"Iedereen is voor de energietransitie. En iedereen beseft dat die turbulentie zal meebrengen: meer efficiëntie, meer flexibiliteit, een hogere prijs voor CO2. Maar wanneer schieten we in actie? Pas wanneer de emmer overloopt", zegt de milieu-econoom en energiespecialist Johan Albrecht (Itinera en UGent) over de overheden die de hoge energiefactuur te lijf willen gaan met een kruiwagen vol ideeën.
...

"Iedereen is voor de energietransitie. En iedereen beseft dat die turbulentie zal meebrengen: meer efficiëntie, meer flexibiliteit, een hogere prijs voor CO2. Maar wanneer schieten we in actie? Pas wanneer de emmer overloopt", zegt de milieu-econoom en energiespecialist Johan Albrecht (Itinera en UGent) over de overheden die de hoge energiefactuur te lijf willen gaan met een kruiwagen vol ideeën. Uw jaarlijkse energie-afrekening reflecteert voor een deel de marktprijzen van elektriciteit, maar is ook de optelsom van politieke beslissingen uit het verleden. Die uitgommen is niet zo eenvoudig. "In hun zoektocht naar de financiering van nieuwe maatregelen kijken sommige politieke partijen naar de winsten die Engie Electrabel boekt op de stroomproductie van zijn kerncentrales, maar je kunt ook de oversubsidiëring van de eerste zonnepanelen en offshore windparken tegen het licht houden", stelt Ronnie Belmans, de oprichter van de onderzoeksinstelling EnergyVille. "Ik weet dat mensen dan zeggen dat ze een contract hebben met de overheid en dat die zich daaraan moet houden, maar de vraag is of dat een billijk contract is. Het gedeeltelijk schrappen of stopzetten van vroeger toegekende ondersteuning lijkt politiek dynamiet, maar voor de factuur zou het een serieuze slok op de borrel schelen." Een correcte stroomfactuur is noodzakelijk om de energietransitie te doen slagen. Die houdt in zo veel mogelijk te elektrificeren en de elektriciteitsproductie te vergroenen. Een elektrische wagen of een warmtepomp mogen dan efficiënter en milieuvriendelijker zijn, het enthousiasme krijgt een knauw door de torenhoge stroomfacturen. Toch maant Marc Van den Bosch, de algemeen directeur van de federatie van Belgische elektriciteits- en gasbedrijven Febeg, tot voorzichtigheid. "Een CO2-belasting kan voor ons perfect, maar een eenvoudige verschuiving van de elektriciteits- naar de gasfactuur is geen oplossing", benadrukt hij. "Dan laat je kolen en olie buiten schot, en blijft de factuur voor de consument even hoog. Meer dan 80 procent van de energie die een gezin verbruikt, gaat naar verwarming en warm water, en de meerderheid van de Belgen verwarmt met aardgas." We analyseren de factuur in vier stellingen. Op de elektriciteitsfactuur staan zaken die daar niet op thuishoren. Veel landen ondersteunen hernieuwbare energie met algemene middelen. Ons systeem van groenestroomcertificaten daarentegen verzwaart als 'openbare dienstverplichtingen' (ODV) de factuur. De regeringen zijn zich daarvan bewust, maar iedereen staat huiverachtig tegenover de overheveling van die meerkosten naar de Vlaamse begroting. Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) knipte wel de straatverlichting weg uit de ODV's. Haar federale collega Tinne Van der Straeten (Groen) verving de federale heffingen door een slimme accijns, die moet toelaten makkelijker te sturen. Maar er is nog een lange weg te gaan, zegt Marc Van den Bosch: "De aanzet is gegeven. Iedereen heeft de voorbije jaren wat inspanningen gedaan. Maar dat moeten nog jaren worden volgehouden en liefst nog versterkt." Er zijn ook wel wat kanttekeningen bij die stelling te plaatsen. Door de hoge elektriciteitsprijs en de matige wind krijgen