van dat beleid.

In de globale competitie naar duurzame technologie mogen we de boot niet missen. Europa en Vlaanderen proberen op verschillende terreinen belangrijke stappen te zetten naar een hoger niveau van duurzaamheid. Dat is een vrij recent fenomeen dat vooral zichtbaar is in de industrie, de mobiliteit en de energie. Overheden creëren nieuwe instrumenten die innovatie naar duurzamere oplossingen ondersteunen, zoals de Green Deal in de Europese Unie en de Moonshots in Vlaanderen. Europese multinationals met bekende namen zetten de toon en scoren het hoogst op alle mogelijke nieuwe duurzaamheidsrangschikkingen. Zelfs financiële instrumenten zoals pensioenfondsen nemen de bocht en geven prioriteit aan investeringen die de duurzame evolutie versterken. En, last but not least, ook de publieke opinie zet druk. Ook zij beseft dat de enige toekomst voor de mensheid er een is met respect voor de planeet met alles wat erop leeft. Maar vooral het sterke signaal dat de Greta's en Anuna's wereldwijd geven, getuigt van visie: we moeten de wetenschap volgen en het wordt tijd dat de politieke leiders beter luisteren naar de inzichten en voorspellingen van wetenschappers van over de hele wereld.Terwijl deze storm van publieke verontwaardiging nog doorheen onze steden raasde, kreeg het innovatielandschap een volgende uitdaging te verwerken: de digitale transformatie. Door de verdere innovatie in 4G- en 5G-netwerken en de introductie van smart sensors komt nu ook maakindustrie in het vizier van de verandering. Heel snel neemt de hele innovatiewaardeketen deze evolutie - of is het eerder revolutie - mee op in al zijn activiteiten. Overheden creëren nieuwe subsidieprogramma's, onderzoeksprogramma's die gericht zijn op datascience en cybersecurity. Maakbedrijven ondervinden aan den lijve de noodzaak aan dit soort innovatie, want ze worden gehackt en daardoor zodanig ondermijnd in hun activiteiten dat ze grote economische verliezen lijden. Traditionele banken krijgen concurrentie van andere globale spelers zoals Facebook en andere sociale platformen die hun voortbestaan bedreigen.En alsof dat nog niet genoeg is, wordt de mensheid frontaal geconfronteerd met een pandemie van een nooit eerder geziene omvang. De wereldeconomie ligt aan het infuus van de overheden die alles uit de kast moeten halen om het systeem niet te laten imploderen. Ze rekenen op wetenschappers en economen om oplossingen te zoeken. De snelheid waarmee initiatieven uit de grond schieten, is nog nooit gezien. Ook hier zien we hoe de publieke opinie druk op de ketel zet: bijna alle middelen zijn goed om deze pandemie te stoppen. Hartverwarmend zijn de initiatieven vanuit alle sectoren die, elk op hun manier, een steentje willen bijdragen. De inzet van organisaties, professionelen en burgers is groot.Deze pandemie gaat hopelijk snel voorbij. Toch zal zij sporen nalaten. Nu al kijken politieke en economische sterkhouders vooruit: wat na deze pandemie? Hoe zal de wereld er dan uitzien? Ook daar is mijn groep in innovatiemanagement al mee bezig.Alle collega's in de innovatiewaardeketen zullen keuzes moeten maken. Dat die keuzes in de zeer nabije toekomst invloed zullen hebben op hoe er gewerkt zal worden op de 3P's van duurzaamheid (people, planet, profit), hoeft geen betoog. Dat daarbij afwegingen zullen gemaakt worden tussen korte- en langetermijnoplossingen vanuit een economisch denken is daar maar één van. Dat er meer aandacht zal zijn voor lokale oplossingen dan de globale benadering die tot nog toe vaak de voorkeur kreeg, lijkt ook een duidelijke zaak. De gezondheidscrisis zal voeding geven aan de discussie over de mate waarin marktgedreven dan wel maatschappelijk geleide innovaties moeten of kunnen overwegen. De crisis is nog volop aan de gang, en nu al worden de ideologische scheidslijnen over het vervolg door verschillende overheden en belangengroepen aangehaald.Het duurzaamheidsvraagstuk, de digitale transformatie en de pandemie die ons nu treft hebben één ding gemeen: als we ze willen oplossen, hebben we nood aan wetenschappers en moeten we een beroep doen op experts. De ervaring leert dat de urgentie groot genoeg moet zijn vooraleer politici hun eigen agenda opzij leggen en de wetenschapper als gps gebruiken. De conclusie is duidelijk: om deze uitdagingen hoofd te bieden, moet de wetenschap de leidraad zijn en verwetenschappelijking moet deel uitmaken van dat beleid.