de offshore windmolenparken 177 miljoen euro minder steun voor hun stroom. Voor de jongste windparken is de ondersteuning gekoppeld aan de stroomprijs, waardoor ze ongeveer 635 miljoen euro krijgen in plaats van 812 miljoen. Minister Van der Straeten kondigde aan dat ze ook de meerinkomsten in andere energiesectoren zal laten onderzoeken. Voor wie het positief wil bekijken, is de elektriciteitsfactuur het laatste anderhalf jaar zelfs een stuk minder een verkapte belastingbrief geworden. Terwijl de component energie voor een doorsneegezin vóór de coronapandemie nog slechts een kwart tot een derde van het totaal uitmaakte, was dat volgens data van de Vlaamse energieregulator VREG in januari 2022 meer dan de helft. Die klim is het gevolg van de gestegen prijzen op de energiemarkt, aangedikt met de stevig geklommen prijs voor CO2-uitstootrechten. Daardoor maken de andere hoofdbestanddelen (distributie en transmissie, en belastingen en heffingen) nog grofweg 15 en 35 procent uit."Een gemiddelde elektriciteitsfactuur van 1700 euro in januari 2022 bevat nog 170 euro werkingskosten", rekent Fluvius-woordvoerder Björn Verdoodt voor. "Dat is 10 procent. Met de openbare dienstverplichtingen komt daar nog 3 tot 4 procent bij." De daling is opmerkelijk: enkele jaren geleden maakte het distributienetbeheer, inclusief openbare dienstverplichtingen, nog meer dan 40 procent van de factuur uit. De Vlaamse energieregulator VREG heeft de jongste jaren de tarieven van de distributienetbeheerder Fluvius stelselmatig naar beneden gehaald. In december kwam de aankondiging dat de tarieven in 2022 voor het vijfde jaar op rij zouden dalen: met 20 procent voor elektriciteit en 6 procent voor gas. Daardoor betaalt een gemiddeld gezin nu 215 euro minder aan Fluvius dan in 2017. Bij het bepalen van de tarieven maakt de VREG een onderscheid tussen de kosten waarop Fluvius zelf vat heeft en die waar dat niet het geval is. "Voor de werkingskosten van Fluvius wordt een efficiëntieprikkel bepaald", legt VREG-woordvoerder Leen Vandezande uit. "Daarbij komt een extra prikkel naar aanleiding van de fusie van Eandis en Infrax tot Fluvius." Dat wil niet zeggen dat de kosten waarover Fluvius zelf niet beslist, onveranderlijk zijn. Zo besliste de Vlaamse regering om in 2022 voor 147 miljoen euro aan groenestroomcertificaten op te kopen. Daardoor worden dit jaar 117,4 miljoen euro minder in rekening gebracht voor het distributienettarief. Die tariefdalingen voelen ook de Fluvius-aandeelhouders, de Vlaamse steden en gemeenten. Zij kregen midden vorig jaar te horen dat de dividenden dit jaar zouden dalen van 233 miljoen naar 150 miljoen euro, en vanaf 2025 naar 110 miljoen euro. Het gevolg: burgemeesters-parlementsleden pleitten in het parlement voor lagere energietarieven, om vervolgens op een vergadering van Fluvius te protesteren tegen de verminderde inkomsten voor hun gemeente. Zijn er nog besparingen mogelijk? De zitpenningen voor bestuurders in de intercommunales achter Fluvius zijn al enkele jaren fors ingeperkt. In Antwerpen zijn drie intercommunales gefuseerd, maar een fusie van alle intercommunales ligt politiek gevoelig, omdat de VREG daaraan een eenheidstarief koppelt. Dat betekent dat het tarief in sommige regio's zou stijgen. Tegelijk leiden sommige maatregelen tot extra kosten. Zo moeten de slimme meters, die oorspronkelijk zouden worden gespreid over vijftien jaar, van Europa fors sneller worden uitgerold. Tegen 2024 moet 80 procent geplaatst zijn, de rest tegen 2029. Daarnaast besliste de Vlaamse regering dat bezitters van zonnepanelen met een terugdraaiende teller uitstel mogen vragen. Die snellere en minder efficiënte uitrol verhoogt uiteraard de kosten. Er wordt ook nieuwsgierig uitgekeken naar de nieuwe raad van bestuur van de VREG. Onder andere voorzitter Ronnie Belmans (EnergyVille) verlengde zijn mandaat niet. Hoewel Europa onafhankelijke regulatoren eist, is het aan de nieuwe bestuurders om te bewijzen dat ze even hard met de Vlaamse regering in de clinch durven te gaan als hun voorgangers bijvoorbeeld over de terugdraaiende teller.Valt Rusland Oekraïne binnen of niet? Welke sancties kan Europa in dat geval nemen, en schiet het zichzelf daarbij niet in de voet? De Duitse energieregulator heeft een nieuwe gasverbinding tussen Duitsland en Rusland on hold gezet, wat de verhoudingen zeker niet heeft verbeterd. Europa en Rusland zijn tot elkaar veroordeeld: wij zijn de grootste klant voor het Russische gas, zij de belangrijkste gasleverancier van Europa. Hoewel België nog andere leveranciers heeft dan Rusland, voelt het net als de rest van Europa wel het effect van de geopolitieke spanningen op de gasprijzen. Omdat de prijs op de elektriciteitsmarkt wordt bepaald door de laatste productie-eenheid die nodig is om het evenwicht tussen de vraag en het aanbod te bewaren, en dat meestal een gascentrale is, jaagt de hoge gasprijs ook de elektriciteitsprijs omhoog. Dat is echter niet de enige verklaring. De prijsstijging wordt evenzeer gevoed door het economische herstel na de coronapandemie, dat krachtiger is dan was verwacht. Daarbovenop kwam een reeks klimatologische gebeurtenissen, analyseerde het Internationaal Energieagentschap (IEA): een strenge winter in Zuidoost-Azië en de Verenigde Staten, en een droog voorjaar in Brazilië, waardoor de waterkrachtcentrales stilvielen. Daardoor steeg de vraag enorm, terwijl Europa's belangrijkste eigen producent, Noorwegen, een tijdlang met technische problemen kampte, waardoor het 15 procent minder gas kon leveren. Bovendien is Europa minstens gedeeltelijk zelf verantwoordelijk voor de gestegen factuur. De Europese Commissie voert al jaren een politiek die inzet op kortetermijncontracten die losgekoppeld zijn van de olieprijs. Ze beschouwt gas als een transitiebrandstof, die na 2050 alleen nog zal worden gebruikt in combinatie met het afvangen en opslaan of hergebruiken van CO2. Daardoor dalen de investeringen in exploratie en productie-infrastructuur, waardoor dan weer een structureel onevenwicht in de vraag en het aanbod dreigt te ontstaan. Dat versterkt het risico op hogere prijzen. Door Rusland de zekerheid van langetermijncontracten te ontzeggen, is de Russische president Vladimir Poetin niet geneigd nu de Europese nood te lenigen.De federale regering besliste eind vorig jaar een energienorm in te voeren. Dat mechanisme moet er, zoals de loonnorm doet voor de lonen en de wedden, voor zorgen dat de energieprijzen hier voortaan niet sneller stijgen dan in het buitenland. Zeker voor de bedrijven is dat van tel. Sommige zijn rechtstreeks aangesloten op het hoogspanningsnet en betalen dus geen distributietarieven. Ook de btw en een aantal energiebelastingen vallen weg. Daardoor zijn de pure energiekosten voor een gemiddelde kmo goed voor zowat de helft van de factuur. Bij de grootverbruikers is dat zelfs 90 procent. Zij worden dan ook midscheeps getroffen door de prijsstijgingen. Veel zal afhangen van hoe de energienorm in de praktijk zal werken. De regering wil een budgetneutraal mechanisme. Maar wanneer de energieprijs toch sneller stijgt dan in de buurlanden, moet ofwel dat principe op de schop, ofwel krijgen de bedrijven en/of de particulieren alsnog die meerkosten aangerekend.